Rene Peters (foto: TNO)
De ontwikkeling van groene waterstof in Europa verloopt minder snel dan enkele jaren geleden werd gehoopt, maar van stilstand is volgens René Peters, business director gas technology bij TNO, geen sprake.
Tekst: Mels Dees
Peters plaatst daarbij wel een kanttekening bij de manier waarop het debat vaak wordt gevoerd. “We hebben natuurlijk de neiging heel erg naar Nederland te kijken. En dat is logisch, want dat is het meest dichtbij.”
Wie over de grens kijkt, ziet volgens hem dat er in Europa wel degelijk stappen worden gezet. In verschillende landen worden electrolyseprojecten voorbereid met vermogens van honderden megawatts. Zo werd onlangs in Spanje een project van ongeveer 300 megawatt aangekondigd en ook in Duitsland lopen meerdere initiatieven. “Als je overal kijkt, worden er in Europa best wel wat projecten in de orde van 100, 200, 300 megawatt ontwikkeld.”
Dat neemt niet weg dat Nederland achterblijft. Volgens Peters komt dat vooral door de randvoorwaarden voor investeringen. “De condities in Nederland om waterstoffabrieken te gaan bouwen, zijn net wat minder aantrekkelijk dan in onze buurlanden.” Vooral de kosten van elektriciteit en netaansluitingen spelen daarbij een rol. In Nederland betalen bedrijven relatief hoge aansluitkosten, wat de productie van waterstof aanzienlijk duurder maakt…
Meer lezen? Neem dan een abonnement op Europoort Kringen!