Het compressorgebouw (foto: Porthos/Danny Cornelissen)
Drie RG 28-6-compressoren van Everllence dragen eraan bij dat jaarlijks 2,5 miljoen ton CO2 in het netwerk van Porthos wordt getransporteerd, waarna het permanent en veilig onder de zeebodem kan worden opgeslagen. Jeroen Michiels geeft in Europoort Kringen uitleg over dit voor Nederland, Rotterdam én Everllence belangrijke Porthos-project.
“Dit is wat wij een ‘lighthouse-project’ noemen. Alle schijnwerpers staan erop gericht. Heel de wereld kijkt mee hoe dit gaat: CO2 vanuit de havenindustrie onder de zeebodem opslaan. Het compressorstation op de Maasvlakte heeft in het Porthos-project een centrale rol, om de afgevangen CO2 op druk te brengen voor verder transport naar de uitgeproduceerde gasvelden waar het wordt opgeslagen. Het is waanzinnig dat wij hier een rol in kunnen spelen”, zegt Jeroen Michiels, salesmanager CCS bij Everllence. Hij houdt zich bij het bedrijf bezig met CCS-gerelateerde projecten en CO2-compressie. Binnen Everllence – dat deel uitmaakt van Volkswagen en eerder MAN Energy Solutions heette – is CCS een aparte divisie. Everllence ontwerpt en produceert onder andere industriële compressoren, warmtepompen, stoomturbines en scheepsmotoren. Everllence bedient klanten in de industrie, energie- en maritieme sector. “Service is uitermate belangrijk voor Everllence. Daarom beschikken wij wereldwijd over meer dan honderdveertig servicecentra. Daarnaast heeft Everllence negen fabrieken”, vertelt hij.
Everllence richt zich niet op het afvangen van CO2, maakt Michiels duidelijk over de CCS-gerelateerde diensten die Everllence biedt. “Wel doen wij de rest, onze oplossingen dragen bij aan het het comprimeren, transporteren, expanderen en injecteren van de CO2. Aan het beginpunt van de CO2-waardeketen staat de ‘emitter’, de fabriek die CO2 uitstoot. Zo’n emitter heeft een vraagstuk, na het afvangen van de CO2, waarover wij samen met onze klant in gesprek gaan. Het is onder meer belangrijk te weten om hoeveel CO2 het gaat, wat de uitgaande druk is, de temperatuur en de samenstelling van het gas. Dit heeft allemaal impact op hoe je een compressor engineert. Als er veel water of zuren in het gas zitten, kan er corrosie ontstaan. Dat beïnvloedt de keuze voor het materiaal. Ook kun je drogers plaatsen om het water eruit te halen.”

De RG 28-6-compressor van Everllence
Het bedrijf bouwt al sinds 1977 integrally geared centrifugale compressoren (RG). “Die ontwikkelen wij continu. Bij onze fabriek in Berlijn beschikken wij over een testcentrum, waar wij compressoren voortdurend blijven ontwikkelen en verbeteren”, legt Michiels uit. De compressoren van Everllence staan als robuust en efficiënt bekend. Ze hebben hun waarde door de jaren heen bewezen, zegt hij. “In totaal hebben onze compressoren 200 miljoen ton CO2 gecomprimeerd en meer dan 1 miljoen bedrijfsuren gedraaid. Wij hebben dus enige ervaring met dit type compressor”, zegt hij. Dat blijkt wel uit de inzet van RG-compressoren voor het Shell Quest-project in Canada. Uit een rapportage van de klant blijkt dat de compressoren een beschikbaarheid van 98,7 procent hebben. “Dat is inclusief onderhoud; extreem hoog dus. Ook hebben we compressoren geleverd voor het compressorstation van het Northern Lights-project in Noorwegen. Je ziet dat steeds meer Europese bedrijven daar CO2 willen opslaan. Een derde, toekomstig interessant project is in Indonesië, waar wij onze grootste compressor ooit plaatsen voor een enhanced gas recovery-project.”
Everllence kwam als winnaar uit de bus bij een tender die Gasunie namens Porthos uitzette voor het leveren van compressoren voor het compressorstation van Porthos. Dit was een elf jaar durend traject. “Wij hebben drie RG 28-6-compressoren geleverd, inclusief het motoroliesysteem, de piping en het controlesysteem. Onder onze supervisie zijn deze geïnstalleerd. ‘28’ staat voor de diameter van de eerste trap en ‘6’ voor het aantal trappen. Eigenlijk kun je een compressor als een grote tandwielkast zien, waarin een flinke bull gear – een tandwiel – draait. Daarop liggen pinions, met aan het eind een impeller, het compressorgedeelte, in een slakkenhuis. Het draaien wordt zo uitgemeten dat de pinions de juiste snelheid hebben om de CO2 op de juiste druk te brengen en zo te comprimeren.” Net als bij een hogedrukreiniger thuis wordt dit warm. Daarom staan om de compressoren koelers opgesteld. “Er wordt trap voor trap gecomprimeerd”, zegt Michiels hierover. “De compressor inclusief Balance of Plant meet ongeveer 17 bij 18 meter en is dus aardig groot. Samen met de piping en koelers staat het gebouw dus goed vol.”

