Ons Haagse orakel heeft andermaal gesproken. RWE mag van de Raad van State gaan produceren. Maar eerst alleen voor een half jaar. Dus de tegenstanders roepen: zie je wel, de kolencentrale voldoet niet aan de milieueisen. En de voorstanders roepen: zie je wel: nog een paar details en het komt allemaal goed.

01Harrie Hoek

Feit is dat het bedrijf op een tweetal onderdelen de natuurbeschermingsvergunning nog niet rond heeft. Over de kwikuitstoot wil de Raad aanvullend onderzoek. Het gaat per jaar wel om een behoorlijk volume dat via de schoorsteenpijpen het luchtruim kiest. En kwik is geen gezond goedje. Maar volgens de provincie levert het alleen een negatieve bijdrage aan de mondiale kwikproblematiek. Met andere woorden: het wordt hoog de lucht in geblazen en slaat niet in de directe omgeving van ons Werelderfgoed Wadden neer. Het vervolgonderzoek zal dit nader moeten uitwijzen.

Het meest in het oog springt daarnaast het onderzoek naar de effecten van de stikstofuitstoot in het Drouwenerzand en natuurgebied Lieftingsbroek gelegen in ons fraaie Westerwolde. Veel burgers begrijpen niet waar dit nu vandaan komt. Wat heeft RWE nu in het Drentse Drouwenerzand te zoeken? Daar speelden we vroeger in de grote speeltuin en de zandverstuivingen op ons jaarlijkse schoolreisje.

Stikstof klinkt als term heel bedreigend, maar dat valt mee. De ons omringende lucht bestaat namelijk voor 78 procent uit stikstof. Hoe men dan op zestig kilometer afstand dan de invloed van een nieuwe centrale op de natuur wil gaan onderzoeken is voor velen een compleet raadsel. Maar het blijkt te maken te hebben met een nieuwe aanpak van de rijksoverheid om de al jaren vastgelopen vergunningverlening bij de natuurbeschermingswetgeving weer vlot te trekken. Deze Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) is begin 2009 van start gegaan. Met een nieuw ontwikkelde rekenmethode kan men uitrekenen hoeveel stikstofbelasting er in een bepaald gebied voorkomt. Vooral de land- en tuinbouw hebben hierop grote invloed. En aan deze gegevens voegt men dan de nieuwe economische activiteit toe plus de weergegevens in het gebied. Dat geeft dan een resultaat voor het natuurterrein, die een bepaalde grenswaarde niet mag overschrijden. En daar komen de natuurterreinen Drouwenerzand en Lieftingsbroek om de hoek kijken, want deze maken deel uit van de honderdzestig meetpunten in Nederland waar de invloed van stikstof wordt gemeten!

Uit dit laatste voorbeeld blijkt helaas dat Nederland geen echt walhalla voor ondernemers meer is. Er is blijkbaar al weer nieuwe regelgeving nodig om de vastgelopen vergunningverlening door een natuurbeschermingswet weer vlot te trekken.

Voor mij en mijn collega’s binnen Eemsdelta/EZ staat het stimuleren van het ondernemerschap en het bevorderen van de werkgelegenheid in onze regio voorop. Hoe kunnen wij er aan bijdragen dat ondernemers de ruimte krijgen om te doen waar ze goed in zijn? En dat blijkt in de praktijk lastiger dan ik had gedacht. Het is bij veel bedrijven een voortdurend terugkerend thema. Uiteraard in de eerste plaats het hoge kostenniveau waar ondernemers mee te maken hebben en met stip op twee de complexiteit en hoeveelheid regels waaraan ondernemers zich maar dienen te conformeren.

In Engeland rouleert al langere tijd het begrip Nanny-state. U weet wel, die dame die de opvoeding van de kinderen overneemt en dan in korte tijd de belhamels in het gareel weet te krijgen. De overheid als alomtegenwoordige oppasser die alles tot achter de komma probeert te reguleren met een stortvloed aan wetgeving en regels, vaak voortkomende uit incidenten ergens in het land. Dit begint nu volgens ondernemers echt een serieus probleem te worden. Als ondernemers niet de ruimte krijgen om te ondernemen, heeft dat direct negatieve gevolgen voor de werkgelegenheid en voor onze economische ontwikkeling. Dus de politicus die nu eens serieus werk gaat maken van de omgekeerde beweging, het opruimen en ontwarren van de complexe regelgeving met behoud van de goede en harde kern kon wel eens een succesvol verkiezingsthema te pakken hebben voor de komende jaren.

 Door Harrie Hoek, hoofd  Bureau EZ Eemsdelta