Multi-siteomgevingen binnen kapitaalintensieve industrieën beschikken over een ongelooflijk verbeterpotentieel in hun maintenance en assetmanagementprocessen. Dit stelt Remco Jonker, partner en consultant bij Mainnovation, adviesbureau op het gebied van maintenance & asset management.
Tekst: Heleen van der Maas
Mainnovation, opgericht in 2000, heeft een eigen methodologie ontwikkeld waarmee het belang van maintenance & assetmanagement in relatie tot de marktvraag, in financiële waarde kan worden uitgedrukt; Value Driven Maintenance & Asset Management, kortweg VDMXL. Jonker: “Wij calculeren met VDMXL waar de meeste economische waarde ligt. De vier waardedrijvers die we daarin analyseren zijn kostenreductie, uptime-verhoging, veiligheidsverbetering en levensduurverlenging. Vervolgens gaan we op basis daarvan optimaliseren zodat een technische dienst groeit van kostenpost naar een professionele organisatie die continu waarde toevoegt aan het bedrijfsresultaat.”
Jonker, al 25 jaar betrokken bij Mainnovation, is specialist in het verbeteren van maintenance & assetmanagement bij multi-siteomgevingen. Het verbeterpotentieel dat hij daar op internationaal niveau constateert is groot. “Productielocaties kunnen onderling enorm veel van elkaar leren, maar dat gebeurt in veel gevallen te weinig. Vaak is kennis volop aanwezig, maar die wordt niet gedeeld. Als we dit in een verbeterproject constateren, zorgen we voor een infrastructuur waarmee cruciale kennis of het slim implementeren van een nieuwe werkwijze gedeeld kan worden.”
“Wat je ook vaak ziet”, vervolgt Jonker, “is dat er nog veel bedrijven zijn met sites waar verschillende IT-systemen – zoals enterprise assetmanagement-systemen – in gebruik zijn. Die sites werken meestal allemaal op hun eigen manier. Dat betekent dat ze niet allemaal dezelfde technische taal spreken en iedereen zijn eigen definities heeft. Dus daar zit ook ruimte voor verbetering. Dan is ons advies om te beginnen met standaardiseren door het onderhoud, asset management en de werkprocessen over sites heen te beschrijven, die vervolgens te vertalen naar het IT-systeem en op basis daarvan te gaan verbeteren. Want dan spreekt men immers dezelfde taal.”

Remco Jonker
Naast de kansen die er liggen om snel verbeterslagen te maken, identificeert Jonker de uitdagingen. “Zoals de taalbarrière die gelukkig steeds meer wordt geslecht door AI. Maar ook het verschil in de cultuur die afhankelijk is van het land waar de site zich bevindt, kan variëren van directief tot coöperatief en alle vormen daartussenin. En vergeet de diversiteit in marktomgevingen niet.”
De aanpak van Mainnovation in dergelijke projecten start met de formulering van een toekomstvisie in samenwerking met de centrale organisatie en vertegenwoordigers van de lokale sites. Vervolgens wordt elke site doorgelicht met een groei-analyse, ook wel nulmeting genoemd. “Daarin benchmarken we kwantitatief en kwalitatief ten opzichte van de gewenste situatie”, legt Jonker uit. “Waar zou je je op moeten focussen? Waar liggen de knelpunten, sterke punten en verbeterpunten? Dan maken we samen met de lokale organisatie een implementatieplan waarmee de site vanuit zijn eigen startpunt kan toewerken naar de gewenste situatie. De grootste uitdaging is namelijk niet het ontwikkelen van standaarden, maar ervoor zorgen dat locaties zich eigenaar voelen van de verandering. Je moet je aanpak afstemmen op de lokale cultuur.”
Een change agent van Mainnovation ondersteunt de lokale site met boots on the ground zodat het niet bij plannen en goede voornemens blijft. Jonker: “Dat doen we kortcyclisch met sprints kort op de bal. Elke cyclus bestaat uit drie doelgerichte sprints van een maand. Op die manier creëren we balans tussen kwaliteit, verankering en kosten.” Afhankelijk van factoren als het type bedrijf, de cultuur en de gesproken taal, wordt een Mainnovation-collega ingeschakeld. “Naar een Franstalig bedrijf neem ik bijvoorbeeld een Franse of Belgische collega mee die als change agent wordt ingezet om de mensen die het implementatieplan gaan uitvoeren in hun eigen taal te kunnen coachen.”
Om snel goed zicht te hebben op hoe een organisatie presteert, beschikt Mainnovation over een eigen benchmark-platform. Jonker: “Multi-site benchmarking vergelijkt de prestaties van locaties onderling én met meer dan duizend organisaties in de markt. Zo kunnen we realistische doelen stellen bijvoorbeeld op het gebied van kosten en beschikbaarheid.” En Mainnovation gebruikt nog andere tools die helpen te versnellen. “Bijvoorbeeld een standaard procesblauwdruk die de processen linkt aan de organisatie- en IT-systemen, waardoor de implementatie van EAM-systemen en uiteindelijk de standaardisering veel sneller verlopen. Maar ook een KPI-dashboard waarmee je kunt volgen op welke punten je on track bent en waar een tandje moet worden bijgezet.
“Onze mensen zijn trouwens ook versnellers”, benadrukt Jonker tot slot. “Door zowel hard core consultants als ex-maintenance managers en ex-reliability engineers als change agents in te zetten, combineren we conceptueel denk- en innovatieniveau met implementatiedaadkracht en realiteit. Bij bedrijven zoals Cargill, DS Smith en Royal FrieslandCampina, waar we recent aan dergelijke verbeterprojecten hebben gewerkt, hebben we daar zeer goede resultaten mee bereikt.”
