In de energiesector wordt nog steeds fors geïnvesteerd in nieuwe technieken voor de winning en verwerking van fossiele energiebronnen. Dat is economisch gezien logisch, gelet op de groeiende vraag naar energie en de technologische en infrastructurele marktvoordelen die fossiele energieconversie daarbij voorlopig nog heeft op duurzame alternatieven. Maar is het ook in lijn met de noodzaak van een snelle overgang naar een duurzame energievoorziening? “Dat hangt ervan af hoe snel we die transitie willen realiseren”, zegt prof.dr. Frank den Butter, hoogleraar Algemene Economie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. “Maar als we dat helemaal aan de markt overlaten, is de kans groot dat we in een technologische lock-in blijven steken, waardoor de beoogde energietransitie langer duurt dan met het oog op milieu, klimaat en energiebehoefte gewenst is.” In dit maatschappelijke transformatieproces is daarom een belangrijke rol weggelegd voor de overheid in de afweging van kosten en baten en daarmee de richting- en tempobepaling van de transitie.