Begin januari had ik de eer en het ware genoegen om tussen alle Havenmannen (en een mevrouw de Havenman) bij de speech van kersvers havenman Pieter van Oord te zijn. Een jaar lang Jong Haventalent van de Rotterdamse haven zijn levert ook een aantal eeuwigdurende voordelen op. Ik denk dat met Pieter van Oord ook dit jaar het verkiezingscollege weer een havenman gekozen heeft waar Rotterdam (en omstreken niet te vergeten) trots op kan zijn.

Door Onno de Jong

Hoewel sommige investeringen in het Rotterdamse laten zien dat ‘fossiel’ op de korte termijn nog niet eindig lijkt te zijn is het goed om concerns als Van Oord hier in de regio te hebben.

Het goede is dat Van Oord een duidelijke ‘en-en’ strategie laat zien. Van Oord heeft bijvoorbeeld het land opgespoten voor het nieuwe offshore center op de Tweede Maasvlakte maar tegelijkertijd is men nog steeds heel actief in de markt voor (offshore) olie en gas. Meebouwen aan windparken maar ook aan gasinfrastructuur in Australië. Zolang de euro van vandaag innovatie in schone energieopwekking van morgen mogelijk maakt is daar natuurlijk niks mis mee.

In eenzelfde categorie valt ook een mogelijke investering van Gunvor in de Rotterdamse raffinaderij om meer gasolie te kunnen raffineren. De veel strengere normen voor zwaveluitstoot van scheepsbrandstof gaan zorgen voor een flinke groei in de vraag naar schonere scheepsbrandstoffen. Is het dan verkeerd dat er investeringen in de Rotterdamse fossiele industrie plaatsvinden? De vorige ronde van grote investeringen door Shell en Exxon waren immers aanleiding voor een (forse) discussie over de wenselijkheid van dergelijke investeringen in het Rotterdamse havengebied.

Met de gemeenteraadsverkiezingen in aantocht is deze discussie opnieuw opgelaaid. Wie is de baas in de haven? Met de motie rond het afbouwen van de kolenoverslag, of in ieder geval het komen tot een strategie voor deze afbouw, werd de verdeeldheid rondom deze vraag weer zichtbaar.

Als je kiest voor een model waar de havenbeheerder op afstand van de (gemeente)politiek geplaatst wordt dan hoort daar ook bij dat deze havenbeheerder zelf kiest met welke partijen zij in zee gaat. Maar een goed aandeelhouder met langetermijnperspectief zou zich juist wel moeten bemoeien met keuzes die de lange termijn van een haven en haar omgeving aangaan. Een overheidsaandeelhouder moet immers niet streven naar ‘maximizing shareholders value’ maar naar een solide rendement, dus met bijbehorende vrijheidsgraden voor de professionals die de haven runnen, maar met aandacht voor de omgeving waarbinnen, in dit geval een haven, opereert.

In verschillende verkiezingsprogramma’s voor de raadsverkiezingen in Rotterdam is er een pleidooi voor terugkeer naar een gemeentelijke dienst. Een gemeentelijke havendienst klinkt misschien charmant maar het risico op een politieke koppeling van niet-gerelateerde dossiers uit haven en stad is dan aanwezig. Dat moet voorkomen worden. Maar een goede discussie over het borgen van korte- en langetermijnbelangen van haven en stad daar moet je voor tekenen. Hopen dat in aanloop naar 21 maart zinnige dingen hierover gezegd worden!