
In 2025 werd ik gevraagd om zitting te nemen in de Cruise Policy Board Rotterdam vanwege mijn verleden als korpschef van de politie Rotterdam. Een eervol verzoek dat ik niet kon weigeren.
Tekst: Frank Paauw
Zo was ik terug in Rotterdam, de stad waar ik mij altijd thuis heb gevoeld en die ik bewonder om haar mentaliteit van: “Dat regelen we wel.”
Maar wat ik de afgelopen maanden ook heb ervaren, is een gebrek aan liefde voor de haven en aan gevoel voor urgentie bij alles wat daarmee samenhangt. Alsof het vanzelfsprekend is dat we nog steeds de twaalfde haven van de wereld zijn en de grootste van Europa.
Wat mij vooral opviel, zijn de trage molens van de overheid, de veelheid aan regels, het ontbreken van een meerjarig investeringsperspectief en het gebrek aan daadkracht om de achteruitgang te stoppen, laat staan te keren. Daarnaast wordt in discussies vaak voorbijgegaan aan het feit dat alternatieven om uitstoot en vervuiling te verminderen om uiteenlopende redenen nog onvoldoende in staat zijn om aan de huidige vraag te voldoen.
Zonder een realistische overgangsperiode dreigen zowel de maatschappij als het bedrijfsleven vast te lopen. En als de economie stagneert, komt ook het kapitaal dat nodig is om de transitie te financieren steeds verder onder druk te staan. Gratis geld bestaat immers niet.
Maar om de haven te vergroenen, te vernieuwen en toekomstbestendig te maken, is geld nodig. Minstens zo belangrijk zijn echter gevoel voor urgentie en liefde voor die haven, die Rotterdam wereldwijd zo bekend en gewaardeerd hebben gemaakt. In de zeventien jaar dat ik deel uitmaakte van de korpsleidingen en driehoeken van Den Haag, Rotterdam en Amsterdam, ben ik achteraf bezien alleen maar meer gecharmeerd geraakt van die Rotterdamse mentaliteit van: “Dat fiksen we wel even.”
De waarde van deze toegangspoort tot Europa en alles wat daarmee samenhangt, inclusief de cruisebusiness, die eveneens grote stappen zet door op korte termijn alle schepen van walstroom te voorzien, moet nadrukkelijker worden geagendeerd, gepositioneerd en gewaardeerd. Alleen zo voorkomen we dat we verder afdalen op de ranglijst van relevante havens en voorlopers op het gebied van innovatie. Daarvoor is de haven, en alles wat ermee verbonden is, simpelweg te waardevol en te uniek.
Het begint bovendien een beetje op een nieuwe Dutch disease te lijken: het onvoldoende waarderen of zelfs laten versloffen van zaken die Nederland groot en belangrijk maken in de wereld. Dat zou minder problematisch zijn als de alternatieven al klaarstonden binnen een meerjarig perspectief dat verder reikt dan één college- of kabinetsperiode. Toch dringt zich steeds weer dezelfde gedachte aan mij op: oude schoenen moet je niet weggooien voordat je nieuwe hebt.
Daarom deze oproep, als relatieve buitenstaander, voor de Rotterdamse haven:
Urgentie en liefde.
Frank Paauw is bondsvoorzitter bij de KNVB