Als havenonderzoeker kom je nog eens ergens. Zo moest ik laatst bij een promotie in Antwerpen zijn. Thema van de dissertatie was ‘resilience in seaports’. Kort gezegd houdt dat in hoe goed je omgaat met ‘disruptie’. Dat andere modewoord, ‘disruptie’, is al wat meer ingeburgerd maar gaat over externe veranderingen die de hele bestaande orde drastisch veranderen. Vanwege een geplande tussenstop in Maastricht ging de reis naar Antwerpen langs Luik en Brussel dwars door België. En gelijk na passage van de grens en het binnenrijden van Wallonië werd resilience het overkoepelende thema van de dag. 

Onno de Jong

Door Onno de Jong

Wallonië is een berucht voorbeeld van een regio die een compleet gebrek aan resilience heeft. Luik en Charleroi behoorden ooit tot de rijkste steden van Europa. Tijdens het treinritje langs de Maas (dus parallel aan de bekende route du soleil) passeert men Herstal, thuisbasis van wapenfabrikant FN, een van de weinige industriële ondernemingen die nog steeds toekomst lijkt te hebben. Voor de rest is het rond Luik vooral weggeroeste industrie, met de staalfabrieken van het vroegere Cockerill Sambre als stille getuigen van een industrie die het in Europa toch wel erg lastig heeft.

Ooit was de locatie perfect; steenkool, in ruime mate benodigd bij de productie van staal werd om de hoek gewonnen en ook de verwerkende industrie zat in de buurt. Na het sluiten van de mijnen werd in verder in het binnenland gelegen locatie juist een nadeel. Een van de redenen van het succes van de hoogovens in IJmuiden is de ligging direct aan zee.

Maar ook de hoogovens in IJmuiden staan onder druk. De verdere rationalisatie die gaande is in de Europese staalindustrie heeft ertoe geleid dat Tata en ThyssenKrupp vergaande gesprekken voeren over het bundelen van de Europese activiteiten. De angst is dat hierdoor bij Tata in IJmuiden veel banen verloren zullen gaan. Een grote tegenstelling met de Waalse staalindustrie is echter dat het personeel in de fabriek weinig heeft te vrezen, IJmuiden maakt jaar op jaar winst, is efficiënt en er worden hoogwaardige producten gemaakt. Er is juist angst voor een Organon-scenario waarbij de R&D-afdeling, belangrijk voor de strategische toekomst, geïntegreerd wordt met de Duitse collega’s in Essen en deze afdeling uit IJmuiden vertrekt.

Op verschillende podia werd door brancheorganisaties en vakbonden opgeroepen tot actief industriebeleid en actie vanuit de politiek. Diezelfde vakbonden deden in dezelfde week trouwens ook een ietwat vreemde oproep. De FNV had berekend hoeveel banen er in de keten verloren zouden gaan bij sluiting van de kolencentrales in Nederland. Hoewel de FNV voor het sluiten van de centrales is vond men dat de rekening hiervoor niet bij de werknemers in de kolenketen neer mag leggen. Kortom, de overheid dient een bedrag van zes- tot achthonderd miljoen euro te reserveren om deze 2.800 werknemers een sociaal vangnet te bieden. Helemaal eens dat er gekeken wordt naar de sociale gevolgen maar om nou een kwart miljoen euro per werknemer opzij te leggen, dat gaat toch wel erg ver. Daarmee kun je alle 2.800 man (en vrouw) een mba-opleiding laten volgen aan een prestigieuze universiteit (INSEAD in Parijs kost 74 duizend euro) en dan hou je nog voldoende wisselgeld over.

Vlak daarna kwam McKinsey naar buiten met het nieuws dat de transitie naar een echt duurzame klimaatvriendelijke economie in Nederland 45 duizend banen structureel kan gaan opleveren. Nu wil ik niemand tekort doen, maar het moet toch mogelijk zijn om voor een stuk minder dan 250 duizend euro per werknemer iedereen om te scholen voor een van deze nieuwe banen. Ook in de plannen van McKinsey blijft biomassa belangrijk, dus de overslagterminals voor kolen kunnen zichzelf in ieder geval heruitvinden.

Maar al het bovenstaande beschouwend is het helemaal zo gek nog niet om als havengemeenschap eens goed na te denken over dat resilience. Nu nog een goed klinkend Nederlands synoniem introduceren, ik vind veerkracht al een stuk prettiger klinken!