Het Rotterdam Climate Initiative is dood, leve het Rotterdam Climate Initiative (RCI). Zeven jaar geleden opgericht met als belangrijkste doelstelling om de hoeveelheid CO2 in Rotterdam fors terug te dringen. Als je dat wilt doen, moet je de energie-intensieve industrie aanpakken, vooral de olieraffinage en petrochemie. Die verbruiken namelijk het overgrote deel van de fossiele energie en dus CO2-uitstoot in de Rotterdamse Haven en de haven verbruikt tachtig procent van de energie die in Rotterdam (stad en haven) opgaat.

Door prof. Jan Rotmans

Door de aanleg van twee nieuwe kolencentrales en een nieuwe olieraffinaderij wordt Rotterdam meer dan ooit een fossiel knooppunt. Rotterdam dreigt zelfs een doorvoerhaven voor Russische olie te worden en dat staat haaks op de doelstellingen van het RCI. In plaats van een CO2-arme haven wordt Rotterdam juist een CO2-rijke en dus afhankelijke haven.

Hoe is het nu zover gekomen? Wie goed kijkt naar wat er internationaal gaande is, doorziet het proces. Wereldwijd is de fossiele energiebranche bezig met een laatste stuiptrekking, door grootschalig te investeren in onconventionele olie en gas en door in te zetten op goedkope kolen. Dit is geen structurele revival, omdat de marges om die fossiele energie te maken en te verkopen steeds smaller worden. Het wordt domweg te duur om de fossiele energie te winnen en te goedkoop om het te verkopen. Het verdienmodel van fossiele energie werkt dus niet meer.

Tegelijkertijd is er de razendsnelle opkomst van schone of duurzame energie, vooral wind, zon en biomassa. Deze niche-markt groeit met tientallen procenten per jaar, vooral gestimuleerd door sterk groeiende productiecapaciteit, vraag en subsidies. De snel groeiende niche-markt van schone energie en afnemende dominante markt van fossiele energie botsen momenteel hevig met elkaar. De aftakelende fossiele branche verdedigt zijn machtspositie met hand en tand, vooral door een uitstekende lobby richting de politiek.

Wat is er nu in Rotterdam aan de hand? Het RCI is van meet af aan in handen gekomen van de gevestigde orde, gedomineerd door de fossiele energiebranche. Topmannen uit de petrochemie en fossiele energiesector hebben de touwtjes stevig in handen genomen en een top-down strategie ontwikkeld met als leidraad: niet te snel verduurzamen en niet te radicaal. Om de CO2-doelstelling te halen werden niet de productieprocessen aan de voorkant schoner gemaakt, maar werd het CO2 aan de achterkant afgevangen en opgeslagen. Althans, dat was de bedoeling, maar dat bleek uiteindelijk toch te duur en te risicovol.

Het gevolg is dat het RCI blind heeft gevaren op systeemoptimalisatie en onvoldoende heeft ingezet op systeemvernieuwing. De oude, fossiele orde wilde geen radicale vernieuwing en wilde zolang mogelijk gebruikmaken van fossiele energie en chemie. De nieuwe orde zat niet aan tafel en keek toe van de buitenkant. De ambtenaren van de gemeente Rotterdam waren speelbal van het fossiele regime en boden onvoldoende tegenwicht. Hierdoor werd een oud spel gespeeld, met oude spelers en oude spelregels. Terwijl Rotterdam barst van de entrepreneurs die bezig zijn met schone technologie: schone energie, chemie en afvalverwerking.

Toch heeft Rotterdam een RCI nodig, RCI 2.0, maar dan wel op een heel andere leest geschoeid. Met een radicale veranderstrategie, gericht op een transitie naar een biohaven, waarbij de nieuwe orde een belangrijke stem krijgt. Een nieuw spel, met nieuwe spelers en nieuwe spelregels. Veel meer van onderop opgezet, met als doel om stad en haven zo snel mogelijk te verduurzamen. In tien jaar honderdvijftigduizend woningen in de stad energieneutraal maken, vooral in Rotterdam-Zuid; in tien jaar de omslag maken naar bioraffinage (dus niet zozeer biobrandstoffen) en groene grondstoffen in de haven, op weg naar een circulaire haven.

Rotterdam en haar haven zijn groot geworden door op beslissende momenten tegen de stroom in te varen, vanuit visie, lef en leiderschap. Haven en stad staan op een kantelpunt: gooien we het roer echt om, of blijven we doormodderen?