vlakt af

Het vastzetten van containers op schepen zet de verhoudingen op scherp in de Rotterdamse haven. Een groep internationale rederijen komt in het geweer tegen de eis van vakbonden en Rotterdamse raadsleden om de regels voor dit ‘sjorren’ aan te scherpen. Dit meldt het FD in een artikel vandaag.

Vakbond FNV Havens en een meerderheid van de Rotterdamse gemeenteraad willen dat op alle schepen die de Rotterdamse haven aandoen de containers alleen nog worden vastgezet door gespecialiseerde sjorbedrijven. In Rotterdam is dat het bedrijf ILS/Matrans. De rederijen verzetten zich tegen deze maatregel. In een recente brief aan het Rotterdamse college van B en W geven zij via hun advocaat aan overleg te willen voeren met havenwethouder Arjan van Gils.

Volgens de huidige havenregels mag op schepen korter dan 170 meter de bemanning zelf de containers vastzetten en losmaken. In de praktijk gaat het dan om zogeheten feeder- en shortseaschepen, die containers tussen Rotterdam en kleinere Europese havens vervoeren. Bekende rederijen in dit segment zijn Unifeeder en Samskip.

Deze praktijk is FNV Havens en de Rotterdamse politiek een doorn in het oog. Het sjorren door bemanningen levert in hun ogen te veel gevaar op, de reden waarom de Rotterdamse havenverordening moet worden aangepast. ˮDe werkdruk op de feederschepen neemt steeds meer toe. De bemanning krijgt steeds minder rust. Dat vergroot de kans op ongelukkenˮ, zegt voorman Niek Stam van FNV Havens.

In een medio juli door de PvdA-fractie ingediende motie wordt gesproken over ‘levensgevaarlijke situaties met doden tot gevolg’. Verder zouden volgens de motie ‘vermoeide matrozen’ de containers al losgooien voordat het schip aan wal ligt, ‘met alle gevaren van dien’. In de motie wordt verder verwezen naar een rapport dat in mei dit jaar door de Inspectie Leefomgeving en Transport werd gepubliceerd. Uit onderzoek van de ILT bleek dat op twee derde van de gecontroleerde schepen nog fouten werden gemaakt met het vastzetten van containers.

In de recente brief van hun advocaat Gerdien van der Voet van AKD aan het Rotterdamse college van B en W, voeren de rederijen aan dat zij er ‘groot belang’ bij hebben dat de bemanning van de schepen zelf de containers kunnen vastzetten en losmaken. Bij het verplicht inschakelen van sjorbedrijven vrezen zij hogere kosten en lange wachttijden bij de containerterminals.

De rederijen bestrijden verder dat de huidige regels tot meer gevaarlijke situaties leiden. Volgens hen gelden er immers strenge (inter)nationale regels voor arbeidsomstandigheden en minimumrusttijden voor bemanningen. Zij voeren bovendien aan dat bemanningen ‘sinds jaar en dag’ de lading sjorren en daar ‘heel bedreven’ in is.

De Nederlandse redersvereniging KVNR heeft daarnaast nog nadere informatie ingewonnen bij de ILT over het sjorren door scheepsbemanningen. Volgens de KVNR bevestigt de ILT dat er in het onderzoek ‘geen wezenlijk verschil’ is waargenomen tussen de geïnspecteerde kleinere containerschepen en de gecontroleerde grote schepen. Er zou dus geen bewijs zijn dat gespecialiseerde sjorbedrijven veiliger werken dan de bemanning zelf.

Uit de brief blijkt verder dat de rederijen nog ‘een achterliggend belang’ vermoeden bij FNV Havens, namelijk werkgelegenheid. Als het sjorren door bemanningen wordt verboden, levert dat in de Rotterdamse haven rond de 75 banen op.

De rederijen verwijzen voor dit argument naar een poging van FNV Havens in 2017 om de Rotterdamse havenverordening aangepast te krijgen. Een speciale werkgroep heeft toen geconcludeerd dat die aanpassing niet nodig was, omdat er geen aanwijzingen waren dat sjorren door bemanningen onveiliger was.