Selecteer Pagina

Weg met de ‘Klassieke Mainport’!

door | 1 feb, 2026

Twee richtinggevende documenten over de toekomst van de Rotterdamse haven kwamen eind 2025 uit: het rapport Wennink: ‘De route naar toekomstige welvaart’ en de ‘Havenvisie Rotterdam’. Het Rapport Wennink is in mijn krant (NRC) uitgebreid besproken, maar wisselend ontvangen. De Havenvisie is genegeerd. 

Tekst: Bart Kuipers

Wenninks vier hoofdlijnen van actie – versnel vergunningverlening en versimpel regels, talentontwikkeling, zorg voor betaalbare, betrouwbare energie en versterk de economische infrastructuur – en de keuze voor productiviteitsgroei als enige duurzame manier om welvaart, lonen en publieke voorzieningen overeind te houden onderschrijf ik. Opvallend is dat Europa bij Wennink geen rol speelt in zijn route naar toekomstige welvaart. Hij stelt een strikt nationale aanpak voor en werkt Draghi’s advies niet verder uit. Voor de haven betekent dat geen samenwerking met Antwerpen of Duitse chemieclusters bijvoorbeeld. 

Dat wat in de Havenvisie in het hoofdstuk ‘Van visie naar realiteit’ staat beschreven komt grofweg overeen met Wenninks hoofdlijnen. Publiek-private investeringen zijn in beide documenten belangrijke randvoorwaarden voor versterking van het investeringsklimaat, evenals de noodzaak Nederland van het stikstofslot af te halen. Wennink besteedt aandacht aan Mainport Rotterdam – een term waar het havenbedrijf nu echt afscheid van heeft genomen. Hij spreekt zelfs over de ‘Klassieke Mainport’ en komt met de open deur: ‘Transformeer de mainports als motor van onze economie’. Hoe? Door zeewaartse uitbreiding: een Derde Maasvlakte als richtinggevend project, en door versterking van achterlandverbindingen. Ik kreeg hier last van een déjà vu – of beter: een herbeleving. Deze klassieke aanbevelingen zijn een teleurstelling als ik Wenninks rapport met een havenpet op lees.

Er is een belangrijk verschil tussen Wennink en de Havenvisie. Wennink schrijft dat de economische infrastructuur in ons land naast Mainports en Brainport wordt gedragen door verschillende innovatie-ecosystemen, zoals Chemelot, Leiden Bioscience Park en Wageningen Food Valley campus. Campussen zijn de brandpunten waar onderzoek en industrialisatie samenkomen. Het Rotterdamse haveninnovatie-ecosysteem noemt Wennink niet, evenmin als de Erasmus Universiteit. Het haveninnovatie-ecosysteem is dus te onbeduidend voor Wennink. Dat ondanks het feit dat het havenbedrijf al sinds de Havenvisie 2020 (2004) aandacht aan innovatie in de strategievorming besteedt. Ook in de vorige Havenvisie (2019) was innovatie een prioriteit: “De ambitie van internationaal leiderschap vraagt om een innovatie-ecosysteem waarin alle componenten van wereldklasse zijn”, stond te lezen. Maar in hoeverre dit innovatie-ecosysteem daadwerkelijk heeft gefunctioneerd en in hoeverre de componenten echt van wereldklasse zijn is onduidelijk – ook voor Wennink blijkbaar.

Niettemin wordt ook in de nieuwe Havenvisie veel verwacht van de impact van innovatie op de haven – al wordt ook gesteld dat het innovatieklimaat verbeterd moet worden. De wijze waarop men dat mogelijk wil aanpakken stemt niet optimistisch, want weinig concreet. Extra investeren, betere samenwerking met bedrijfsleven, ruimte, een campus van de TU Delft en het aantrekken van hoofdkantoren naar Rotterdam. Zouden BP, BASF of Bayer al zijn benaderd? Wellicht beginnen met Boskalis? 

Mijn visie is dat de Rotterdamse haven minder Mainport en meer Brainport moet worden – dat had ik ook minstens van Wennink verwacht. Zowel het havenbedrijf als de verantwoordelijken voor de uitwerking van Rapport Wennink moeten nog eens goed nadenken over haveninnovatiebeleid. 

 

Nieuwsbrief

Wekelijks het laatste Rotterdamse industrienieuws direct in je inbox? Meld je dan nu aan en blijf zo op de hoogte!

Bedankt voor het aanmelden. Veel leesplezier!