Air Products blijft zijn waterstofactiviteiten in de haven van Rotterdam versterken. Het bedrijf is al decennialang in de regio actief en heeft een stevig netwerk opgebouwd voor waterstofproductie en -distributie. Daarbovenop investeert het in vloeibare waterstof, koolstofarme waterstof en infrastructuur voor emissievrije mobiliteit.
Met die combinatie positioneert Air Products zich om zowel de bestaande industriële vraag te bedienen als in te spelen op de opkomende behoeften op het gebied van decarbonisatie. Begin april nam Mark van Wijk het stokje over van Paul Hoogeveen als general manager tonnage business northern continent bij Air Products. In deze functie is hij verantwoordelijk voor de levering van gassen aan industriële klanten in Nederland, België, Frankrijk en Duitsland. Nieuw bij het bedrijf is hij allerminst: Van Wijk kwam in 2003 in dienst en heeft sindsdien in verschillende onderdelen van de organisatie ervaring opgedaan.
Op de vraag wat werken bij Air Products voor hem zo aantrekkelijk maakt, antwoordt hij: “Air Products is een leverancier van industriële gassen in de breedste zin van het woord. We zijn sinds de jaren zeventig actief in Rotterdam en leveren aan industriële klanten via ons supply-chainnetwerk. Op onze locatie in Botlek draaien we bijvoorbeeld een luchtscheidingsfabriek. Daar maken we zuivere zuurstof, stikstof en argon uit lucht, en leveren we die als gasvormig of cryogeen product. Daarnaast produceren we zowel gasvormige als vloeibare waterstof voor industriële klanten in sectoren zoals raffinage, chemie, elektronica en geavanceerde productie. Sommige klanten hebben zeer specifieke eisen, bijvoorbeeld in hightechproductie en ruimtevaarttoepassingen. Deze markten zijn afhankelijk van betrouwbaarheid, kwaliteit, bewezen logistiek en leveringszekerheid. En juist daar maakt onze ervaring het verschil”, aldus Van Wijk. “Wat het bedrijf voor mij extra interessant maakt: we exploiteren niet alleen bestaande installaties. We ontwerpen en bouwen ook nieuwe infrastructuur, en investeren daar zelf in.”
Die combinatie geeft Air Products een zeer actieve rol in de energietransitie, stelt Van Wijk. Volgens hem zijn de gassen en infrastructuur van Air Products ‘steeds sterker verbonden’ met de duurzaamheidsambities van klanten. “Onze producten en de bijbehorende technologieën spelen een belangrijke rol in de decarbonisatieprojecten van onze klanten. Vooral waterstof is vandaag al essentieel voor veel industriële processen en zal ook belangrijk zijn voor toekomstige toepassingen waarvoor koolstofarme en hernieuwbare oplossingen nodig zijn. Je kunt Air Products zien als een drijvende kracht achter de energietransitie: we brengen productie, infrastructuur, logistiek, technologie en klantvraag samen.”

Mark van Wijk
Ondertussen bouwt Air Products in de haven van Rotterdam een nieuwe fabriek voor vloeibare waterstof. De bouw is al meer dan 65 procent klaar en bevindt zich in een vergevorderde fase. Vanaf 2027 moet de fabriek operationeel zijn. Dan wordt het naar verwachting meteen de grootste productiefabriek voor vloeibare waterstof van Europa. De nieuwe vervloeiingsinstallatie vergroot de beschikbaarheid van vloeibare waterstof van Air Products in de regio aanzienlijk. Bovendien wordt deze geïntegreerd met de bestaande infrastructuur voor waterstofproductie en -distributie van het bedrijf in Rotterdam. De fabriek is ontworpen om zowel gevestigde klanten als opkomende markten in de Benelux, Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk te bedienen. “Klanten moeten hun activiteiten elke dag kunnen draaien. Daarvoor is een betrouwbare waterstofvoorziening onmisbaar”, zegt Van Wijk. “Vloeibare waterstof kun je bovendien efficiënt over lange afstanden vervoeren. We verwachten dan ook dat de nieuwe fabriek extra leveringsmogelijkheden gaat bieden. Door onze capaciteit voor vloeibare waterstof in Rotterdam uit te breiden, versterken we een waterstofnetwerk. Eentje dat zowel bestaande industrieën kan blijven ondersteunen als nieuwe toepassingen, naarmate de vraag verder groeit. Ons doel is klanten een modern, veerkrachtig waterstofplatform te bieden. Een platform waar ze op kunnen blijven vertrouwen, ook als hun behoeften toenemen.”
