Het is voor mij een eer dat ik samen met mijn collega Larissa van der Lugt een wisselcolumn voor Europoort Kringen mag schrijven. Allereerst las ik dit magazine al ruim drie decennia geleden als student geografie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Eerst als bron voor een afstudeerscriptie over havenautomatisering, daarna in de tijd dat ik een proefschrift schreef over de chemische industrie in de Rotterdamse haven. Ik vond het blad zelfs zo onmisbaar dat ik acht jaar – ja, het schrijven van een proefschrift in de vrije tijd duurt lang – een privé-abonnement had.

Door Bart Kuipers

Daarnaast zit de Rotterdamse haven in mijn genen. Ik ben in 1959 in Spijkenisse geboren en als ik uit mijn jongenskamer keek zag ik de typische structuur van de installaties van de Esso-raffinaderij aan de horizon. 

In het begin van de jaren vijftig veranderden de polders van Rozenburg in het industriegebied Botlek, medio jaren vijftig begon een ongeëvenaarde ontwikkeling in de olie- en chemische industrie. Begin jaren zeventig was de Rotterdamse haven het grootste aaneengesloten industriegebied in de wereld en het heeft nog steeds deze positie in Europa. Sinds de jaren zeventig is sprake van stagnatie. Nieuwe vestigingen van de chemische industrie in de haven zijn op de vingers van één hand te tellen. Het aandeel van de petrochemische industrie in de totale toegevoegde waarde van de haven neemt al jaren structureel af. Maar dat gaat veranderen!

Momenteel worden veel toekomstbeelden geschetst voor 2050: honderd jaar na het begin van de sterke industriële groei van de Rotterdamse haven. Dan is sprake van een haven die vrijwel geen CO2 uitstoot. Dit vraagt een ongekende aanpassing van het bestaande chemiecluster. De sector gaat vergroenen en nieuwe grondstoffen gebruiken die nu nog niet met zekerheid zijn te benoemen: algen, zeewier of wordt het misschien zelfs CO2? Veel van de grote petrochemische innovaties ontstonden in de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw in Duitsland en de VS. De stap van deze uitvindingen naar de bouw van fabrieken voor de productie van kunststoffen duurde zo’n twee á drie decennia en resulteerde in de landschappen zoals we nu kennen in Rotterdam, Terneuzen, Moerdijk, Delfzijl en noem maar op. 

Ik verwacht dat de innovaties die nu onder druk van de energie- en grondstoffentransitie ontstaan sneller zullen resulteren in een nieuw industrieel landschap – misschien komt de Derde Maasvlakte toch niet op het Weena maar wordt het een energie-eiland op de Noordzee. Nu al wordt met man en macht gewerkt aan grote projecten als Porthos en elektrolyse gerelateerd aan waterstof. Daarnaast wordt vrij breed verwacht – recentelijk verwoord in het blad the Economist – dat we een periode van nieuwe technologische dynamiek ingaan leidend tot een hogere economische groei: de Roaring 20s. Innovaties in groene energie en grondstoffen zijn hier een onderdeel van. Deze innovaties zullen het aanzicht van het industriële landschap in de Rotterdamse haven – en het uitzicht vanuit jongens- en meisjeskamers in Spijkenisse – opnieuw fundamenteel veranderen.

Het is daarom heel boeiend om aan het begin van deze Roaring 20s columns voor Europoort Kringen te mogen schrijven!