Wie zijn boodschappen bij Jumbo doet, is vertrouwd met ‘De zeven Zekerheden’ van de supermarktketen. Ze garanderen goede service, groot assortiment, laagste prijs en prima kwaliteit. Ik heb er de afgelopen weken met regelmaat aan moeten denken bij alle berichten rond de vertragingen bij de containerafhandeling bij ECT op de Maasvlakte.

Jaap-Luikenaar

Door Jaap Luikenaar

Een wirwar van oorzaken vloog in de media over en weer: onverwacht grote aantallen containers, vertraagde binnenkomst van zeeschepen, de omschakeling naar nieuwe containerkranen, te weinig beschikbaar personeel, minder vakantiekrachten. In ‘Jumbo’-taal: onverwacht veel klanten in de winkel, de schappen niet gevuld, nieuwe kassa’s en te weinig medewerkers. Jumbo’s oplossing en tevens meest bekende en gewaardeerde van de zeven zekerheden: wie vierde wachtende in de rij is, krijgt zijn (of haar) boodschappen gratis mee.

Zo niet in de haven.

Voor wie (heel lang) op vakantie was en de berichtgeving gemist heeft: er bestaan al geruime tijd flinke wachttijden voor de afhandeling van binnenvaartschepen op ECT’s Deltaterminal. Volgens die berichten kunnen de ‘dramatische vertragingen’ (Weekblad Schuttevaer) wel oplopen tot zes dagen. De naam en faam van de haven – veilig, voordelig én vlot – wordt te grabbel gegooid. Voor het Havenbedrijf reden om de aanhoudende situatie niet aan de markt over te laten, maar zelf in te springen. Partijen om de tafel en zorg maar voor een oplossing. Na enkele weken volgt een optimistisch persbericht: ‘Containerafhandeling binnenvaart sterk verbeterd.’ Hoe en waardoor? Dat is eigenlijk niet helemaal duidelijk. Bovendien wordt het persbericht gevolgd door commentaren dat de situatie nog lang niet is als-ie zou moeten zijn. Tevens bestaan er twijfels of de aangebrachte verbeteringen ook morgen, overmorgen en voor de verdere toekomst nog houdbaar zullen zijn.

De filevorming voor de kademuren van ECT komt op het moment dat het Havenbedrijf en ECT lijnrecht tegenover elkaar staan – ja zelfs voor de rechter – over het containerbeleid in de toekomst. ECT vreest namelijk overcapaciteit (!) als volgend jaar de terminals op de Tweede Maasvlakte in gebruik genomen worden. Kale-kade angst. Wat een tegenspraak: je zou toch denken dat het overslagbedrijf blij is met wat meer terminalruimte en containerkranen om de nog immer groeiende containerstroom te verwerken (in Rotterdam meer dan zes miljoen in het afgelopen half jaar). Het betekent weliswaar twee concurrenten erbij, maar die houden je tegelijkertijd scherp en competitief: goed ook voor het imago van de haven.

Binnenvaart die problemen ondervindt bij de afhandeling en als stiefkind maar even moet wachten. Het is de dood in de pot voor de modal shift. Duurzame binnenvaart verandert zo in dure binnenvaart. Want in het voetspoor duiken berichten op over Heineken die de veelgeprezen containerterminal in Alphen aan den Rijn de rug toe keert en zijn groene kratjes pils niet langer over binnenwater maar via de weg naar de haven transporteert. Dat is een stap terug in de tijd. Je moet er niet aan denken als meer ondernemers dat voorbeeld gaan volgen. Een beetje binnenvaartschip (JOWI-klasse) vervoert bijna vijfhonderd containers, lees: vijfhonderd vrachtwagens… Een truck die een uur in de file staat kost geld, maar een binnenvaartschip dat 24 uur (of langer) ligt te wachten kost vijfhonderd maal geld.

Nederland heeft verreweg de grootste, beste en modernste binnenvaartvloot ter wereld. De binnenvaart zorgt er, samen met het spoor, in belangrijke mate voor dat Rotterdam als ‘global hub’ zijn duurzaamheidsdoelstellingen kan waarmaken. Rotterdam lobbyt zich nationaal, Europees en internationaal suf om zijn goederenstromen over binnenwater goed af te kunnen wikkelen. Veilig én voordelig. Vlot én duurzaam. Denk aan diepere kanalen en nieuwe sluizen, betere binnenhavens, een corridormanagement en aansluiting op internationale vaarwegen: oost-west (zoals het Twente-Mittellandkanaal) en noord-zuid (bijvoorbeeld de Seine-Scheldeverbinding ofwel Seine Nord Europe). Het infrastructurele lobbylijstje is lang en duur. Realisering van al die infrawensen buiten de havengrenzen komt niet dichterbij – ja wordt zelfs ongeloofwaardig – als Rotterdam de vlotte afwikkeling van de binnenvaart ‘in eigen huis’ niet snel en voor eens en voor altijd weet op te lossen.

En dan niet door, zoals oud-PvdA-kamerlid en destijds havenwoordvoerder Willem Herrebrugh twitterde, ‘die leegstaande containerterminal l in Amsterdam te gebruiken’. Want dat is hetzelfde als Jumboklanten naar de Albert Heijn verwijzen.