Net een gemengd dubbel bij tennis. Ze slaan steeds venijnig terug en proberen daarbij het andere duo te misleiden. Toeschouwers in overvloed. Een groep beursspeculanten, die elke uur van de dag de koersen op de beurs ophalen op hun i-Phone, steunt Henk en Agnes, daar voelt de groep zicht het meest mee verwant. Een andere groep, die kiest voor de zekerheid van staatsobligaties is supporter van Henk en Edith. Eigenlijk is het een kansloze strijd voor Agnes en daarmee voor haar partner Henk. Dat komt omdat ze een gelegenheidsduo vormen. Ze hebben nooit eerder schouder aan schouder strijd moeten leveren en op barricades gestaan. Agnes schaamt zich ook een beetje dat ze samen met Henk een duo vormt. En al helemaal als Henk’s vriendje Bernard van de zijlijn ook nog eens haar tegenstanders -haar collega’s- uitscheldt. Als het echt spannend wordt en ze steeds meer op de steun van Henk en Bernard moet rekenen, weet ze, dat als ze verliest, ze moeilijk naar huis kan. En als ze wint, moet ze misschien ook naar een nieuw huis uitkijken. In haar huidige omgeving zal niet meer zo welkom zijn. “Winnen met de steun van zo’n rechtse bal van de VVD én de voorzitter van de werkgevers? Dat kun je niet maken, dan hoor je niet meer in onze volkswijk. Ga jij maar in Wassenaar wonen, bij die andere beursspeculanten”, zullen sommigen dan denken.

 

Samen met gelegenheidspartners Henk Kamp (VVD) en werkgeversvoorzitter Bernard Wientjes voert Agnes Jongerius (FNV-vakcentrale) een strijd die ze uiteindelijk zal verliezen. Ongeacht of ze stemming over het nieuwe pensioenstelsel wint of verliest van Henk van der Kolk (FNV-vakbond) en Edith Snoey (FNV-vakbond). Het is niet alléén een strijd, die ze als vertegenwoordigster van een vakcentrale gezamenlijk met traditionele ‘tegenstanders’ te weten de werkgevers en die verfoeide VVD moet strijden tegen twee voorzitters van haar eigen echte vakbonden. Het is ook een strijd van het rationele, de moeilijk uitlegbare cijfertjes die zouden moeten aantonen dat de oplossing van Agnes de juiste is en het emotionele, het verlies van (vermeende) zekerheid op een bijna waardevast pensioen. Terecht of onterecht doet er niet toe. De onduidelijkheid over de cijfertjes maakt het er ook niet makkelijker op voor haar.

 

Het is ook een strijd van mensen die het pensioen van werknemers willen koppelen aan de fluctuaties op de aandelenbeurs en mensen die dezelfde, al jaren bestaande zekerheid zeggen te bieden. Als dat schijnzekerheid zou zijn, zal dat pas later blijken, terwijl nu gestemd moet worden. Maar gezien het aantal supporters dat Henk en Edith op de been kunnen brengen, zal de stemming over het resultaat van de onderhandelingen tussen de voorzitter van de vakcentrale en de voorzitters van twee vakbonden bij voorbaat vaststaan. Een voorzitter van een vakcentrale functioneert per definitie ver van de leden, terwijl de voorzitters van vakbonden veel dichterbij de leden staan. Deze strijd, als het daar nog echt van komt en Agnes niet eerder de handdoek in de ring gooit, zal als een schoolvoorbeeld de geschiedenis in gaan van de verschuiving van de macht van de vakcentrale naar de vakbonden. Die verschuiving is internationaal al heel lang aan de gang en wordt met name veroorzaakt door de fusies tussen bonden die in de meeste geïndustrialiseerde landen hebben plaatsgevonden. Daardoor zijn kolossen van bonden ontstaan, met grote beleidsondersteunende stafafdelingen, waar geen enkele vakcentrale in welk land dan ook tegen op kan.

 

Een goed pensioenstelsel dat zekerheid biedt is van groot belang. Dat is het al vanaf het begin van de opbouw van de welvaartstaat. Het is er zelfs een van de pijlers van. Werknemers zoeken geen risico’s om er aan te verdienen, zoals ondernemers. Agnes Jongerius en haar mede onderhandelaars van de vakcentrales hebben zich dat misschien onvoldoende gerealiseerd. Maar er is nog een probleempje. Als dit nieuwe pensioenstelsel zou worden ingevoerd, krijgen de werknemers en gepensioneerden -om een goed pensioen op te bouwen- net zoveel behoefte aan een stijging van de opbrengst van hun aandelen als de traditionele aandeelhouders en hun vertegenwoordiger, het management. En met dat management onderhandelt de vakbond namens de werknemers over een cao of het ontslag van personeel. In die onderhandelingen is sprake van een tegenovergestelde behoefte tussen aandeelhouders/management enerzijds en werknemers/gepensioneerden anderzijds. Dat plaatst de werknemers in een onmogelijke spagaat. En bij een eventuele werkstaking zal dat nog meer pijn doen. Maar misschien staat Bernard daarom Henk en Agnes zo aan te moedigen.