De getijdennatuur is met zijn slikken en schorren in de Westerschelde is uniek en van levensbelang voor vissen en vogels. De provincie Zeeland ontwikkelt in het Zeeuws-Vlaamse Baalhoek en Knuitershoek 57 hectare van dergelijke waardevolle natuur.

Dit gebeurt door de aanleg van strekdammen. Fase 1 werd in oktober 2016 afgerond. Vanaf begin april dit jaar zijn de werkzaamheden weer begonnen. In Baalhoek en Knuitershoek worden drie bestaande strekdammen opgehoogd en twee nieuwe aangelegd. Vanwege de dynamiek in de Westerschelde wordt het werk in twee fasen uitgevoerd. In de eerste fase is het fundament gelegd. De komende periode worden bij Knuitershoek hoogwatervluchtplaatsen aangelegd, het strandje opgehoogd en een wandelpad op de meest noordelijke strekdam aangelegd. Tevens komen op deze strekdam zes vishengelsteunen. Bij Baalhoek vinden stortwerkzaamheden plaats om de breedte van de dammen aan te passen en de dammen te profileren. Op deze manier ontstaan er langs de dijken van de Westerschelde meer dan 200 hectare nieuwe slikken en schorren die de kwaliteit van de natuur verbeteren. De strekdammen zorgen namelijk voor de vorming van slikken: stukken grond die overstromen bij vloed en droogvallen bij eb. Een strekdam breekt de watersnelheid, zodat zand kan bezinken. Na elke vloed blijft een sliblaag achter, waardoor de vlaktes ophogen en meer planten en dieren daar hun thuis vinden. Zo draagt dit project bij aan de ontwikkeling van een Westerschelde met mooie natuur. (Archieffoto Rijkswaterstaat)