De voor- en tegenstanders in het kolendebat zitten elkaar wel erg fel op de huid. Dit vindt Tiedo Vellinga, strategisch adviseur op het gebied van milieu bij het Havenbedrijf Rotterdam.

Vellinga gaat binnenkort met pensioen en maakt in een interview met het AD de balans op. Hij stopt over enkele maanden ook als hoogleraar havens en scheepvaartwegen aan de TU Delft.

Emissieloos

De haven van Rotterdam doet het zo slecht nog niet doet, vindt Vellinga, wanneer je kijkt welke stappen er op het vlak van verduurzaming zijn gezet. Zeker als hij dit met andere havens vergelijkt. “Anders dan vaak gedacht, lopen we wereldwijd voorop. Zelfs binnen de politiek is dat besef er nauwelijks”,  zegt Vellinga in de krant. Hij wijst op de twee nieuwe containerterminals op de Tweede Maasvlakte die emissieloos draaien. ‘Uniek’ noemt Vellinga dat. “De bedrijven hebben de eisen van het Havenbedrijf Rotterdam overtroffen. Ze bewijzen dat natuur en industrie naast elkaar kunnen bestaan.”

Kolendebat

De Rotterdamse gemeenteraad stemde er vorige week mee in om de overslag van kolen in de haven uit te faseren. Vellinga ziet parallellen tussen de zwartepietendiscussie en het kolendebat. Beide gaan er fel aan toe, wat het kolendebat er niet gemakkelijker op maakt. Zelf noemt hij het ‘een fout’ dat er twee kolencentrales op de Maasvlakte zijn gekomen. Vellinga ziet 2030 als deadline tot wanneer energiecentrales op kolen kunnen draaien. Zo streng is hij niet voor hoogovens die staal met behulp van kolen produceren. Want zonder kolen kan er nu eenmaal geen staal meer worden gemaakt. “Wel moeten die fabrieken hun uitstoot afvangen”, zegt Vellinga. Ook staat hij achter de invoering van een kolentaks, ‘zodat bedrijven betalen voor vervuiling en sneller overschakelen op schone energie’. Vellinga verwacht dat de industrie voldoende gemotiveerd is te verduurzamen. Hij gelooft in een goede afloop, zegt hij in de krant. “Er zwemt weer zalm in de Rijn, dat had dertig jaar geleden niemand voor mogelijk gehouden.”

Zie ook: Kolen zijn hier niet welkom