Selecteer Pagina

De charme van persoonlijke relaties in een gedigitaliseerde haven

door | 6 jul, 2026 | Haven, Nieuws

Haven

Bertus de Groot (foto: RPPC)

Met ruim 40 dienstjaren in de Rotterdamse haven heeft Bertus de Groot het werk van een waterklerk behoorlijk zien veranderen. De uitspraak ‘van kapiteinskamer naar inbox’ kenmerkt die verandering. Of zoals Bertus het noemt: de vooruitgang. In de markante havenverhalen van deze rot in het vak klinkt een nostalgisch heimwee door. Zijn we in het voortdurende streven naar efficiëntie, de digitalisering en automatisering de charme van het vak kwijtgeraakt?

Vanuit zijn huidige rol als manager offshore bij Euro Nordic Logistics deelt Bertus (Bert) de Groot zijn ervaringen met het werken in de haven. Kleurrijke verhalen uit de jaren 80 en 90. Geen mobiele telefoon, geen internet, maar vooral veel persoonlijk contact. Alles draaide om de relaties. En eigenlijk is dat nog steeds zo.

Een andere tijd met een ander tempo

Hoe ging dat toen zonder mobiel of internet? “Als we dan een schip moesten inklaren, werd je opgepiept. Code 1 betekende dan kantoor bellen. Code 2: dringend kantoor bellen. Vervolgens ging ik met een koffer vol papieren en kwartjes voor de telefooncel de haven in. Want zo belden we de wensen van de kapitein door aan subcontractors. En dan moest je maar hopen dat je geen binnenvaartschipper voor je had staan die naar huis aan het bellen was. Dan stond je wel even te wachten. Nu gebeurt vrijwel alles via e-mail, WhatsApp, Teams en digitale platformen zoals PortBase. De ‘hurry-hurry-economie’ noem ik dat.”

Je moest toen toch ook al wel snel schakelen? “Jawel, maar anders. Vroeger ging ik als waterklerk met m’n koffertje fysiek aan boord. En dan sprak je onder het genot van een bakje koffie met de kapitein zijn wensen door. Nu wil een kapitein die ‘s nachts aankomt, eigenlijk zo gauw mogelijk zijn mandje in. Schepen blijven korter in de haven, dus is er minder tijd om te rusten.” Of hij is druk met administratie of inspecties. Daardoor is er veel minder tijd voor dat persoonlijke contact.

Van fysiek naar digitaal

“Het hele proces verliep sowieso veel fysieker. Vroeger, als er een schip aankwam, maakte ik een EKH-tje, een ‘Eerste Kennisgeving aan de Havenmeester’. Een geel, roze of wit stuk papier, afhankelijk van de aanleiding van het schip. Op dat formulier moest je dan alle nautische details invullen: naam van het schip, callsigns, waar het vandaan kwam, waar het naartoe ging, wat het in de haven kwam doen. Dat formulier ging in een envelop en leverde ik persoonlijk af op het Marconiplein. Daar zat het Havenbedrijf. In de hal stond een grote brievenbus en daar deden alle agentschappen de EKH-tjes in. Die werden handmatig verwerkt en de informatie verscheen vervolgens op grote schermen in de hal. Daar konden scheepsleveranciers zien wanneer een schip werd verwacht. Tegenwoordig is dit proces volledig vervangen in het Port Communication System.”

Persoonlijk kan nog steeds

Door die digitalisering is een deel van de charme en persoonlijke relaties verloren gegaan. Toch kan het nog steeds. “Natuurlijk regel je zaken nu via de mail. Maar bel ook even op. Vraag hoe het is met de kinderen. En dan hoor je: ‘Nou, ze is een beetje verkouden.’ En dan twee dagen later spreek je elkaar weer en je vraagt: ‘Hoe is het met je dochter? Is ze een beetje opgeknapt?’ Dat maakt het toch weer een beetje persoonlijker en geeft meer feeling met elkaar. Je gunt elkaar daardoor ook weer meer.”

