Het is eind maart. Ik werk thuis. Al vele jaren overigens.

Door Jaap Luikenaar

In mijn jaren bij het Havenbedrijf Rotterdam ploft aan het eind van iedere maand het personeelsblad Thuishaven op de deurmat. Belangrijk doel van het blad is om het thuisfront nauwer te betrekken bij het werk van vader of moeder. Met het huidige thuiswerken in crisistijd is die betrokkenheid er nu automatisch. Soms tegen wil en dank.

‘Het kantoor is gesloten, maar ons werk gaat door’, zegt Deltalinqs- directeur Bas Janssen eind maart in het Coronadossier, de digitale virusspecial van Europoort Kringen. ‘Onze IT is gelukkig zo ingericht dat we vanuit huis uit goed kunnen functioneren…’ Mooi beeld: de moderne havenwerker van vandaag werkt thuis. En daarmee is de haven een echte thuishaven. Werk en privé lopen van de ene dag op de andere door elkaar heen. Havenwerk, schoolwerk, huishoudelijk werk. Die mix betekent een ander werkritme, minder concentratie. Bovenop elkaar zitten, op eieren lopen, frustratie. Organiseren is improviseren. Dat lukt de ene dag wat beter dan de andere. Alles gaat met horten en stoten. Een zakelijk gesprek voeren terwijl aan de andere kant van de tafel een bord pap dreigt om te kieperen. Een belangrijk telefoontje, midden in vrije Minecraft-uurtje van je zoon, die het vertikt de geluidsknop wat zachter te zetten. Rust en regelmaat blijkt makkelijker gezegd dan gedaan. Maar het went en – voor wie zich kan neerleggen bij een wat lagere dagelijkse productiviteit – het wordt leuk en leuker. Videovergaderen wordt een hobby en in je Whatsapp-groepje wordt ook flink wat afgelachen.

Zo verweven als haven en thuishaven in deze tijd zijn, zo verweven zijn ook havenbedrijven zelf. Dat is niks nieuws. Neem de stofstromen in de procesindustrie: grondstoffen, hulpstoffen, afvalstoffen, tussenproducten, halffabricaten. In het petrochemisch cluster is alles aan alles gelinkt (‘gelinqt’). Hetzelfde geldt voor bedrijven in de logistieke keten: opslag-distributie-expeditie-transport-overslag: het één bestaat niet zonder het ander. Efficiency en kostenbesparing ten top. Tegelijk vormen al die netwerken en interconnectiviteit in het havenmilieu met al zijn vitale functies een ideale voedingsbodem voor verdere verspreiding van het coronavirus. Gateway Europe is ook Gateway Infected Europe. En daarmee dus kwetsbaar. Een vraag is of al die efficiënte ketens in crisistijd ook voldoende robuust blijken te zijn. Kunnen schokken en verstoringen in de productie voldoende worden opgevangen: door voorraden aan te houden of door levering via alternatieve routes en systemen?

Ondertussen is de lente aangebroken. Met eerste voorzichtige optimistische geluiden van het RIVM dat de besmettingscurve afvlakt. Tijd om vooruit te kijken: hoe verder na de crisis? Keert de wereld van voor corona terug, of gooien we het over een andere boeg? Columnist Bert Wagendorp van de Volkskrant zinspeelde daar al op. Corona wordt volgens hem van een simpel ziekmakertje een instrument op weg naar een andere wereld. Met een andere kijk op onszelf en op alles om ons heen. ‘We staan op een kruispunt’, zo citeert hij een Britse econoom, ‘we kunnen linksaf of rechtsaf, we kunnen streven naar een zo snel mogelijk herstel van de status quo . Of we kunnen de pandemie gebruiken voor een radicale herziening van onze manier van leven.

Hoe was dat na die andere grote crisis? Op YouTube klik ik de tv-toespraak aan van minister-president Joop den Uyl tijdens de oliecrisis uit 1973/74. Met benzinebonnen en autoloze zondagen. Econoom Den Uyl: ‘We zullen ons blijvend moeten instellen op een levensgedrag met een zuiniger gebruik van grondstoffen en energie. Daardoor zal ons bestaan veranderen. Bepaalde uitzichten vallen daardoor weg, maar ons bestaan hoeft er niet ongelukkiger door te worden.’ Woorden van bijna vijftig jaar geleden.

Ook de coronacrisis leert dat het anders kan. We hoeven niet per se op dezelfde weg voort te gaan. Als het echt fout gaat, passen we ons gemakkelijk aan: werken we thuis; rijden we 100 kilometer per uur; drinken we ons biertje in de tuin; gaan we niet naar het strand of op vakantie. Met zo een instelling moet het toch ook mogelijk zijn de o zo gewenste transitie naar een groene, schone, circulaire en energiearme (haven)economie daadwerkelijk voor elkaar te krijgen?