“De haven van Rotterdam is de motor van de energietransitie”, stelt Jan de Waard, divisie-manager bij Mobilis. Hij verwacht de komende tijd een enorme versnelling, want: “De industrie heeft elektrificatie nodig om levensvatbaar te blijven.” Daar kan iedereen het roerend mee eens zijn, maar hoe gaan we dat realiseren? “Samen.”
Tekst: Kim de Booij
“Om de energietransitie te versnellen, moeten we sneller bouwen aan extra energie”, begint De Waard, om direct daarna toe te voegen: “Sneller bouwen is soms duurzamer dan duurzaam bouwen. Ga maar na: duurzaam bouwen kost extra tijd vanwege allerlei onderzoeken en eisen. Maar al die maanden moeten industriële bedrijven blijven draaien op fossiele brandstoffen. Zet de vervuiling daarvan maar eens af tegen de relatief kleine milieuwinst die je behaalt met ‘duurzaam bouwen’.”
Oké, versnellen dus, maar waarom is samenwerking hierin van groot belang? “Ten eerste omdat je samen beter kan inspelen op de toekomstige behoefte”, begint De Waard. “Zo kunnen wij, doordat we in diverse raamwerkovereenkomsten zitten, goed voorspellen wanneer we hoeveel mensen en materialen nodig hebben.”
Ten tweede noemt De Waard de gezamenlijke voorbereiding van projecten. “Doordat we kunnen meedenken in het ontwerp, zien we optimalisatiemogelijkheden. Soms zijn er bijvoorbeeld andere constructies mogelijk met een kortere bouwtijd. En daarnaast is er in een gezamenlijke voorbereiding ook een belangrijke versnelling te behalen met een integrale aanpak van civiel en E&I.”
Mobilis werkt in deze integrale aanpak samen met Croonwolter&dros. Samen kijken we naar standaardisering om de versnellingen te realiseren. Want wat vaak in de uitvoering veel tijd kost, is dat het ontwerp voor de fundering niet optimaal aansluit op de E&I-installaties. Wij tackelen die problemen al in de voorbereidende fase. Samen zorgen we voor integrale ontwerpen, minimaliseren we risico’s en voorkomen we vertragingen.”

Jan de Waard (l.) en Emiel Mom
“Een goede voorbereiding is voor ons essentieel”, vertelt Emiel Mom, PMC manager betonreparaties. “Door in een vroeg stadium kritisch mee te denken en mogelijke risico’s vooraf in beeld te brengen, voorkomen we verrassingen tijdens de uitvoering. Dat zorgt niet alleen voor een soepel proces, maar ook voor vertrouwen in de samenwerking met de opdrachtgever.
Juist doordat we aan de voorkant samen de juiste keuzes maken, kunnen we in de realisatiefase tempo houden. Dat deden we bijvoorbeeld bij de bouw van een nieuw 380kV hoogspanningsstation in Tilburg. Daardoor hebben we, in nauwe samenwerking met de opdrachtgever, dit omvangrijke nieuwe station in korte tijd succesvol kunnen realiseren.”
Naast dit soort greenfield-projecten heeft Mobilis ook veel ervaring met brownfield-projecten. “Het is alsof je onderhoud doet aan een vliegend vliegtuig”, aldus De Waard. “Je bent actief in een volledig operationele omgeving. Dat vraagt om een grote focus op veiligheid, logistieke planning en vooral goed overleg met de opdrachtgever. Al spreek ik liever niet van opdrachtgevers, maar van partners. Je helpt elkaar een optimaal resultaat te behalen.”
Met een insteek als deze worden de voordelen van samenwerking op termijn alleen maar groter, ziet De Waard. “Als lerende organisatie neem je van ieder project de leasons learned mee naar het volgende project. Samen werk je zo toe naar een standaardisatieproces, waardoor je niet steeds opnieuw van begin af aan moet ontwerpen, maar bewezen bouwmethoden repeterend kan inzetten. Dat zorgt voor extra versnelling. Een mooi voorbeeld daarvan zijn twee modulaire innovaties die we hebben ontwikkeld: Mobriq (van Mobilis) voor fundaties en Esystruct (van Croonwolter&dros) voor staalconstructies. Samen vormen ze een gecombineerd bouwsysteem waarmee we in verband met de veel kortere montagetijd twee keer sneller zijn dan voorheen.”
Die versnelling gaat er volgens De Waard voor zorgen dat over tien jaar het overgrote deel van de fossiele brandstoffen uit Rotterdam verdwenen is. “Ik denk echt dat Rotterdam een waterstofhub van wereldformaat gaat worden. En rondom de industrie zullen grote batterijvelden gaan ontstaan voor energieopslag.”
Die toekomst hangt voor een belangrijk deel af van de overheid. “Die moet het proces vlottrekken”, aldus De Waard. “We zien dat bijvoorbeeld heel duidelijk in Eemshaven. De bouw van twee grote waterstoffabrieken wordt steeds uitgesteld doordat ze de casus niet rondkrijgen. Twee jaar geleden is Mobilis al betrokken bij de ontwikkeling hiervan. Maar ondertussen worden de projectplannen alweer ingehaald door nieuwe technologie, wat weer zorgt voor extra uitstel.”
Bij Mobilis staan ze in ieder geval te popelen om ermee aan de slag te mogen. “Voor onze technici, engineers en vakmensen zijn dit fantastische projecten. Aan de ene kant vanwege de technische uitdagingen, aan de andere kant omdat ze hiermee bijdragen aan de energietransitie en daarmee een duurzame toekomst. Ook als bedrijf vinden we dit belangrijk. We zijn niet voor niets onderdeel van TBI, een collectief van bedrijven dat samen de wereld zo schoon, groen en eerlijk mogelijk wil doorgeven aan de generaties na ons.”
Waar je ook aan bouwt, energiecentrales, waterstoffabrieken, CO2-opslag, het begint bij civiel werk. Mobilis legt het fundament.
