vibro-drillen
Archieffoto

GBM Works heeft een technologie ontwikkeld, waarmee monopiles niet de bodem in worden geheid maar getrild. Dit voorjaar vindt met dit vibro-drillen de eerste test op zee plaats.

De Haagse start-up is een spin-off van de TU Delft. Het heeft een methodiek ontwikkeld voor het in de zeebodem brengen van monopiles.  Deze fundatiepalen voor windturbines worden normaal gesproken van bovenaf de zeebodem in gehamerd. Bij het vibro-drillen gaan de palen met behulp van aan de onderkant bevestigde trilelementen de bodem in. GBM Works benut het gewicht van de monopile zelf om die te installeren.

Vibro-drillen

Het gebruik van de technologie biedt een aantal voordelen, vertelt Joris van Rossem van GBM Works op de website van het Havenbedrijf Rotterdam. “Het hameren van een monopile maakt veel geluid, wat schadelijk is voor het ecosysteem. Onze methode is geluidarm, waardoor we geen dure geluidswerende schermen om de monopile heen hoeven te plaatsen.” Daarnaast gaat vibro-drillen sneller dan heien, ook omdat men minder afhankelijk van het weer is, zegt Van Rossem. Een laatste voordeel: “Trillen aan de onderkant veroorzaakt bovendien minder schade door materiaalmoeheid. Hierdoor kunnen de monopiles in de toekomst wellicht lichter worden uitgevoerd.”

Penetratietests

Tot dusver testte GBM Works zijn systeem op de Maasvlakte, waar de bodem gelijkenissen vertoont met de zeebodem. In mei of juni zal een eerste, relatief kleine monopile voor het eerst op zee in de bodem worden gebracht. Mogelijk gebeurt dit vanaf een offshore platform. Van Rossem: “We willen vier weken lang penetratietests uitvoeren. Hierbij gaan we de betrouwbaarheid en snelheid van onze methode verder testen.” GBM Works hoopt het systeem vanaf 2021 op de markt te kunnen aanbieden.

Zie ook: GE en SIF bouwen krachtige windturbine