Volgens een artikel over een recente studie op de site van De Ingenieur zou het herintroduceren van zeppelins een sneller en milieuvriendelijker alternatief kunnen zijn voor de scheepvaart. In ieder geval bij het transport van waterstof, de beoogde energiebron van de toekomst.

De ecologische voetafdruk van de transportsector kan een stuk kleiner door weer met zeppelins te gaan vliegen. Ook voor het vervoeren van waterstof is het decennia geleden in onbruik geraakte luchtschip uitermate geschikt, stellen onderzoekers.

Het voordeel van de zeppelin is dat die sterk profiteert van bestaande straalstromen, sterke winden die van west naar oost waaien op circa tien kilometer hoogte. Een zeppelin in zo’n straalstroom heeft nauwelijks eigen energie nodig om van A naar B te komen, schrijven de onderzoekers in een onlangs verschenen publicatie in het wetenschappelijke blad Energy Conversion and Management. Een extreem laag brandstofverbruik betekent ook dat een zeppelin weinig COuitstoot.

De straalstroom waait altijd dezelfde kant op met een gemiddelde snelheid van circa 165 kilometer per uur. Varend op die stroom zou een zeppelin op het noordelijk halfrond in zestien en op het zuidelijk halfrond in veertien dagen de wereld rond kunnen vliegen. Dat is aanzienlijk sneller dan de bestaande scheepvaartroutes, stellen de onderzoekers van het International Institute for Applied Systems Analysis(IIASA) in Oostenrijk.

Het gebruikmaken van de straalstroom heeft wel een nadeel, erkennen de onderzoekers. Van New York naar Amsterdam vliegen is eenvoudig, maar hoe komt het luchtschip weer terug? Voor dat doel zouden er zonnecellen op de zeppelin moeten worden geplaatst, stellen ze, maar ook zou een deel van de in de waterstof opgeslagen energie kunnen worden gebruikt om tegen de wind in te vliegen.

 De zeppelin is daarnaast een geschikt middel om waterstof te vervoeren, schrijven de onderzoekers, en zo een duurzame waterstofeconomie op gang te helpen. Duurzame energie kan worden omgezet in waterstof en zo voor langere termijn worden opgeslagen. Probleem is echter dat waterstof pas bij -253 °C vloeibaar wordt. Die extreme koeling vreet energie: ongeveer 30 procent van de opgeslagen energie, waarbij nog eens 3 procent verloren gaat bij transport van vloeibare waterstof.

Gebruik van zeppelins zou het koelen overbodig maken, stellen de onderzoekers. De grote luchtschepen kunnen de waterstof in gasvorm vervoeren in de grote luchtzak. Eenmaal op de bestemming aangekomen kan de vracht worden uitgeladen, samen met 60 tot 80 procent van de waterstof. Dan zou er nog voldoende waterstof in de zeppelin overblijven om weer op te kunnen stijgen en leeg terug te vliegen.

Ook het koelen van waterstof kan aan boord van een zeppelin overigens veel efficiënter dan op de grond. Omdat in de straalstroom toch al een temperatuur heerst van -50 tot -80 °C, is er veel minder energie nodig om de waterstof te koelen tot  -253°C, schrijven de onderzoekers. Die energie kan bovendien eenvoudig uit de waterstof zelf worden gehaald.  

Om de kans op een waterstofexplosie te minimaliseren, stellen de wetenschappers, zou de hele operatie moeten worden geautomatiseerd. Aanlegsteigers moeten op afgelegen plekken worden aangelegd. Daarnaast moeten de vluchtroutes zo worden uitgestippeld dat drukke steden worden vermeden. Gaat het dan toch mis, dan is het risico op slachtoffers op de grond beperkt.

Begin twintigste eeuw raakte de zeppelin in zwang voor langeafstandsvervoer van vracht en passagiers. De bloeiperiode van het vervoermiddel duurde echter niet lang. Belangrijkste redenen voor de teloorgang: de opkomst van veel snellere vliegtuigen, het gebrek aan accurate weersvoorspellingen en het verongelukken van de Hindenburg. Die vloog in 1937 bij het aanmeren in de Verenigde Staten na een trans-Atlantische vlucht voor het oog van de camera in brand, wat 36 mensen het leven kostte. 

Sindsdien zijn de weersvoorspellingen veel beter geworden en ook in de materiaalwetenschappen zijn grote stappen voorwaarts gezet, wat de kans op ongelukken heeft gereduceerd. De zeppelin wordt daardoor steeds vaker weer genoemd als mogelijk alternatief voor de huidige, vervuilende middelen van vrachttransport.

De transportsector neemt wereldwijd ongeveer een kwart van de CO2-uitstoot voor zijn rekening. Circa 3 procent daarvan wordt veroorzaakt door vrachtschepen, maar die uitstoot zal tot het jaar 2050 fors toenemen, zo is de verwachting.

“Luchtschepen hebben de maatschappij in het verleden een grote dienst bewezen”, stelt onderzoeksleider Julian Hunt in een persbericht. “In ons artikel tonen we aan dat moet worden overwogen om de luchtschepen weer rond te laten vliegen, juist met het oog op de maatschappelijke opgaven van nu.” Een volledig duurzame wereld zou met de herintroductie van de zeppelin in ieder geval een stukje dichterbij komen, stelt Hunt. De foto is afkomstig van de site van De Ingenieur, credit: Depositphotos