Een goed werkgever denkt aan de privé-noden van zijn personeel.

Door Marcus Draaisma

Zie dit bordje:

Als een moeder borstvoeding geeft, zal ze op het werk ook moeten kolven omdat ze fysieke aandrang voelt. Ze moet dit op geregelde tijden doen om de melkproductie op gang te houden, doorgaans vier tot zes keer per dag. De vraag naar moedermelk creëert het aanbod. Een baby heeft altijd vraag. Een moeder kan serieuze klachten krijgen als zij niet tijdig kolft.

Een werkgever kan niet van een werknemer-moeder verwachten dat zij niet kolft en overgaat op flessenvoeding. Volgens artikel 4:8 van de Arbeidstijdenwet (het voedingsrecht) heeft een moeder gedurende de eerste 9 levensmaanden van haar kind het recht de arbeid te onderbreken om in rust en afzondering haar kind te zogen dan wel borstvoeding te kolven. De werkgever stelt daarvoor een geschikte ruimte ter beschikking. Borstvoeding of kolftijd mag niet langer duren dan een kwart van de arbeidstijd per dienst. De moeder behoudt haar volledig recht op loon. De werkgever van het bordje doet het dus goed door een kolfruimte ter beschikking te stellen.

De werkgever die in zijn bedrijf islamitische werknemers in dienst heeft, is, volgens het College voor de Rechten van de Mens tot op zekere hoogte verplicht de werknemers in staat te stellen om godsdienstige verplichtingen te vervullen. De werkgever is echter niet verplicht een bidruimte in te richten voor deze werknemers. Evenmin is de werkgever verplicht in te gaan op een verzoek van een werknemer om te allen tijde op het werk te mogen bidden. De werkgever mag geen algeheel verbod om te bidden opleggen. Dit leidt namelijk tot verboden onderscheid. De werkgever mag echter wel voorwaarden stellen. Zo mag een werkgever bijvoorbeeld van werknemers eisen dat deze slechts binnen de eigen tijd, namelijk in de pauzes, bidden. Een werkgever handelt zeker correct door een gebedsruimte ter beschikking te stellen.

Voor zover mij bekend zijn het vooral islamitische gelovigen die een gebedsruimte nodig hebben. Een praktiserend christen bidt voor de lunch. Of in stilte een schietgebedje als hij een functioneringsgesprek ingaat.

De werkgever van het bordje voldoet voor moeders aan de wettelijke plicht. Aan de islamitische werknemers geeft de werkgever meer dan hij wettelijk verplicht is. De combinatie van kolf- en gebedsruimte roept wel vragen op. Wat nu als een moeder kolft en een collega wil tegelijkertijd bidden? Wie moet plaats maken voor wie, aannemende dat een kolvende moeder alleen wil en mag zijn? Mag de moeder die wil kolven de ruimte betreden, terwijl daar gebeden wordt? Is er nog een rangorde tussen mannen en vrouwen die van de gebedsruimte gebruik willen maken?

De laatste vraag heeft overigens niets met kolfbehoefte te maken, maar met ordelijk gebruik van de gebedsruimte. Ik kan mij voorstellen dat de mannen de vrouwen voor laten gaan.

Ik denk dat de kolvende moeder meer rechten op de kolf- en gebedsruimte heeft dan de islamitische werknemer. Het voedingsrecht is immers wettelijk vastgelegd en voeding heeft – althans dat vinden de meeste mensen – voorrang boven geloof. Zonder eten komt het geloof in de knel. Geloofsbeleving moet wachten tot moeder en kind klaar zijn. Zelfs een asceet zal daar zo over denken vermoed ik.