Er zijn tijden geweest dat ik regelmatig in China en Japan kwam. We probeerden in China de kennis van schone kolentechnologie te vermarkten, terwijl we met Japan de kennis van kolenvergassingstechnologie deelden. We beschikten over die kennis omdat in Nederland de elektriciteitssector een milieuoffensief had ingezet om de kolencentrales schoner en groener te maken. Maar ook nieuwe technologieën zoals ultrasuperkritische ketels en kolenvergassing werden ontwikkeld en ingevoerd om het rendement te verbeteren. Japan en Nederland hebben beide geen eigen economisch winbare kolenvoorraden en dus zochten we technologieën die een breed spectrum aan goedkope kolen uit de hele wereld konden verstromen.

 

Ook in Japan was een proeffabriek voor kolenvergassing gebouwd die we incidenteel bezochten. We gingen dan met de Shinkansentrein van Tokyo naar Nakoso waar een tweehonderd ton per dag installatie was neergezet. Onze begeleider legde uit dat we voor de Shinkansenplatforms de Yaesu uitgang moesten nemen bij Yayosu Quay en keek ons daarbij verwachtingsvol aan. Ik antwoordde ‘ja’ ten teken dat ik het gehoord had zonder het te begrijpen. Dat deden zij immers bij mij ook altijd. Maar hij liet niet los en verduidelijkte Yayosu met Yayōsu en toen dat niet hielp met ‘Yan Yōs’ten’. Maar de yen wou bij mij niet vallen.

 

‘Yan Yōs’ten’ staat voor Jan Joosten van Lodensteyn, een Delftse koopman die in 1598 Rotterdam verliet op het schip ‘De Liefde’. In 1600 sloeg het schip te pletter op de kust van Japan bij het zuidelijke eiland Kyushu. Yan Yōs’ten overleefde en werd een vertrouweling en promotor van de Shogun voor de handel tussen Japan en Nederland. Voor zijn activiteiten werd in Tokyo een buurt naar hem genoemd: Yayosu Quay. Japanners kennen hem bijna allemaal, Nederlanders niet. Behalve natuurlijk de bewoners van de Van Lodensteynstraat en het Jan Joostenplein in Delft, maar die staan ermee op en gaan ermee naar bed.

 

En dan China. Na jaren van voorbereidend acquisitiewerk in de havenstad Tianjin werden we als onderdeel van een Europese missie in Beijing toegesproken door de staatssecretaris van energie. Een klein kittig vrouwtje met een inktzwarte haardos die heftig op en neer wipte tijdens haar toespraak. Omdat alleen de punt van haar kuif boven het katheder uitkwam, was dat een koddig gezicht. Kolen en schone kolentechnologie waren voor China zeer belangrijk en ik had verwacht dat de jaren van voorbereiding in Tianjin zouden uitbetalen. Maar het ministerie was klip en klaar. Duitsers waren er voor de kolen, Fransen voor de kernenergie en Hollanders voor het gas.

Het komt weer bij me boven nu de ‘Britisch Trader’ recent als eerste schip vloeibaar gas voor de nieuwe GATE terminal op de Maasvlakte heeft gelost. De terminal wordt binnenkort operationeel en met een doorvoercapaciteit van twaalf miljard kubieke meter aardgas per jaar sluit Nederland hiermee aan op een diversiteit van gasimport vanuit de hele wereld. Het witte goud komt niet met ‘De Liefde’ maar met ‘The Trader’ en dat zegt iets over de tijd waarin we leven. Maar het past bij ons, want handel is ons op het lijf geschreven, precies zoals Jan Joosten ons in het verre Oosten profileerde.

GATE staat voor ‘Gas Access To Europe’. Met een betrouwbaar gastransportnet, een goede geografische ligging, geschikte geologie voor opslagfaciliteiten zoals Bergermeer Gasopslag, een virtuele handelshub TTF (Title Transfer Facility) en veel gaskennis bij toonaangevende instituten is Nederland een prima locatie voor aanlanding van LNG. Het vraagt additionele investeringen maar de winstpotentie is groot. Dus als vanouds mag Rotterdam het weer gaan verdienen, den Haag het verdelen en Amsterdam het uitgeven. De naam voor het systeem is er al: gasrotonde. Type op Google het woord gasrotonde in en er verschijnen nu al 17.900 vermeldingen. Niet te vergelijken overigens met ons geliefde gaspedaal (1.090.000 x).

Voor een hybride energievoorziening van de nabije toekomst speelt aardgas een grote rol. Maar voor een duurzamere samenleving zou waardeoptimalisatie moeten prevaleren over winstmaximalisatie. De intrinsieke waarde van het witte goud en de lokale toegevoegde waarde door conversie moeten dan worden meegenomen. Simpel gezegd, in plaats van wit goud te verhandelen, kunnen we beter sierraden van wit goud maken en verhandelen. Denk daarbij aan het gelijktijdig produceren van exergetisch hoogwaardige producten en elektriciteit met lokaal gebruik van warmte, water en CO2. Te veel wordt aardgas als ‘commodity’ getransporteerd voor allerlei laagwaardige doeleinden zoals verwarming van utiliteitsgebouwen en woonhuizen. Voor een duurzamere samenleving moet er iets in het gebruik van aardgas veranderen. Maar de geest van Jan Joosten waart als vanouds door dit land; zodra er handel te doen is, wordt er vooral likkebaardend naar de pecunia uitgekeken.