Thuis hebben we een kater, Tom Poes. Een zwarte eunuch, Europees korthaar met een wit befje en witte sokjes. Hij is bepaald niet intelligent, behalve als het om eten gaat want dan komt er een soort boerenslimheid boven. Maar er gaat liefde en warmte van het diertje uit en dat voelt goed. Ik moest aan Tom Poes denken toen IBM aankondigde dat het een chip met de intelligentie van een kat heeft ontworpen en gebouwd. Voor mijn domme katertje is dat wellicht niet zo’n probleem, dacht ik eerst nog, maar het vereist toch zo’n 142.000 processors en 144.000 Gbyte opslagvermogen om een stukje van de hersenschors te simuleren. Het idee dat we een cognitieve computer kunnen bouwen die het vermogen van het brein evenaart om inzicht en begrip te verwerven is boeiend, beangstigend en veelbelovend tegelijk.

 

De computerontwikkeling van rekenmachines tot leersystemen gaat toekomstig invloed hebben op ons leefpatroon en onze duurzame economie. Slimme productieprocessen voor fabrieken, intelligente energiesystemen voor woonhuizen of pientere oplossingen voor transportsystemen zullen dan ook het energieverbruik significant gaan beïnvloeden. En dat gaat verder dan het effect van de ‘slimme’ meters met ingebouwde ICT die op afstand uitleesbaar zijn of hun informatie op een display weergeven. Die zijn niet slim, al is het wel een goede stap in een proces dat in mijn optiek niet meer omkeerbaar zal zijn.

Apparaten zijn tegenwoordig voorzien van allerhande processors om beter bij de behoeften van de gebruikers aan te sluiten. Deze ontwikkelingen zijn innovatief, maar het blijven gewone toestellen die door geavanceerdere chips meer functionaliteit hebben en soms lagere energiekosten. Voor een duurzamere maatschappij moet echter eerst de toegepaste technologie voor de energiedienst worden heroverwogen. Denk voor een huishoudelijk apparaat aan bijvoorbeeld een warmtepompdroger versus een klassieke wasdroger. Een werkelijke doorbraak komt daarna als alle systemen met elkaar en met het net kunnen communiceren. Cognitieve computers, snelle communicatie en geïntegreerde energiewebs zijn dan de wezenlijke ingrediënten voor exergetisch goede energiediensten. Al moeten een aantal barrières dringend worden opgelost; het ‘smart grid’ overschrijdt namelijk vele vanuit het verleden logische grenzen in de regelgeving.

Het ‘smart grid’ is een focus van president Obama; hij spreekt van de ‘clean energy superhighway’. Meer dan anderen lijkt hij zich bewust van het belang van een betrouwbaar hoogspanningsnet, uitgerust met vermogenselektronica om als ruggengraat te dienen voor lokale en regionale netten. Pas dan wordt het mogelijk om decentrale opweksystemen netjes te integreren en het energieverbruik van schone energiediensten te optimaliseren. En vice-president Biden zei onlangs “A failure by the United States to lead the world in developing clean-energy technology would be the biggest mistake this nation has made in its entire history.” Maar niet alleen de Amerikanen beseffen het belang van de ontwikkeling van schone energietechnologie voor hun economie van de toekomst. Vier steden in Japan proberen door coördinatie van het energieverbruik voor huishoudens, fabrieken en transport om een significante besparing met gelijktijdige vergroening te realiseren.

Het zijn een soort ‘slimme steden demoprojecten’ waarbij de Japanse industrie in belangrijke mate participeert. Cruciaal in het concept is de afstemming van het energieverbruik; kerngedachte is het optimaliseren van de energieketen vanuit de waardecascade. Er zit dus zowel een fundamenteel concept als industriële kracht achter en dat geeft mij een beter gevoel dan het Rotterdam Climate Initiative. Het ambitieniveau daarvan is weliswaar onovertroffen en er zijn hele slimme deelprojecten, maar zaken als het afvangen en opslaan van CO2 horen daar in mijn optiek niet bij. Immers, het blijft leunen op de huidige energiesituatie en het denkt niet vanuit een nieuw concept. Het zou beter zijn als de integratie van schone energietechnologie als basis zou worden genomen voor een duurzamere toekomst. Dan volgt de impact op het klimaat vanzelf en dat is beter dan een imperfecte klimaatstudie als leiddraad te nemen voor peperdure inefficiënte maatregelen.

Het ‘slimmer’ organiseren van onze energiediensten zet dus alleen zoden aan de dijk als we het goed doen. Een automobiel met zuigermotor kan worden volgebouwd met microprocessors maar het blijft een warmtewisselaar op wielen. Een elektrische auto of een plug-in seriehybride auto is een wezenlijke stap voorwaarts, maar het effect voor een groene maatschappij wordt pas significant door een integratie van het laadsysteem in het energieweb. Als we met schone energietechnologie de toekomst gestalte gaan geven, moeten we keuzes maken die tevens leiden tot een gezonde groene economie. Voor onszelf en voor onze kinderen. Desnoods met gebruikmaking van kunstmatige intelligentie, want als je iets goeds wil doen dan moet je het wel goed doen.