In Rotterdam werkt Air Products aan twee CO2-afvangprojecten die deel uitmaken van de bestaande waterstofactiviteiten van het bedrijf in de haven. Het HyCO5-project wordt gebouwd naast de Botlek-locatie en combineert waterstofproductie met CO2-afvang. Bij de bestaande HyCO4-waterstoffabriek – operationeel sinds 2011 – komt daarnaast een CO2-afvanginstallatie. “Dit zijn complexe projecten. Ze hebben een intensieve ontwikkelingsfase doorlopen en worden nu daadwerkelijk gebouwd. In de ontwikkelingsfase is nauw samengewerkt met onze klanten, maar ook met de Nederlandse overheid, het havenbedrijf, DCMR en infrastructuurpartners als Porthos, Gasunie, Tennet en Stedin”, zegt Van Wijk. “Voor ons in Rotterdam draait het nu om veilige uitvoering en operationele betrouwbaarheid. En om te blijven voldoen aan de behoeften van onze klanten, terwijl de fabrieken richting opstart gaan”, zegt Van Wijk. Wanneer de projecten operationeel zijn, zullen deze naar verwachting de CO2-uitstoot van deze waterstofproductie-installaties fors verminderen. De afgevangen CO2 wordt getransporteerd en permanent opgeslagen in het lege Porthos-gasveld onder de Noordzee.

Naast de industriële leveringen ondersteunt Air Products de ontwikkeling van waterstofinfrastructuur voor mobiliteit. Zo exploiteert het bedrijf aan de Merseyweg, direct naast de fabriekslocatie in de Botlek, een openbaar toegankelijk waterstoftankstation. Deze infrastructuur wordt inmiddels gebruikt in de dagelijkse logistieke activiteiten. Air Products zet waterstofaangedreven vrachtwagens in om industriële gassen te leveren aan klanten in en rond de haven van Rotterdam. Daarmee helpen de voertuigen klanten om hun Scope 3-emissies te verlagen – de uitstoot die samenhangt met inkomende logistiek en productleveringen. “Om de energietransitie werkelijkheid te laten worden, moet waterstof de stap maken van plannen en pilotprojecten naar dagelijkse operaties”, zegt Van Wijk. “Dat is precies wat wij hier doen: het combineren van waterstoflevering, tankinfrastructuur, echte transporttoepassingen en bestaande en opkomende marktvraag. Het is een praktische stap die klanten helpt hun emissies te verlagen zonder concessies te doen aan veiligheid of betrouwbaarheid.”
De waterstofmarkt wordt sterk beïnvloed door regelgeving en beleid, merkt Van Wijk op. Europese klimaatdoelstellingen en quota spelen daarin mee. Net als nationale uitvoeringskaders en de decarbonisatieverplichtingen van klanten. Samen bepalen ze de vraag.”Waterstofprojecten vereisen aanzienlijke investeringen, en investeringen vereisen vertrouwen”, zegt hij. “Duidelijke regelgeving, stabiele kaders en gerichte stimulansen zijn essentieel. De richting is duidelijk: industrie en transport moeten decarboniseren. Maar om dit op grote schaal mogelijk te maken, moeten beleid, infrastructuur en klantvraag samenkomen. De uitdaging is niet de ambitie – de uitdaging is de uitvoering.”
Hij wijst op ontwikkelingen, zoals de Europese Richtlijn Hernieuwbare Energie (RED III) en het groeiende belang van RFNBO-gecertificeerde waterstof. In de transportsector zullen instrumenten zoals emissievrije vereisten en de invoering van de Vrachtwagenheffing voor zware vrachtvoertuigen in Nederland, die sinds 1 juli 2026 van kracht is, naar verwachting de overgang naar emissievrije of emissiearme transportoplossingen verder ondersteunen.
Van Wijk is ervan overtuigd dat Rotterdam uitstekend gepositioneerd is om een belangrijke rol te spelen in de waterstofeconomie. “De energietransitie is onomkeerbaar”, zegt hij. “Waterstof is vandaag al essentieel voor de industrie en zal cruciaal zijn voor verdere decarbonisatie in de toekomst. Rotterdam beschikt over alle ingrediënten om zich verder te ontwikkelen als waterstofhub voor Nederland en Noordwest-Europa: industriële vraag, haveninfrastructuur, logistieke capaciteit en een sterk energie-ecosysteem. Rotterdam bevindt zich in een zeer sterke positie. Maar waterstofinfrastructuurprojecten zijn groot en complex en vereisen samenwerking in de gehele waardeketen. Als we onze klimaatdoelstellingen willen behalen, moet iedere schakel zich inzetten: producenten, klanten, logistieke partners, beleidsmakers en infrastructuurbeheerders. Onze focus ligt op betrouwbare oplossingen die in de praktijk werken. Zo kunnen wij klanten helpen een schonere toekomst mogelijk te maken – niet alleen door ambitie, maar door infrastructuur, technologie en uitvoering”, besluit Van Wijk.
