Richard Zandijk
Op een realistische manier aan de ATEX-regels voldoen. Dus niet theoretisch, maar echt vertaald naar explosieveiligheid in de praktijk. Dat is waar Richard Zandijk van Atex-Nederland elke ochtend zijn bed voor uitkomt. “Mijn doel is mee te denken in praktische en betaalbare oplossingen waarin minimalisering van de zonering en een veilige werkomgeving hand in hand gaan.”
Tekst: Heleen van der Maas
Atex-Nederland, in 2017 opgericht door Zandijk, houdt zich bezig met ATEX-vraagstukken in de breedste zin van het woord. Van petrochemie tot bakkerij, van houtzagerij tot voedingsindustrie, van farmaceutische industrie tot defensie. “Aan de ATEX-wet- en regelgeving voldoen is belangrijk en verplicht, maar werknemersveiligheid is natuurlijk het belangrijkste.”
Zandijk: “In Nederland bestaan verschillende ATEX-richtlijnen. De meest toegankelijke is de NPR 7910. Die is gemaakt om gemakkelijk en snel een zone-indeling te maken. Maar deze richtlijn is heel conservatief. Dus je krijgt een enorm groot, vaak onnodig explosiegevaarlijk gebied waar je allerlei maatregelen moet treffen. Werknemers kunnen er bijvoorbeeld niet met hun gangbare telefoon of portofoon lopen, en moeten speciale werkkleding dragen. Boven de NPR ligt de IEC-norm. Deze norm is weliswaar veel complexer, maar je kunt op basis van berekeningen de ATEX-zones vaak wel met een factor 10 reduceren.”
De aanpak van Atex-Nederland heeft als groot voordeel, dat er bijvoorbeeld op locaties die de NPR als explosiegevaarlijk bestempelt, volgens de IEC-norm wel heftrucks en vrachtwagens kunnen rijden. Zandijk: “Voor een multinational in de chemie hebben we de zones bijvoorbeeld kunnen terugbrengen van veertien naar één meter. Ook hebben we voor de analyzer huisjes met een waterstofaansluiting, de zones ruim kunnen verkleinen. Grote ‘papieren’ ATEX-zones worden zo klein en realistisch.”
Wanneer bedrijven te maken hebben met een stof of poeder waarvan de eigenschappen onbekend zijn, neemt Atex-Nederland een monster dat in een laboratorium wordt getest op explosiviteit en brandbaarheid. Dat geeft duidelijkheid of er wel of geen ATEX-regime nodig is. Daarnaast is Atex-Nederland gespecialiseerd in de PGS-richtlijnen voor opslag, transport, productie en gebruik van gevaarlijke stoffen. “We geven advies over hoe aan de richtlijnen kan worden voldaan, of doen een analyse van het huidige beleid omtrent gevaarlijke stoffen met indien nodig advies over wat er nodig is om aan de PGS-richtlijnen te voldoen.’

Zandijk: “Aan waterstof zit een hoog explosiegevaar vast.”
Atex-Nederland wordt onder andere veel gevraagd voor pipeline control. Zandijk: “Pijpleidingen waar brandbare stoffen en gas doorheen worden getransporteerd, lopen doorgaans onder de grond maar komen op een gegeven moment toch aan de oppervlakte. Op die plekken kunnen we op basis van berekeningen de explosiegevaarlijke zones minimaliseren. Datzelfde geldt voor grote opslagtanks. Bijvoorbeeld de veiligheidskleppen van een opslagtank hebben een ATEX-zone in verband met de kans op explosie en implosie. De grootte van de wolk die vrijkomt als bijvoorbeeld een klep afblaast, kan berekend worden om er een realistische ATEX-zone aan vast te kunnen hangen.”
Bij turnarounds adviseert Atex-Nederland over hoe de procedure er qua veiligheid er het beste uit kan zien. Uiteraard weer vanuit een realistisch perspectief. “Stops duren vaak relatief kort maar er zijn wel veel mensen bij betrokken. Pas had ik een klant die op mijn advies reageerde met ‘ja maar, het is maar tijdelijk’. Daarop reageerde ik met ‘stel dat ik bij jou aangeef dat ik op de bouwplaats nog eventjes wat moet pakken en maar even geen helm opzet, want het is maar tijdelijk. En, er valt toevallig iets op mijn hoofd. De arbeidsinspectie reageert dan met: ‘Meneer, u had uw helm op moeten zetten.’ Ook al is het maar tijdelijk, zo werkt veiligheid nu eenmaal. Een ongeluk zit in een klein hoekje.”
Zandijk merkt dat vanuit de industrie de ATEX-vraagstukken rondom waterstof flink toenemen. “Waterstof als duurzame brandstof zit natuurlijk enorm in de lift. Maar aan waterstof zit wel een hoog explosiegevaar vast. Het waterstofmolecuul is allereerst heel klein. Dat vergroot het risico op lekkage. Daarnaast moet je rekening houden met waterstofbrosheid van metalen. Dat vereist een aparte kijk op de installatie. Verder is waterstof reukloos. En als het brandt, is de vlam, die trouwens twee keer zo heet is als een propaanvlam, onzichtbaar.”
Daarnaast adviseert Atex-Nederland de koelsector over veiligheid. Van verplichte RIE’s voor explosiegevaarlijk R290 (propaan) tot specialistische expertise in PGS-13 voor ammoniakinstallaties. Zo wordt de technische compliance en veiligheid geborgd.
Zandijk komt altijd persoonlijk een dag langs om te kijken naar de installatie. Eenmaal aan de slag, gaat hij elk installatiedeel af om het explosiegevaar te bepalen en de bijbehorende ATEX-zone te omschrijven. Vervolgens wordt deze informatie helder in beeld gebracht op een wettelijk verplichte zoneringstekening, aangevuld met detailtekeningen en zijaanzichttekeningen. “Daarbij kunnen we vanuit een achtergrond in elektro- en procestechniek betaalbare oplossingen adviseren waarmee een ATEX-zone aan de wet- en regelgeving voldoet én veilig is voor de mensen die er werken. Kortom, een persoonlijk en een kloppend advies op maat.”