Bij een bezoek aan de Tweede Kamer kom ik in een zaaltje met een podium van tafels in een halve cirkel. Het doet me denken aan een circus, waar de artiesten een podium hebben in de vorm van een hele cirkel. In plaats van de circusartiesten nu centraal achter de tafel een Minister. Links van hem onze volksvertegenwoordigers, rechts van haar een batterij ambtenaren, die met spiekbriefjes of fluisterend achter hun hand de Minister vertellen wat hij/zij moet zeggen. Vanachter de tafels kijken Minister en volksvertegenwoordigers de zaal in waar zo’n honderd burgers hun onderlinge debat met de Minister volgen. Via internet kan de rest van het land zo’n debat ook thuis volgen. Allemaal in het kader van de openbaarheid van onze democratie en het politieke spel van onze volksvertegenwoordigers. Het optreden van sommige hoofdrolspelers doet me soms denken aan een theater, waar het vooral gaat om het vermaak en de gunst van toeschouwers. Het zou moeten gaan om een toch serieuze zaak: de controle door de volksvertegenwoordiging -namens ons als burgers- van de politieke macht, de regering. De circusindeling van de vergaderzalen van de Tweede Kamer draagt er aan bij dat de democratie afglijdt tot een show, waarbij de belangen van de burgers ondergeschikt zijn aan het opgevoerde drama en een wedstrijdje scoren door de politieke artiesten. Ooit begonnen zij hun carrière als volksvertegenwoordigers met mooie idealen. Ook TV debatten tijdens verkiezingen gaan alleen nog om slim scoren en kijkcijfers. Ik begrijp best dat politici zetels in het Parlement en dus stemmen willen winnen, maar om van verkiezingen een soort show te maken, waarbij niet de feiten, maar de simpeler schijn van waarheid gebruikt wordt om te scoren en een meerderheid te winnen in het Parlement, doet ernstig afbreuk aan onze democratie en het aanzien van parlementariërs.

De manier waarop politici elkaar soms proberen af te troeven met slimme en grappige oneliners, maakt hen nog geen goede volksvertegenwoordigers, hooguit slimme debaters. Hypocriet vind ik politici die misbruik maken van de groeiende afkeer bij veel burgers van de politiek, door zich op te stellen alsof ze zelf niet tot de politieke klasse behoren. Soms zie en hoor je politici, die nota bene al vele jaren tot het selecte groepje van parlementsleden behoren, klagen over het gedrag van politici. Eigenlijk hebben ze het over zichzelf, maar helaas is de gemiddelde stemmer dat vergeten als er verkiezingen zijn. De zogenaamde populisten zijn het handigst in dat soort manipulaties van kiezers. Het is een verschijnsel van alle tijden en gebeurt in alle landen. Onlangs las ik een analyse van de verschillende vormen van populisme. Sommigen proberen stemmen te winnen door het volk, de gewone man en vrouw, te beschrijven als slachtoffer van de aan het pluche klevende beroepspolitici. Anderen stellen het volk voor als slachtoffer van een vijand die van buiten of zelfs al van binnen loert op een kans de macht over te nemen. In deze tijd zijn vooral immigranten en vluchtelingen daarbij het doelwit. In het verleden waren het joden en zigeuners. Dit populisme gebruikt nationalistische gevoelens bij een deel van de bevolking. Een mengvorm van beide types populisme komt steeds meer voor. Ook in ons land.

 

Als je de eisen die populisten stellen aan ‘de politiek’  -natuurlijk aan andere politici, nooit aan zichzelf- goed analyseert, zie je dat ze juist onze democratie ondermijnen in plaats van versterken. Een basisvoorwaarde voor democratie is rechtsgelijkheid van alle Nederlanders (de rechtsstaat), ondanks allerlei voor een democratie niet relevante uiterlijke en culturele verschillen. Bij veel populisten loopt dat beginsel gevaar. Bij de rechtsstaat behoren ook rechters, die van de politiek onafhankelijk zijn. Maar populisten willen -als ze de macht krijgen- rechters die niet voldoen aan hún eisen, vervangen door rechters die hún voorkeur hebben. En dus niet onafhankelijk zijn. De creatie van eerste- en tweederangs burgers kan daar een gevolg van zijn en degene die aan de macht is, bepaalt bij welke groep je behoort. De geschiedenis heeft aangetoond dat de democratie bij populisten niet in veilige handen is.

Het zou het aanzien van de politiek verbeteren als volksvertegenwoordigers zich in Kamerdebatten en tijdens verkiezingstijd minder zouden gedragen als circusartiesten, die met populaire kunstjes en clowneske grappen stemmen proberen te winnen om daarmee het bestuur van ons land in handen te krijgen. De volgende stap, van circusartiest naar populist, is klein. Voor de politicus én de kiezer.