Eerdere bouwwerkzaamheden aan het compressorgebouw (foto: Porthos/Danny Cornelissen)
De compressoren zullen de CO2 van 30 naar 180 bar brengen, wat nodig is voor transport en opslag in uitgeproduceerde gasvelden, zo’n 3,5 kilometer onder de zeebodem van de Noordzee. “Als het systeem op vol vermogen draait, is de CO2 in een superkritische fase. Het is niet vloeibaar en niet gasvormig, maar zit er tussenin. Dat is ideaal voor vervoer over lange afstand”, aldus Michiels. Jaarlijks kan via het netwerk van Porthos 2,5 miljoen ton CO2 worden opgeslagen. Het lege gasveld onder de zeebodem biedt ruimte voor in totaal 37,5 miljoen ton CO2. Het CCS-project Aramis wordt nog groter. Naar verwachting zou de CO2-transportinfrastructuur 22 miljoen ton CO2 per jaar naar de opslagvelden kunnen brengen. Porthos en Aramis kunnen samen meer dan 50 procent van de CO2-uitstoot van alle Nederlandse industrie opslaan.
Op de vraag of de compressoren innovatieve kenmerken hebben, antwoordt Michiels: “Het begint al met de geavanceerde productie van de RG-compressoren. Dankzij R&D werken wij voortdurend aan het verder verbeteren van de efficiency, betrouwbaarheid en prestaties. Onze producten zijn oerdegelijk en wij ontwikkelen voortdurend door om die nog efficiënter, zuiniger en betrouwbaarder te maken. Normaal gesproken passen wij carbon seals toe bij compressoren. In dit geval is in samenspraak met Porthos hoge standaarden gekozen voor dry gas seals gekozen, die zelf meer emissiearm en betrouwbaar zijn. Verder bieden wij geavanceerde monitoring en beveiliging. Wij kunnen precies zien wat er gebeurt en wanneer onderhoud nodig is. Stilstand willen wij absoluut voorkomen. Voor de continue doorstroom zijn twee compressoren nodig; er is voor een derde compressor gekozen om continuïteit te bieden.”
Duurzaamheid en veiligheid zijn integrale onderdelen van het project. Michiels: “Voor Porthos is het belangrijk te laten zien dat er alles aan wordt gedaan om CO2 veilig en duurzaam op te slaan. Wij moeten ook aan die eisen voldoen. Zo hebben wij samen met Porthos en Gasunie voor dry-gas seals gekozen. Deze bieden een optimale verzegeling die CO2-uitstoot voorkomt.” Inmiddels [dit interview vindt in april plaats, red.] is de compressor geplaatst en werken monteurs van Everllence aan het aansluiten van de koelers, piping en het controlesysteem. “Een van de uitdagingen van dit project is dat er veel partijen bij zijn betrokken. Wij zijn in 2024 met de werkzaamheden begonnen. Gedurende dit proces voer je doorlopend gesprekken als er tegen iets wordt aangelopen en je zaken moet wijzigen of verbeteren. Dit heeft ook weer impact op andere toeleveranciers. De planning is strak. Wij liggen op schema en zullen daarvoor op tijd klaar zijn.”
Porthos is een samenwerkingsverband van Gasunie, Energie Beheer Nederland (EBN) en Havenbedrijf Rotterdam.
Bij Everllence ligt de lat hoog: het bedrijf streeft ernaar ‘wereldkampioen decarbonisatie’ te worden. “Wij willen ervoor zorgdragen dat in 2030 de wereldwijde uitstoot van CO2 met tien procent wordt verminderd door onze oplossingen. In alles wat wij doen is daarom duurzaamheid essentieel. Porthos is voor ons een sleutelproject in die strategie”, vertelt Rogier de Bakker, new business development & strategy manager bij Everllence. “In al onze fabrieken gebruiken wij groene stroom. Wij hadden als doel om onze fabrieken in 2030 voor 50 procent CO2-neutraal te maken. Dat gaat meer dan voorspoedig; inmiddels zitten wij al op bijna 80 procent.”

Foto: Porthos/Danny Cornelissen