De Suez-blokkade heeft ineens de wereld van havens en transport dichter bij de maatschappij gebracht. Een mooie bijvangst van dat ‘ongelukje’. 

Door Larissa van der Lugt

In al het Suezkanaal-mediageweld in maart was er één uitzending die bij mij vooral is blijven hangen. Ik weet niet of u hem gezien heeft, het was de uitzending waarin correspondent Daisy Mohr op bezoek ging in het kleine Egyptische dorpje dat direct naast de plek ligt waar dat o zo grote schip zich eventjes had ‘geparkeerd’. Het leven leek daar gewoon door te gaan, alsof er helemaal geen vastgelopen schip was dat plotseling de media volledig in zijn greep hield. Het gaf daarbij de indruk van een schaal van leven dat in complete tegenstelling stond met wat er om de hoek gebeurde. Met als logisch gevolg een flinke mentale afstand.

Die mentale afstand van de haven tot het dagelijks leven hield me bezig. Ik voel die enorme dimensie ook altijd als ik op de Maasvlakte ben, of het nu op weg is voor een gesprek met een bedrijf dat bezig is met duurzame energie, voor even uitwaaien op het unieke Maasvlaktestrand of met de mountainbike achter op de auto voor het mooie rondje om het Oostvoornse Meer. Die grote dimensie trekt mij aan, maar ik weet dat dit voor heel veel mensen anders ligt en juist afstand oplevert. De haven is en blijft vaak uit zicht. Dit is zorgelijk. 

‘Ports are more than piers’ was de titel van het Liber Amicorum – het afscheidsboek – dat werd gegeven aan de Belgische havenprofessor Willy Winkelmans. Dat is een waar woord. Op dit moment komt al bijna 60 procent van de toegevoegde waarde van de Rotterdamse haven uit de vestigingsplaatsfunctie – vooral van de industrie – en ‘slechts’ 40 procent van de logistiek rond de pieren. En de energietransitie zal het belang van de haven voorbij haar rol als logistieke hub in supply chains alleen vergroten. 

Erkenning voor haar zo belangrijke rol is nodig. Maar daar zijn we bij lange na nog niet. De grote aandacht die de haven heeft gekregen door het Suez-incident is een uitzondering. Vanaf 1 januari van dit jaar heeft de Rotterdamse haven 48 keer het FD gehaald waarvan 8 artikelen over het incident van de Suez-blokkade. En dan heb ik het slechts over een krant, en nog niet over al die andere media die massaal in één-en-dezelfde week dit onderwerp programmeerden. Opvallend: het belang van de haven werd vooral gekoppeld aan de containerstromen. Ik heb weinig gehoord over al die andere ladingsoorten die in het havenindustrieel complex behandeld worden en cruciaal zijn voor de economie. 

Bij mij rijst de vraag of we dan alleen door zulke ‘Suezjes’ het belang van de haven op het netvlies van de burger kunnen krijgen en of dat de haven voldoende recht doet. Voor de energietransitie kunnen we niet op zo’n ‘Suezje’ wachten: de gevolgen zijn dan wellicht veel groter. Dat moeten we vooral niet willen. Maar hoe zorgen we er wel voor dat we die haven veel beter in de etalage krijgen? De urgentie groeit.