Op het gevaar af het gras voor de voeten van mijn mede-columnist, professor Jan Rotmans, weg te maaien een bijdrage uit ‘zijn’ academische wereld. Mooi nieuws las ik onlangs over de samenwerking tussen kennisinstituten en bedrijfsleven op het hoogste, wetenschappelijke, niveau. Want wat blijkt? Promotieonderzoeken die plaatsvinden in samenwerking met het industriële bedrijfsleven scoren gemiddeld beter dan onderzoeken van promovendi die hun onderzoekswerk alleen doen binnen de muren van de universiteit. Zo luidt de conclusie van… een promotieonderzoek.

Jaap-Luikenaar

Door Jaap Luikenaar

Het nieuwe aan dit bericht leek mij aanvankelijk dat het nu ook wetenschappelijk bewezen is. Als niet-afgestudeerd academicus – m’n studie strandde na het kandidaats – vind ik het nogal voor de hand liggen dat de impact, uitstraling en inspiratie die je op een hightech industriële locatie opdoet en de contacten met experts aldaar een waardevoller eindproduct oplevert dan ‘solistisch’ onderzoek op het universiteitsterrein… eenzaam tussen de boeken. Ik bagatelliseer. Binnen de universitaire wereld denkt men daar anders over en valt niet zelden te horen dat dergelijke samenwerking een negatief effect heeft op de kwaliteit van de wetenschap.

De recente research naar de samenwerking bleek niet verricht aan onze vertrouwde Erasmus Universiteit of aan de TU Delft, waarmee de havenindustrie nauwe contacten onderhoudt, maar aan de TU Eindhoven. Promovenda mevrouw Negiun Salimi onderzocht in de afgelopen vier jaar zo’n 450 promotieonderzoeken van de TU/e. De ene helft van promovendi deed het onderzoekswerk in nauwe samenwerking met de industrie; de andere helft zocht die samenwerking niet.

Uit de eerste groep van onderzoeken kwamen veel vaker patenten voort. Innovatieve oplossingen en waardevolle kenniscreatie dus. Daarbij bleken de promovendi vaker te worden geciteerd in bladen en te worden getoetst door wetenschappers in het veld. Dat gebeurt in zogenaamde peer reviewed journals: vakbladen dus waarin vakgenoten beoordelen of het onderzoek aan kwaliteitseisen voldoet. Publicatie van je onderzoeksresultaat betekent dat een promovendus zijn nieuwe inzicht ook daadwerkelijk kan ‘claimen’.

Langetermijnsamenwerking werkt

Veel van de Eindhovense promotieprojecten hebben plaatsgevonden in samenwerking met Philips. Dat is natuurlijk bij uitstek een bedrijf met een lange researchtraditie en ook vandaag de dag voorzien van een sterke onderzoekcultuur. Zonder meer een van de oorzaken, denkt de onderzoekster. Zij meent ook dat de ligging van het elektronicaconcern in de nabijheid van de universiteit positieve invloed heeft. Salimi adviseert het hoger onderwijs ten slotte om te (blijven) investeren in lange termijn samenwerking met de industrie en publieke onderzoeksinstituten. Dat werkt wervend, juist ook op extra gemotiveerde studenten om na hun master te gaan promoveren.

Interessante vraag is of het promotie-onderzoek uit Brainport Eindhoven andere uitkomsten zou geven als het in Mainport Rotterdam zou hebben plaatsgevonden? Aanleiding voor een nieuw proefschrift wellicht?

Feit is wel dat in onze regio, in – zeg – afgelopen tien jaar, het netwerk tussen haven, industrie en de wetenschap behoorlijk is verdicht. Dat geldt evenzo voor de contacten tussen haven en hoger beroepsonderwijs.

Een paar voorbeelden:

EUR Smart Port, waarin vijf faculteiten van de Erasmus Universiteit (economie, bedrijfskunde, geschiedenis, rechten en sociale wetenschappen) samenwerken rond het thema Port Management.

Port Research Center (PRC), samenwerking tussen Havenbedrijf en TU Delft, gericht op strategische en innovatieve projecten op het gebied van onder meer havenlogistiek, goederenvervoer, scheepvaartwegen en verkeersnetwerken.

Kenniscentrum RDM, waar praktijkgericht onderzoek plaatsvindt, ondersteund door maar liefst zestien lectoren van Hogeschool Rotterdam, uit de sectoren techniek, ICT, economie, infra, (duurzame) bouw, (groen) transport, personeel & organisatie en financiën.

Outside in-inside out (kortweg OIIO) is al jarenlang het motto van de Hogeschool Rotterdam: enerzijds de studenten ‘naar buiten’ sturen, en anderzijds het (industriële) bedrijfsleven naar binnen halen. Goed voor hoog, middelbaar en ieder ander onderwijsniveau. Het hoort ook de slogan binnen haven en industrie te zijn. Veel bedrijven hanteren het inside out-outside in al en plukken de innovatieve vruchten die de onderwijswereld hen levert. Meer ondernemers nog kijken de kat uit de boom of – erger – kijken de andere kant op als een stagezoekende student of promovendus bij hen aanklopt. Gewoon proberen. Dan kan een volgend nieuwsbericht zijn dat ook het bedrijfsleven concludeert dat werken met promovendi hoger scoort – dus betere bedrijfsresultaten oplevert – dan bedrijven die dat niet doen, naar binnen gericht zijn, vertrouwen op jarenlang vakmanschap en hun neus niet in een (wetenschappelijk) boek steken. ‘Als je doet wat je deed, krijg je wat je had’, zo hoorde ik laatst iemand zeggen tijdens een presentatie over nieuwe business modellen.

Het was een professor duurzaam ondernemen.