Raffinage

In opdracht van de VNPI heeft Ecorys de toegevoegde waarde van raffinage in kaart gebracht. Hieruit blijkt dat de sector een grote impact heeft op de chemische sector.

De onderzoekers Manel van der Sleen en Maurice Thijsen van Ecorys onderwerpen de raffinagesector aan een economische impactanalyse. Ook zetten zij de ‘spillover-effecten’ op het gebied van innovatie, concurrentievermogen en leveringszekerheid op een rijtje. Raffinaderijen komen hier positief uit. Volgens Van der Sleen en Thijsen zou het vestigingsklimaat van de chemische en kunststofindustrie aanzienlijk verslechteren als er in Nederland geen raffinaderijen zouden draaien.

Raffinage verweven

“Er moet niet te licht worden gedacht over een raffinaderij als economische activiteit”, stelt Van der Sleen. “Een raffinaderij produceert niet alleen brandstoffen, maar ook grondstoffen voor de chemische en petrochemische industrie. Al die bedrijven zoeken elkaar ook op. Het ligt dus ingewikkelder, meer verweven. Het zijn clusters van aanverwante partijen die, doordat ze dicht bij elkaar zitten, beter met de rest van de wereld kunnen concurreren. Vooral in de Rotterdamse haven zie je dat heel sterk.”

Over de landsgrenzen

Raffinage heeft in Nederland een relatief klein aandeel in het BBP: 0,36 procent. De Nederlandse chemie is goed voor 2,8 procent van het BBP. Toch noemt Thijsen het een ‘eye opener’ dat raffinaderijen een grote impact hebben op het hele Nederlandse chemiecluster, en ook op de chemie in België en Duitsland. “Raffinaderijen vormen een essentiële schakel in het hele internationale chemiecluster. Als je de raffinaderijen uit dit cluster knipt, heeft dit negatieve economische gevolgen voor de chemische sector tot over de landsgrenzen heen.”

Zie ook: Corona-update 4: Vragen, en niet meteen antwoorden