Alles voor de klant

Uit de kleurrijke anekdotes van Bertus blijkt dat die persoonlijke betrokkenheid toen wel veel verder ging dan nu. “Voor een onderhoudstender van zes maanden kregen we bezoek van een projectteam. De favoriete band van de projectleider blijkt Pearl Jam en die treden precies in die periode op. Ze stonden nog niet in de lift, of ik regelde al kaartjes. 

Op een ander moment moest ik eten regelen voor een Noorse crew. Die houden wel van een Aquavitje! Vervolgens hebben ze het hele toilet verbouwd. Shit happens. Daar doen we dan niet moeilijk over. We laten de boel repareren en sturen de rekening. Zo is het spel. Je regelt het gewoon. Voor de reder, de kapitein én de bemanning.”

Tragiek aan boord

De waterklerk is de spil in het havenproces. “We schakelen met wel 30 verschillende partijen en hebben wel 200 interacties per havenaanloop. En hoewel de tijden zijn veranderd, blijft het ontzorgen van de reder het bestaansrecht van de scheepsagent. In plaats van de kapitein die met 27 verschillende partijen contact moet onderhouden, regelen wij alles van technische onderdelen tot proviand, afvalafgifte en medische zorg.”

Soms horen daar ook tragische gevallen bij, zoals een overleden bemanningslid. “In coronatijd regelde ik zaken voor een onderzoeksschip. De Filipijnse dokter kon de coronadruk aan boord niet aan en bleek later zelf corona te hebben. Op een ochtend is hij helaas overleden. Dan wordt het ‘petje op en duiken’: een begrafenisondernemer regelen die het stoffelijk overschot ophaalt en tijdelijk bij hen onderbrengt in afwachting van verdere instructies van de rederij. Daarna werd het stoffelijk overschot naar zijn thuisland vervoerd om vervolgens overgedragen te worden aan de familie.”

Digitaal, maar nog steeds persoonlijk

Ook het ontzorgen is mee opgeschoven naar de digitale systemen. “Als waterklerk zorg je dat alle data goed staat ingevuld, zoals de Bill of Lading en aankomsttijden. En waar je vroeger pas aan boord hoorde wat nodig was, weet je dat nu al drie weken van tevoren per mail. Systemen zoals PortBase zorgen ervoor dat schepen al een week voor aankomst zijn ingeklaard. Die vooruitgang voorkomt vertragingen aan de pier. Maar het brengt wel extra druk met zich mee voor de operator. Elke wijziging in bijvoorbeeld de aankomsttijd moet direct worden verwerkt. Als je de ETA niet tijdig aanpast, krijgt het agentschap de rekening voor bijvoorbeeld een onnodig bestelde loods.”

Met die extra verantwoordelijkheden is het vak van waterklerk volgens Bertus nog steeds meer dan een baantje. “Werk moet je passie zijn. Daarom geloof ik er sterk in dat je de jonkies mee moet nemen. De kade op, de brug op. Ik laat ze ook meelopen met subcontractors, de duikers, de roeiers, zodat ze begrijpen wat hun rol als spil in het proces inhoudt. En het zijn dit soort verhalen over de menselijke dynamiek waarmee we de jongeren naar binnen moeten harken.”

In zijn rol als voorzitter van de Rotterdamsche Waterklerken Vereeniging blijft Bertus die verhalen delen. Wat in 1930 opstond vanuit een vriendenkring, is ook vandaag nog steeds een hechte club ‘Patente Jongens’ met ongeveer 122 leden. Jongeren en gepensioneerden zitten door elkaar en ook het bestuur is een mix van generaties. “De maandelijkse bijeenkomsten met blauwe hap en een potje klaverjas houden de menselijke dynamiek in stand. Vragen en adviezen worden gedeeld en de bedrijven die de vereniging steunen genieten een zekere gunfactor. Die persoonlijke betrokkenheid is kenmerkend voor het Rotterdamse verenigingsleven en kent diepe wortels in de Rotterdamse haven.” Volgens Bertus is dat wat ons mensen maakt: “Dat moeten we vasthouden.”

Bron van dit artikel: RPPC

 

Nieuwsbrief

Wekelijks het laatste Rotterdamse industrienieuws direct in je inbox? Meld je dan nu aan en blijf zo op de hoogte!

Bedankt voor het aanmelden. Veel leesplezier!