Tijdens het broeden op deze column staat op het tweede scherm een college voor onze masterstudenten in de steigers. Thema: havenclusters, leader firms en innovatie in havenindustriecomplexen. Een relevant thema, en actueel nu de ambitie om van Rotterdam ‘Silicon Harbor’ te maken steeds luider klinkt.

Onno de Jong

Door Onno de Jong

Toevalligerwijs was ik enkele weken geleden beroepsmatig in Gent om daar te kijken naar vernieuwing in de haven. In Gent speelt men een voorlopersrol als het gaat om verduurzaming en vernieuwing van het havenindustrieel complex. Showcase is de biodieselraffinaderij van Bioro. Fascinerend hoe een op het eerste gezicht niet-verwante agribulkterminal, een crusher van een groot Amerikaans agro-industrieel concern en een tankterminal fysiek verbonden worden met in het midden een biodieselraffinaderij. Cross-overs en nieuwe combinaties zoals dit in de wetenschap wordt genoemd.

Daags erna nog even een conferentie over ‘Vlaanderen en Wallonië in de biobasedeconomie’ (publiek: mensen met een Belgisch paspoort, voertaal: Engels) meegepikt. De thematiek leek niet anders te zijn dan in Nederland: knappe nieuwe scheikundige toepassingen maar ook ongelijke speelvelden binnen Europa, incomplete regelgeving en markten die politiek gedreven zijn in plaats van economisch.

En juist daarom is het zo opmerkelijk dat er in Rotterdam relatief weinig gebeurt op dit vlak. Neste is natuurlijk een prachtbedrijf maar met de potentie die de agribulkstromen in Rotterdam samen met het petrochemisch cluster hebben had ik eigenlijk wel iets meer verwacht.

Rond de tachtig hectare ‘plug and play’ voor biobased initiatieven is het immers al een tijd lang rustig. Of ja, een deel is aangewend voor huisvestiging van offshore klant Sif. De komst van Sif naar Rotterdam deed sowieso veel stof opwaaien. Daar waar Zeeland Seaports er met de buit, tweehonderd directe en driehonderd indirecte banen, vandoor dacht te kunnen gaan heeft Havenbedrijf Rotterdam naar het schijnt twee minuten voor twaalf ook een traject opgestart te hebben om Sif naar Rotterdam te halen. Met succes dus. In de regionale politiek ontstond er veel reuring. Strekking van het verhaal: ‘Rotterdam koopt een offshore markt, Rotterdam kan nooit tegen normale voorwaarden een aanbod gedaan hebben’. Gelukkig kon de vlag in Zeeland een paar weken geleden wel uit. Vlissingen krijgt weer aanlopen van een diepzee containerdienst. Eerste ladingpakket voor CMA-CGM volgens het persbericht: tweeduizend ton uien voor West-Afrika. Moraal van bovenstaand verhaal is wel dat de steeds luider wordende roep om havensamenwerking op dergelijke wijze lastig van de grond komt!

Een discussie die onder insiders al een tijd gevoerd werd maar die nu ook wat breder getrokken wordt is die van de immer toenemende schaalgrootte in de containervaart en de negatieve (maatschappelijke) effecten die dit heeft. In een recent rapport van de OECD komen vooral de potentiële slachtoffers van deze trend aan het woord. En los van de valide punten dat piekbelasting een issue is en economische logica in de containersector vaak afwezig lijkt te zijn is er toch een beeld dat bij mij vooral naar voren komt.

De hele discussie doet mij denken aan hoe het bij de beroemde c.q. beruchte autoshow Top Gear er altijd aan toe gaat. Als de heren een serie opdrachten met hun bolides voltooid hebben volgt altijd het optellen van de scores en wordt de winnaar bepaald. Jeremy Clarkson kan het bij winst nooit nalaten om, begeleid door het gemopper van de heren May en Hammond over ‘oneerlijk en volstrekte willekeur’, met zijn rechterhand voor zijn hoofd in vorm van de letter L luidkeels losers roepend over het podium te gaan. Nu zou het mij hoogst verbazen als de hogere echelons van het Havenbedrijf Rotterdam dergelijk kinderachtig gedrag vertonen, maar de reactie op het rapport was duidelijk. Het betreft hier een duidelijk concurrentievoordeel van diepzeeligging en een zeetoegang die goed op diepte gehouden wordt.

Maar goed, bovenstaande ontwikkeling is natuurlijk slechts een knap staaltje procesinnovatie. Om een havenindustrieel complex echt grondig te vernieuwen is wel meer nodig. Misschien ga ik mijn studenten zo maar eens vragen hoe zij een biobased internet of things container port voor zich zien…