Liquid gaz, vloeibaar gas. Ik denk nog te weten wanneer ik me er het eerst voor interesseerde. Het is eind jaren zeventig. Ik ben redacteur bij een regionale krant in Zoetermeer. Een pompstation heeft bij de gemeente een aanvraag ingediend om een LPG-tank aan te leggen. Om tegemoet te komen aan de snelgroeiende vraag van zijn clientèle. De buurt komt in opstand: een LPG-tank zo dicht bij een woonomgeving, dat is onaanvaardbaar. Zo een risico kan de gemeente toch niet nemen. Het gemeentebestuur toont begrip voor de buurtgevoelens, maar geeft de pomphouder niettemin toestemming zijn LPG-tank te plaatsen… een paar meter verder van de woonbebouwing dan aanvankelijk is ingetekend.

Jaap-Luikenaar

Door Jaap Luikenaar

LPG is niet meer weg te denken. Het went. Ik schat in dat het nauwelijks nog protesten oplevert. In Rotterdam lijkt dat te gelden voor alle vormen van liquid gaz, waaronder ook Liquified Natural Gaz, LNG. Want onze haven krijgt van zijn omgeving (omwonenden én politiek) de ruimte om als LNG-haven flink aan de weg te timmeren. En zelfs ‘numero uno’ te worden in Europa. Een LNG-hub die niet alleen olie doorvoert, maar ook zorgt voor aansluitende infra; die onderzoekt en kennis deelt; regelgeving opstelt, etcetara, etcetera. Het past in het streven om als Mainport Europe ook de belangrijkste energiehaven van het continent te zijn. ‘Energierotonde’ zelfs: dat klinkt energiek en dynamisch en geeft tegelijk de cruciale plaats van de haven weer in het LNG-netwerk dat tot diep in het achterland voert.

Logisch ook. De haven toont via LNG haar groene, duurzame gezicht en laat zien op dit vlak trendsetter te willen zijn. Schepen die ‘op LNG varen’ stoten vrijwel geen zwavel en stikstof uit, en bovendien zo’n vijftien tot twintig procent minder CO2 dan die vermaledijde stookolie of diesel. En, ook niet onbelangrijk: de scheepsmotoren zijn stiller.

Geen protesten waren er (daarom) toen het Havenbedrijf eerder dit jaar een aanvraag indiende om de zogenaamde ‘Havenbeheerverordening’ te wijzigen. Daardoor is het mogelijk dat zeeschepen voortaan LNG mogen bunkeren – tanken dus. En ook jaren geleden was er toestemming toen op de Maasvlakte de Papegaaienbek werd omgetoverd tot Gate-terminal voor LNG-schepen, inclusief de bouw van drie enorme betonnen opslagtanks.

Allemaal gesitueerd op de plek waar het meeste scheepvaartverkeer langs komt: de kruising van de Nieuwe Waterweg en de Amazonehaven. Echt alles vanaf de Noordzee richting EMO, ECT, APM, BP of Euromax passeert die LNG-terminal en straks ook al het verkeer van en naar Maasvlakte twee. De havenmeester heeft destijds om die reden ook scherpe voorwaarden gesteld aan de inrichting van de terminal en de breedte van de vaarweg. Het betekende extra vierkante meters vaarwater graven, op de plaats van uitgeefbare grond. De veiligheidspet was belangrijker dan de commerciële, hetgeen destijds ongetwijfeld een aardig robbertje (bek)vechten met zijn collega’s van de business unit van het Havenbedrijf zal hebben opgeleverd.

Voor binnenvaartschepen bestaat de ontheffing om LNG te mogen bunkeren al langer. Schippers kunnen daarvoor sinds een jaar terecht bij – zeg maar – de LNG-pomp in de Seinehaven.

De naam van die haven heeft een bijzondere bijsmaak, aangezien de échte haven aan de monding van de Seine – Le Havre – ook dolgraag LNG-haven zou willen worden. Uitgerekend daar zijn de protesten uit omgeving en politiek de reden dat Le Havre het tot op heden nog zonder LNG-terminal moet stellen. Met alle economische nadelen van dien.

Want aan LNG is veel te verdienen. Hoewel… nu even niet. Het Russische aardgas – dat per pijp vanuit het oosten wordt aangevoerd – is stukken goedkoper dan LNG, dat immers per schip wordt getransporteerd. Gas, dat over zee wordt aangevoerd, heeft het grote voordeel dat levering is gegarandeerd, hoe hard Poetin ook aan de Russische gaskraan mag draaien als hem dat ooit politiek beter uitkomt…

Tot zover had ik mijn maandelijkse column alvast geschreven. Het staartje zou ik in de vakantie wel even afmaken. En vandaag, 23 juli, zit ik even ten noorden van Ascoli Piceno, diep in Italië, te sputteren boven de slotalinea van de columntekst.

Want vlucht MH-17 is vorige week uit de lucht geschoten.

Flarden tekstsuggesties vliegen om m’n hoofd. Ik tik en tik en hanteer veelvuldig de ‘backspace’-toets: mijn gummetje. Onze handelscontacten met Rusland staan zwaar onder druk. We importeren en exporteren voor miljarden uit en naar het land. De relaties compleet stopzetten of op zijn minst bevriezen? Inzetten op LNG in plaats van al die Russische energie? En ook schaliegras, zonne- en windenergie? Kan dat überhaupt? En die nieuwe Shtandart-olieterminal op de Kop van de Beer in Europoort dan? En wat betekent het voor de terminal van het Russische Summa? En die North-Stream pijpleidingen tussen ‘Rotterdam’ en Rusland dan? Weliswaar voor 51 procent van Gazprom, maar met flinke percentages aandelen van ‘havenklanten’ Shell en ExxonMobil. En de South Stream-pijpleiding waar ook twee andere ‘havenjongens’, GDF-Suez en E.On, dik inzitten? Sancties-ja of sancties-nee? En zijn we bereid iets van onze sterke Nederlandse (en Rotterdamse) gas- en oliepositie in te leveren ten behoeve van een eigen gemeenschappelijk en onafhankelijk (!) Europees energiebeleid… om zo een steviger vuist richting Poetin te kunnen maken?

Even gas terugnemen? Een toekomst met minder ‘verkeer’ op onze energierotonde? Niet vanwege energie-efficiency, maar uit principiële overweging: we drijven immers niet met iedereen handel.

Makkelijk praten en makkelijk schrijven (hoewel…) als columnist. In korte broek en op vakantie.