Le Port Urbain, le port Entrepreneur, le port Citoyen. Dat klinkt haast romantisch. Laat Jacques Brel of Charles Aznavour zo’n zinnetje achter elkaar uitspreken, muziekje erachter en een nieuwe Franse chanson is geboren. Die romantiek is terug te vinden in de ambitie van een netwerk met een al even mooie naam: de Association Internationale de Villes et Ports. Beter bekend (of misschien ook niet) onder de naam AIVP, met haar hoofdzetel in de Noord-Franse havenstad Le Havre.

Door Jaap Luikenaar

Ruim tweehonderd havens zijn aangesloten bij dit mondiale netwerk. En zoals de naam al verraadt: het doel is om steden en havens beter met elkaar te linken. Tot echte stadshavens, of havensteden zo u wilt. In het Frans: Villes Portuaires. Waar inwoners zich verbonden voelen met hun haven, weten wat er speelt, er graag willen werken, en waar havenondernemers oog hebben voor stadse belangen als veiligheid, leefbaarheid en schoonheid. Kortom: waar havens World Port zijn én tegelijk City Port.

Rotterdam en onze buurhavens Amsterdam, Antwerpen en Hamburg zijn natuurlijk aangesloten. Hetzelfde geldt voor havensteden als Tanger, Durban, Malaga, Savannah, Honolulu en Malmö. Veelal zijn het dezelfde uitdagingen waar de havens voor staan. Nieuwe moderne havens schuiven op naar buiten de stadsgrenzen, terwijl oude havengebieden doelloos en verwaarloosd achter blijven. Oude kranen, vervallen pakhuizen, kademuren vol graffiti, waar ‘dik’ water tegen aanklost met onduidelijke blauw-groene oliesporen. Voor veel inwoners is het bepalend voor hun havenbeeld. Je wilt er niet zijn en zeker niet werken. U kent het wel: hobbelige kades met ‘ingelegde’ stukken oud havenspoor, een bordje verboden toegang, afgebladderde verf, verroeste gietijzeren hekken, kapot gaas en meer van dat werk.

En diezelfde havens doen al jaren hun stinkende best – sommige al decennia lang – om daar verandering in te brengen. Door oude havengebieden een nieuw leven in te blazen bijvoorbeeld. Denk aan de ‘waterfronts’ van Barcelona, Glasgow, Hamburg en de Londense Docklands niet te vergeten. Herstucturering heet het, of, nog levendiger: revitalisering. In de Maasstad zijn wij trots op onze Kop van Zuid, de Wilhelminapier, op de nieuwe RDM, omgetoverd tot een enthousiaste en innovatieve eco-campus voor technische mbo-ers en hbo-ers. We leggen er zelfs een drijvend bos aan, als opmaat naar drijvend wonen.

Iedere haven wil zo zijn innovatieve, moderne, energieneutrale en toekomstgerichte, gezicht maar al te graag uitdragen. Aan iedereen die het wil weten, maar vooral aan de naaste buren: aan ouders en kinderen, aan docenten en scholieren, aan bestuurders en ambtenaren, middenstanders en werkzoekenden, aan iedereen die om de havengebieden heen woont. Belangrijkste doel: dat oude trotse havengevoel weer terug te geven aan de stad. Goed voor het draagvlak.

Informatiecentra blijken dan – vooral in combinatie met een havenexcursie – een aantrekkelijke oplossing. Zoals FutureLand op de Maasvlakte en EIC Mainport voor het havenonderwijs. Antwerpen heeft zijn Havencentrum in Lillo staan. En ook de Port of Ashdod in Israël kent een visitors center, net zoals Melbourne en Genua. Steeds midden in het havengebied. En zo hoort het ook. Die portcentra zijn goed voor vele tienduizenden bezoekers. Andere ‘Villes Portuaires’ willen er ook wel een, maar kijken de kat uit de boom en twijfelen nog: Quebec bijvoorbeeld of Bordeaux. Soms gaat het ook mis met zo’n centrum: denk aan de Rotterdam Port Experience onder de Erasmus. Na amper twee jaar ging de stekker er uit.

Le Havre zelf, als thuisbasis van het AIVP-netwerk, heeft zojuist een portcenter geopend en bezint zich op een businessmodel. Onlangs kwam een delegatie daartoe langs in Rotterdam en Antwerpen en raakte er superenthousiast. Belangrijkste boodschap die de delegatie meekreeg: voor infocentra geldt: je moet het samen willen – als stad én als haven – en er moet hoe dan ook altijd geld bij. Quitte spelen bestaat niet.

Wie op de website van AIVP surft, ziet dat – ook zonder Port Info Centers – overal ter wereld events worden bedacht om inwoners naar de haven te trekken. Enkele sprekende voorbeelden: Singapore organiseerde eerder deze maand een Maritime Hunt en een Maritime Learning Journey (MLJ). Zie www.amazingmaritimehunt.com. De haven van Rouen schreef een opdracht uit om de grauw-grijze graansilo’s een nieuwe aanblik te geven. Aankleden met duizenden spiegeltjes en LED-lampjes, zo bedacht een architect. De Port of Vancouver trainde port ambassadors: laatstejaars highschoolstudenten. In het kader van een Leadership Program moesten zij op hun beurt de vergaarde havenkennis weer overbrengen op jongere scholieren. In Port Saint John (Canada) hebben haven en stad gezamenlijk een havenlesprogramma ontwikkeld. Het recent havenfestival in de Chileense havenstad Antofagasta trok honderdvijftigduizend bezoekers. En in Rotterdam… worden treinreizigers in het nieuwe CS verrast met prikkelende havenbeelden op een immens scherm. En is de Landtong Rozenburg met het Calandpark en een uitkijktoren een havenattractie rijker.

Dat is waar het AIVP om te doen is. Uitwisselen (delen en vermenigvuldigen) van kennis, kunde en projecten tussen bevriende havensteden en havens die elkaar tezelfdertijd op commercieel vlak beconcurreren. Mooi dat dat kan en mooi voor wie in de haven werkt of er vlakbij woont.