Baggeren. Ik vind het een mooi werkwoord. Hoort in een jongensboek thuis. Laarzen, blubber, modder. En spetteren maar. Stoer en lekker vies. ‘It’s amans world’. Met je poten in de drek. Dat soort termen. 

Door Jaap Luikenaar

Ook in de haven wordt flink gebaggerd. Vele miljoenen kuubs per jaar. Hoeveel precies: ongeveer tien stadions De Kuip tot de rand gevuld, zo heb ik me eens laten vertellen. Dankzij al dat baggerwerk blijven de vaargeulen en de havenbekkens schoon en op diepte en blijft de haven vanuit zee bereikbaar. Zelfs voor de meest diepstekende schepen.

Die bagger stroomt voor het overgrote deel aan ‘de voorkant’ de haven binnen. Dankzij de getijdewerking van de Noordzee. Aangevoerd bij vloed blijft het op de havenbodem liggen als het weer eb wordt. De bagger wordt, nadat het is opgezogen of ‘opgeschept’ ook weer gewoon terug gestort in de Noordzee… waar het in feite thuis hoort. Dag in dag uit, jaar in jaar uit, varen baggerschepen de haven in en uit. Saai en basic werk misschien als je het zo opschrijft, maar o, zo nuttig. Deels nog ‘old school’-technologie, behalve waar het gaat om de monitoring van de havenbodems, want dat is een en al hoogwaardige ict.

Insiders in de baggerwereld worden bij het lezen nu al onrustig, want, hoewel ze baggeraars zijn, zélf zul je ze het woord ‘bagger’ nooit horen gebruiken. ‘Havenslib’ wel, want dat is de term. En bovendien: bagger of slib is op zich niet vies. Verontreinigd havenslib daarentegen wel. Bagger is niet meer dan een mix van zand en klei. De verontreiniging zit ‘em in de klei – met zware metalen, pesticiden, fosfaten, PAK’s, PCB’s en noem maar op.

Dat vervuilde slib komt vooral via de achterdeur de haven binnen, stroomafwaarts, met het water van de Rijn en Maas mee. Dankzij jarenlange inspanningen, zeker ook vanuit de Rotterdamse haven, is de kwaliteit van het Rijn- en Maaswater en daarmee ook van het meegevoerde slib de laatste decennia enorm verbeterd. De lozingen van grote chemische vervuilers als Sandoz, Bayer, Hoechst en de Franse kalimijnen zijn aan banden gelegd. Onder grote politieke druk, na lang procederen en miljoenenclaims.

Gevolg is dat nu nog slechts een paar procent van al die miljoenen kuubs slib een dusdanige kwaliteit heeft dat het niet in zee gestort mag worden. Dat restant gaat in de Slufter, het slibdepot van de haven op de grens van de Eerste en de Tweede Maasvlakte. Aanvankelijk zou de Slufter tien jaar geleden al overvol zijn, maar dankzij de steeds schonere havenbodem kan het depot nog jaren mee. En om er nog wat aan te verdienen (een tientje per kuub, meen ik) wordt Jan en Alleman uitgenodigd zijn verontreinigde slib er in de storten. Ook buiten de haven, tot de Antwerpse haven aan toe. Ja, onze samenwerking kent geen grenzen.

Water- en waterbodemkwaliteit, ach je hoort er eigenlijk niet veel meer over. Een kabbelend thema. Geen voorpaginanieuws meer. De zalm is immers weer terug in de haven, evenals heen en weer schietende watervliegjes, want ook die waren een tijd lang verdwenen. Maar wie een beetje googlet, komt er achter dat we er nog lang niet zijn. Zo blijken de restanten van cosmetica, geurstoffen, conserveringsmiddelen en brandvertragers bijvoorbeeld, vandaag de dag de grote boosdoeners. En niet te vergeten onze geneesmiddelen: pijnstillers, antibiotica, bètablokkers en anti-epileptica. ‘Restjes’ komen via onze urine in het riool terecht en vandaar uit in het oppervlaktewater. Dus vanuit alle ziekenhuizen en verzorgingshuizen in het achterland ook in de Rijn en ook in de Maas. En van daaruit niet alleen in ons havenwater, maar zelfs ook in ons eigen drinkwater. Want zuiveringsinstallaties blijken nog niet in staat om dat soort reststoffen geheel en al af te breken. Op dat gebied is dus nog voldoende werk aan de winkel.

Ik dwaal af. Terug dus naar onze baggeraars: we moeten ze koesteren. Ze zijn van essentieel belang voor het wel en wee van de haven. Want zonder voldoende diepgang, hoef je je niet eens druk te maken om het vestigingsklimaat, het investeringsklimaat, veiligheidsklimaat of welk klimaat dan ook. Zonder transport staat alles stil, maar zonder baggeraars ligt het haventransport stil en kan er geen containerschip of olietanker meer in of uit.

Baggeraars, het zijn de bewakers van ons grootste concurrentievoordeel: een onvoorwaardelijke en ongelimiteerde toegang tot de haven. En ze vegen onze deurmat én ons eigen straatje schoon.