De innovatiedrift in de haven mag wel en tandje hoger, zei professor Henk Volberda van de Erasmus Universiteit vorige maand in Europoort Kringen. Een opvallende uitspraak. Want in de media en op internet zie, hoor en lees ik toch met grote regelmaat over innovatieve ontwikkelingen.

Door Jaap Luikenaar

Ze moeten Rotterdam in 2030 tot de slimste en beste haven ter wereld maken. Blijft het soms bij praten en vormt de daadwerkelijk uitvoering en toepassing van slimme vernieuwingen in de smartport de bottleneck? Het doet me denken aan de melding het openen van mijn laptop. ‘Er zijn nieuwe updates beschikbaar’, knippert het dan op mijn scherm. Daar gaat mijn kostbare tijd, schiet als eerste door mijn  hoofd. En hup, met één muisklik is de update verwijderd… en kan ik aan het werk.

Maar goed, als wetenschappers zeggen dat het wat steviger kan, moet je oppassen. Zeker als blijkt dat het niet zomaar een academische opmerking vanuit de collegezaal is. Maar de uitkomst van de Haven Innovatie Barometer, een grootscheeps onderzoek van SmartPort, onder ondernemingen en organisaties in het havengebied zelf. Als remedie wijzen de ondervraagde havenondernemers in het onderzoek maar al te graag naar het havenbedrijf, aanjager van innovaties. Makkelijk gezegd. Alsof het World Port Center het laboratorium is waar slimme Willy Wortels de ene na de andere ontdekking doen om de haven duurzamer, schoner, effectiever, efficiënter en kwalitatief beter te maken. En bovendien: zowel Plant One, PortXL (voor start-ups) als SmartPort komen toch uit de boezem van het havenbedrijf?

Creatieve ideeën en nieuwe oplossingen ontstaan mijns inziens eerder op de werkvloer zelf. Dus op de terminal, op het water, in het distributiecentrum of op de (petro-)chemische plant. “Innovatie zit in het dna van bedrijven in onze branche”, zei voormalig directeur Bart Voet van Shell Pernis ooit in het boek ‘Hoe werkt de Haven’. En liet daar op volgen: “Kosten bespaar je niet door dingen niet te doen, maar door dingen slimmer te doen. Daarvoor heb je innovatie nodig.”

Havenondernemers zijn zelf aan zet.

Technisch én sociaal

Om te innoveren is lef en durf nodig, concludeert Volberda in het artikel in Europoort Kringen. Het blad viel bij ons in de bus op dezelfde dag waarop bekend werd dat oud-havendirecteur Willem Scholten was overleden. Alvleesklierkanker. Ondanks alle innovaties in de medische wereld nog altijd ongeneeslijke ziekte.

Gebrek aan lef en durf kan Willem Scholten niet verweten worden. En visie natuurlijk. Wie hem over de haven van de toekomst hoorde praten, moest snel kunnen schakelen om zijn ideeën en grote gedachtesprongen bij te houden. Zijn Maasvlakte II, Betuweroute en verzelfstandigd Havenbedrijf zijn de drie voornaamste haveninnovaties uit de afgelopen twintig jaar. Innovatie, hoezo, denkt u misschien. Als er al een eerste Maasvlakte bestaat is het toch niet zo nieuw om er een tweede naast te leggen; en hoe inventief of innovatief is het aanleggen van een spoorlijn nu eenmaal? Daar schamper over te doen getuigt van weinig inhoudelijke kennis. Want zowel het besluitvormingsproces als de uitvoering van deze megaprojecten zijn een aaneenschakeling van innovatieve ideeën geweest. Technische – én sociale innovatie!

Ook dat onderscheid tussen die beide vormen van innovatie hebben de Erasmus-onderzoekers in hun enquête meegenomen. Bij slechts één op de vijf havenondernemers gaan techniek en sociaal hand in hand. Dat is een groot gemis. En daar zit misschien ook wel de crux. Want hoe maak je de sprong naar verdere robotisering, digitalisering of verduurzaming als je medewerkers vastgeroest zitten en bang zijn voor verandering. Of kennis, kunde en ervaring niet durven delen.

Flexibele, mobiele en goed opgeleide havenwerkers die zelf verantwoordelijkheid durven nemen, staan aan de basis van innovatie. Mannen en vrouwen van verschillende culturen, abstracte en procesgerichte denkers, met een wijde blik én met sociale vaardigheden, opgedaan tijdens hun opleiding en vanaf de eerste werkdag in hun eerste havenbaan in de praktijk gebracht.

Lef en durf hebben om te experimenteren. Daar draait het om. En wat daarbij vooral van pas komt  is een vleugje charme in de omgang met anderen. Misschien zou een beetje meer ‘Willem Scholten’ voor verdere haveninnovatie zo slecht nog niet zijn. (Let wel: een beetje).