De gemeenteraad van Rotterdam wil grip krijgen op de veiligheidscultuur bij raffinaderijen en de chemische industrie. Een motie van GroenLinks daartoe werd met grote meerderheid aangenomen.

De gemeenteraad behandelde de onderzoeken naar de incidenten die zich deze zomer bij de raffinaderijen van Shell en ExxonMobil hebben voorgedaan. In de motie van GroenLinks werd opgeroepen tot een grotere controle van de Rotterdamse gemeenteraad op de veiligheidscultuur bij (petro)chemische bedrijven. De raad wil dat de gemeente daarbij ‘een actieve rol’ gaat spelen. De raad nam de motie met 34 stemmen voor en 9 tegen aan.

Gemeenteraad

Opvallend was de positie die burgemeester Ahmed Aboutaleb inneemt. Aboutaleb, verantwoordelijk voor openbare orde en veiligheid, wijst erop dat de provincie Zuid-Holland en DCMR over het toezicht gaan. “Wij gaan er niet over. Ik wil wel dit signaal overbrengen”, aldus de burgemeester in het Financieele Dagblad. Aboutaleb zegt zowel met Shell als ExxonMobil ‘indringende gesprekken’ te hebben gevoerd. Ook heeft de provincie de twee bedrijven onder het vergrootglas gelegd. Aboutaleb: “Er is maar een verdere stap, en dat is sluiting van de bedrijven.”

‘Vrijblijvendheid’

De motie werd ingediend door raadslid Arno Bonte (foto) van GroenLinks. Hij vindt het zorgelijk dat de incidenten bij de raffinaderijen door menselijke fouten waren ontstaan. “Er komt opnieuw het beeld naar voren van mankementen in de veiligheidscultuur. We moeten ons zorgen maken over die situatie. De bedrijven waar we het over hebben, zijn in potentie erg gevaarlijk”, zo wordt de politicus in het FD geciteerd. De motie werd gesteund door de fracties van de SP en Leefbaar Rotterdam. Volgens hen moet de gemeente ervoor zorgen dat de ‘vrijblijvendheid’ bij chemische en oliebedrijven wordt weggenomen. Het college van B & W zou de veiligheidscultuur en het managementsysteem van deze ondernemingen moeten doorlichten. Hierbij moet het zich laten leiden door de lessen die bij Odfjell zijn geleerd, vindt Bonte.