In onze rotaryclub is van tevoren veel herrie om de stilte. Om ons bezoek aan Kamp Westerbork. Met onze zusterclub uit Brake Unterweser gaan we de stille tocht lopen in dit herinneringskamp. Maar we snappen dat na 69 jaar een gebeurtenis uit de oorlog mensen nog steeds boos kan maken, of verdrietig, of bang, bitter en agressief misschien.

Harm Post

Wat gebeurt er als een bus met Duits kenteken voor komt rijden bij het paviljoen van kampcommandant Gemmeken? Dat oude, groenwitte, houten huis met een stalen hek eromheen. Met camerabeveiliging. Om vandalisme tegen te gaan en te voorkomen dat het een trefpunt van neo-nazi’s wordt. Worden de banden lek geprikt? Wordt de bus bekrast bij het parkeren? Komen er scheldpartijen als mensen merken dat er Duitsers in onze groep meelopen? Dat Duitsers de herdenking van onze slachtoffers willen bijwonen is een mooie stap. Want onze rotaryvrienden mogen we niet aanrekenen wat vorige generaties hebben aangericht.

Langs de route staan 93 zwarte spoorbielzen recht omhoog. ‘Dinsdag 21 juli 1942, Auschwitz, 1.002 personen’ staat er op. Drieënnegentig treinen zijn vertrokken uit Westerbork. Naar Bergen Belsen, Auschwitz, Theresienstadt en Sobibor. In totaal zijn er 102.000 mensen vanuit Westerbork naar de vernietigingskampen getransporteerd. In de laatste trein zat Anne Frank.

Westerbork kent trouwens toch een bijzondere geschiedenis. Na de Kristallnacht, op 9 november 1938, komen er steeds meer joodse vluchtelingen naar Nederland. Kamp Westerbork wordt gebouwd voor de eerste opvang. In de oorlog wordt het een voorportaal van de dood. Al beseft niet iedereen dat, getuige de aanhef van een brief geschreven vanuit het kamp: “Sinds twee dagen ben ik in Drenthe. En morgen gaan we verder.” Als de treinen vanaf november 1944 niet meer kunnen rijden omdat de rails kapot gebombardeerd zijn, proppen de Duitsers bijna vijfduizend man in het kamp. Op 12 april 1945 bevrijden de Canadezen het, maar veel mensen blijven er gewoon wonen. Te verdoofd om te kunnen bedenken waar ze heen moeten. Of kunnen. Doodgemoedereerd stoppen de Nederlandse autoriteiten er dan Nederlandse collaborateurs bij in. En in de vijftiger jaren is het kamp de eerste opvangplek voor de Ambonezen. Die ons in Indonesië zo goed hebben geholpen dat ze daar niet konden blijven. Bizar, deze opeenvolgende kampfuncties.

De stille tocht is uitermate indrukwekkend. In stilte schuifelen, onder fluisterende bomen, vijfduizend mensen naar de opkrullende spoorstaven die het herdenkingsmonument vormen. Schoolkinderen lezen alle namen voor van de kinderen die vanuit kamp Westerbork zijn gedeporteerd. Met tussen elke naam een klokslag. De persoonlijke overdenking wordt uitgesproken door Lous Steenhuis-Hoepelman (1941). In 1943 werd ze in onderduik verraden en kwam als kind zonder vastgestelde naam en zonder papieren op de lijst ‘Unbekannte Kinder’ in het weeshuis van kamp Westerbork. In 1944 werden alle ‘onbekende kinderen’ naar Bergen-Belsen en later naar Theresienstadt gedeporteerd. Daar werd ze in 1945 bevrijd door de Russen. Als ze haar popje ‘Mies’ in de lucht houdt, krijg ik de tranen in mijn ogen. En denk aan mijn schoonvader Henk. Tewerkgesteld in Duitsland, moest hij aan het einde van de oorlog maar zien hoe hij terug kwam naar Apeldoorn. Door een combinatie van wandelen, treinen en reizen per vrachtauto lukte dat. Maar hoe zwaar die rotkoffer ook was, je liet hem niet achter. Het was het enige dat je nog had.

Als ik terugwandel, merk ik aan mijzelf dat ik nog meer Europeaan ben geworden dan ik al was. Dé grote verworvenheid van het verenigd Europa is niet de sociaal-economische integratie. Nee, zeventig jaar geen oorlog in Europa. Dat is de echte verdienste van de Europese eenwording. De EU zou ik een verbond van vrijheid willen noemen.

In stilte loop ik nadenkend terug, het lied van Maarten Peters in mijn hoofd:

 

In stilte staan we hier

onder fluisterende bomen.

Ooit hebben zij gezien

hoe de wereld haar ogen sloot.

 

Iedereen is hier

nieuwe vrienden zijn gekomen.

Om wie jij bent, dit moment

overwint de dood.

 

Door Harm Post, directeur Groningen Seaports