Foto: Pierre Crom
Laten we de chemie in Nederland koesteren, zegt directeur Manon Bloemer van de VNCI. Niet alleen uit oogpunt van weerbaarheid, maar ook omdat in chemische fabrieken wordt geïnnoveerd, er vergroening ontstaat en de bestaande industrie nieuwe partijen aantrekt. “Een sterk Nederland heeft een sterke industrie nodig.”
De Nederlandse chemie verkeert al een tijdje in zwaar weer. Beïnvloedt dat jouw humeur?
“Ik voel mee. Er is zoveel onzekerheid en frustratie. Bedrijven willen graag een duurzame fabriek bouwen en op circulaire grondstoffen overschakelen, maar er wordt de laatste jaren gewoon geen geld verdiend. Sommige bedrijven hebben hun deuren gesloten, wat betekent dat mensen hun banen verliezen. Ook dat kan ik echt voelen. Andere bedrijven zijn aan het puzzelen en reorganiseren, wat mensen bezorgd maakt over hun banen. Wij hebben met al onze leden relatiemanagementgesprekken. Af en toe horen wij daarin goed nieuws, wat mij blij stemt. Toen ik bij de VNCI begon, ging het goed met de sector. De transitie werd als een kans gezien: nieuwe energiebronnen en andere grondstoffen. Er heerste het idee: we gaan het doen! En er zijn in die tijd ook al grote stappen in verduurzaming gezet. Achteraf gezien was ik me er niet van bewust hoe bijzonder die periode was, niet wetend wat er zou komen. De grote omslag vond in 2022 plaats, toen Rusland Oekraïne binnenviel en energie een groot vraagstuk werd. Dat trof toen vooral Europa. Ik ben een positief ingesteld persoon, en…
Meer lezen? Neem dan een abonnement op Europoort Kringen!