Je zou het niet zeggen als je over het strand wandelt en naar de eindeloze horizon kijkt, maar de Noordzee behoort tot de drukst bevaren zeeën ter wereld. Goed, wie een dagje bij de pieren van Hoek van Holland staat, ziet tientallen schepen binnenlopen en uitvaren, maar het woord ‘druk’ neem je toch niet gauw in de mond. 

Jaap-Luikenaar

Door Jaap Luikenaar

Surf daarentegen eens naar MarineTraffic en je krijgt een heel ander beeld te zien: een Noordzeekaart met een wirwar aan scheepsbewegingen. noord-zuid en oost-west: ruwweg 125.000 scheepsbewegingen per jaar.Eigenlijk geen wonder ook. Twee Noordzeehavens, Rotterdam en Antwerpen verbinden het Europese continent met de andere werelddelen. En bevoorraden via shortsea en ferry’s vele tientallen Europese haven én… steken over naar het Verenigd Koninkrijk.

Scheepvaartverkeer op de Noordzee is er daardoor in alle windrichtingen. Het lijkt elkaar overal te kruisen. De Noordzee kent snelwegen met gescheiden vaarstroken en parallelle ventwegen, daarnaast ook talrijke kruisingen, oversteekplaatsen en ankergebieden als – zeg maar –  parkeerplaatsen. Dat er desondanks zo weinig ongelukken gebeuren (zo’n 25 per jaar) is te danken aan een ingenieus ontworpen stelsel van scheepvaartroutes en allerhande verkeersscheidingsregels en internationale afspraken, zo zegt www.noordzeeloket. En natuurlijk aan de verkeersbegeleidende systemen en de heren en dames die daar achter de knoppen zitten.

Behalve dit traditionele scheepvaartverkeer, kent onze Noordzee nog meer ‘druktemakers’: de visserij, de recreatievaart en de overstekende ferry’s. Als drukste zee is de Noordzee tegelijk een groot natuurgebied met een enorme biodiversiteit. De Noordzee als paaigebied: ‘samenscholingsplaats’ voor vissen in de paartijd. Ook walvissen (bultruggen), bruinvissen, zeehonden, tuimelaars en dolfijnen behoren tot de verkeersdeelnemers op het water. Niet gemotoriseerd weliswaar, maar toch. Soms zwemmen ze met veel plezier mee (dolfijnen), soms geheel tegen hun zin. Herinnert u zich de foto nog van een containerschip dat de  Rotterdamse haven medio 2012 binnenliep met een bultrug voorop zijn bulbsteven (boeg)?

Kapiteins en stuurmannen/-vrouwen op de Noordzee gaan af op hun navigatie-instrumentarium en moeten daarbij de ogen voortdurend open houden. De zee kent naast al dat verkeer nog een groot aantal andere offshore obstakels: windmolens – of beter: windparken -, boorplatforms voor olie en gas en op de zeebodem allerhande pijpen en telefoonkabels. Je kunt er dus niet zomaar even je anker uitgooien. Minder bekend is bijvoorbeeld dat de Noordzee ook baggerstortplaatsen heeft en munitiedepots van het ministerie van Defensie. Daar liggen duizenden ‘bommen en granaten’ uit de Tweede Wereldoorlog, veilig onder een dikke laag zeeklei.

Door de jaren heen zijn tientallen ideeën ter tafel gekomen om de Noordzee nog veel meer gebruiksfuncties te geven. We hebben twee Maasvlaktes aangelegd en de Zandmotor als kunstmatig schiereiland voor de kust van Ter Heijde. Maar in de hoofden van ingenieurs en planologen zat en zit nog veel meer. Een luchthaven in de Noordzee: ‘Flyland’ geheten; ooit gepland voor de kust van IJmuiden. En op een ontwerp voor een (veel grotere) Tweede Maasvlakte was eveneens een vliegveld ingetekend. Het Plan Waterman met de kustuitbreiding voor Scheveningen als nieuwe Haagse woningbouwlocatie. Of de Tulp van Atsma: een tulpvormig eiland voor de kust, á la Dubai. Ter meerdere eer en glorie van onze waterbouwers, uitgedacht door oud-staatssecretaris Joop Atsma.

Het Nederlandse deel van de Noordzee is ‘huge’: 56.000 vierkante kilometer. Dat is anderhalf maal de oppervlakte van Nederland. Desondanks moeten we niet te makkelijk denken dat alles wat we niet op het land kwijt kunnen ‘dan maar’ in de Noordzee moet gebeuren. Beter onshore dan offshore. De windmolenparken voorop. Ik ben groot voorstander van windenergie: gooi die haven maar helemaal vol met windmolens en laat ze vooral flink bijdragen aan Rotterdam als energierotonde. Maar ga niet puzzelen of morrelen aan veiligheidsmarges om ze met veel passen en meten (toch) ergens kwijt te kunnen in de aanloop naar de grootste en drukste havens van Europa. Een stuurloze olietanker die straks tegen een windmolen aanknalt, betekent een natuurramp en is tegelijk een energie(beleids)ramp. Beleidsmaker: luister naar de Havenmeester.