In mijn vorige column heb ik me laten inspireren door de Top 500 rijkste Nederlanders in het blad Quote, onder wie het voormalige haven- en oliemannetje Peter Goedvolk, tegenwoordig innovatief ontwikkelaar van onder meer mondkapjes.

Door Jaap Luikenaar

Hoog op dat rijkenlijstje staan is prettig; maar misschien wel interessanter is het om een hoge notering te hebben in Volkskrant – Top 200 van meest invloedrijke Nederlanders. Zeker nu de verkiezingen achter de rug zijn en iedereen zijn of haar best doet om met zijn bedrijf of branche in beeld te zijn bij de kabinetsformatie en het regeerakkoord met het nieuwe beleid voor de komende vier jaar.

Van oudsher hebben Rotterdam en het haven- en industriegebied een flinke vinger in de pap. Want zowel in het kabinet als in het parlement is Rijnmond qua personeel goed vertegenwoordigd. En daarmee de toegang tot geldstromen en invloed op beleid en regelgeving. Op de invloed van de havenlobby op de politieke besluitvorming is menigeen jaloers. Wel bijzonder dat de Betuweroute en de Tweede Maasvlakte daarvoor nog als bewijs worden genoemd: projecten van rond de eeuwwisseling.

Van oudsher, schrijf ik, want tijden veranderen en de coronacrisis levert daaraan een ongekend grote bijdrage. Dat viel me op bij het vergelijken van de huidige Top 200 van influencers uit De Volkskrant met de lijst van vier jaar geleden toen Rutte III aantrad. De eerste tien posities van invloedrijke Nederlanders worden in 2017 vooral ingenomen door de industrie met namen als Hans Wijers (AkzoNobel), Paul Polman (Unilever), Feike Sijbesma (DSM), Marjan van Loon, Ben van Beurden, Jeroen van der Veer (Shell); Niek Jan van Kesteren, Hans de Boer en Cees Oudshoorn (VNO/NCW). Hoe anders ziet de Volkskrant-lijst van enkele maanden geleden eruit. Met Kim Putters van het Sociaal Cultureel Plan Bureau aan kop, gevolgd door Jaap van Dissel (OMT/RIVM), Hubert Bruls (Veiligheidsberaad), Jeroen Dijsselbloem (Onderzoeksraad Veiligheid), Pieter Wennink (ASML) en Frits van Houten (Philips) en dan een hele trits toppers uit de rijksambtenarij, zorginstellingen en burgemeesters. Én klimaatvrouw Marjan Minnesma van Urgenda. Dat de omslag groot is moet ook Allard Castelein van het Havenbedrijf Rotterdam zijn opgevallen. In vier jaar zakte hij van plek 51 naar 117 en moet zelfs president-commissaris Leen Meijaard van Ajax voor zich dulden. Ja, de industrie- en werkgeversnamen uit 2017 zijn diep weg gezakt… en daarmee ook hun invloed. Het is eb.

Om als haven en industrie aan invloed en lobbykracht te winnen, ging het roer ook bij de vorige kabinetsformatie al om. Vanuit Rotterdam werd met de nodige tamtam een zogenaamde ‘Transitiecoalitie’ gevormd. De ceo’s van het havenbedrijf, Shell, Eneco, Siemens en Van Oord beloofden tempo te maken met de energietransitie teneinde de doelstellingen van het Parijse Klimaatakkoord te halen. Ze vroegen het kabinet niet alleen om geld, maar ook om een Klimaatwet, een Klimaatminister en een Klimaatpolitie. Die Transitiecoalitie is indertijd uitgegroeid tot wel 60 bedrijven. Alleen: de tamtam lijkt verstomd. Weliswaar vindt een goede, doeltreffende lobby vooral ondergrond plaats, maar ik hoor, zie of lees er helemaal niets meer over. En dat is jammer.

Ongetwijfeld zal de haven ook nu weer wensen ’insteken’ bij het nieuwe kabinet. De plannen en voornemens uit de Havenvisie 2030 zijn daarvoor het richtsnoer. Met vaste ingrediënten als bereikbaarheid, aansluiting op het Europese achterland, een prettig investeringsklimaat, een Europees level playing field; safety & security en minder administratieve lasten. Nou, niet direct onderwerpen voor besluitvormers die – opgejaagd door corona – een maatschappelijke en sociaaleconomische ‘reset’ voorstaan. Ofwel: ‘alles-moet-anders’.

De haven zal dus in ambtelijk-politiek Den Haag pas gehoor krijgen als ze eerst grote stappen maakt op het gebied van klimaat, milieu en volksgezondheid en erin slaagt om haar ‘cruciale’ rol bij het duurzaamheidsbeleid en de energiereductie daadwerkelijk ten uitvoer te brengen. Eb wordt dan weer vloed.

En mocht Mark Rutte straks wederom een nieuwe ministersploeg formeren, bedenk dan dat hij met goede voornemens en langetermijnplannen (zoals de Havenvisie) niet zoveel op heeft, maar vooral waarde hecht aan de concrete uitvoering. Het is precies één jaar geleden dat hij regeren in deze tijd definieerde als: ‘met vijftig procent van de kennis honderd procent van de besluiten nemen’.