
We zijn de afgelopen jaren doodgegooid met voorspellingen dat AI een revolutie betekent voor de Rotterdamse haven. Het laat de huidige vijftigduizend banen in de zakelijke, havengerelateerde dienstverlening gevoelig afnemen, gaat een oplossing bieden voor netcongestie door de opkomst van AI-gedreven energie-communities die de vraag naar energie van bedrijven onderling afstemmen, gaat de productiviteit van de containeroverslag dramatisch laten toenemen door toepassing van ‘reinforcement learning’: de lerende terminal, gebaseerd op training door de overvloed aan historische data – ik kan nog wel even doorgaan met AI-beloftes.
Tekst: Bart Kuipers
Nieuw is de mogelijke komst van een ‘AI-fabriek’ in de haven. Na de Eemshaven en de haven van Amsterdam komt mogelijk ook een groot datacentrum in de Rotterdamse haven. Een AI-fabriek is net wat anders dan een datacenter als ik het aan Claude.ai vraag. Het kan inderdaad een ‘klassiek’ datacentrum zijn vol met rekenkracht van Nvidia-chips, maar kent ook een tweede betekenis. De AI-fabriek kan een supercomputer zijn voor trainen en ontwikkelen van AI-toepassingen, ingebed in een expertisecentrum waar bedrijven en onderzoekers samenwerken aan nieuwe modellen en toepassingen. Zo’n fabriek wordt inmiddels in de voormalige tabaksfabriek van Niemeyer (Samsom-sjek) in Groningen gebouwd. Belangrijk doel is strategische autonomie: Nederland en de EU minder afhankelijk maken van Amerikaanse en Chinese techbedrijven door zelf te investeren in AI-infrastructuur, gebouwd op publieke waarden zoals duurzaamheid, transparantie en samenwerking. Claude besluit zijn toelichting dan met: “Gezien je werk aan Nederlandse regionale ontwikkeling en industriële transitie: dit past in hetzelfde patroon als de energie- en havenprojecten die je onderzoekt – nationale/regionale investering in strategische infrastructuur, deels gedreven door de wens tot digitale/technologische autonomie ten opzichte van de VS en China.” Schokkend dat Claude een eigen mening over mij ventileert. Wat vindt hij nog meer?
Terug naar de haven. De plannen voor de AI-fabriek blijken om een klassiek datacentrum te gaan en niet om de Groningse variant. De initiatiefnemer wil Rotterdam het Europese hart voor AI-berekeningen maken, zo lees ik in de Volkskrant, en spreekt van een AI-gigafabriek met een beoogde energievraag tot 800 megawatt. Ook hij spreekt over digitale soevereiniteit en economische weerbaarheid van Nederland en de EU, maar gaat wel Nvidia-chips gebruiken. De voormalige Rotterdamse wethouder Barbara Kathmann (Pro) is (onder voorwaarden) groot voorstander: “Rekenkracht is het nieuwe goud.” Het havenbedrijf maakt nog voorbehoud voor wat betreft de energievraag maar het complex is in principe welkom. De initiatiefnemer noemt ook verdienvermogen en voorziet miljarden omzet en miljoenen belastinginkomsten. Daarmee past dit initiatief rechtstreeks in het advies van de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (2016), dat haar rapport ‘Mainports Voorbij’ besloot met de aanbeveling om de haven te verbinden met andere clusters, zoals digitale, en de ‘Rode loper’ uit te leggen voor buitenlandse tech-investeerders – in een tijd dat we nog heel anders over big-tech en de VS dachten.
Ik blijf een ongemakkelijk gevoel houden over de impact van de AI-gigafabriek op het energiesysteem – net als ook het havenbedrijf -, op de watervraag, op de beperkte werkgelegenheid, op de mate van havengebondenheid en op het mogelijk barsten van de AI-bubbel. Kortom: hou de rode loper nog maar even in de kast.