‘Miami, juli 2012 – Het fenomeen van dekstoelen claimen door er al in de vroege ochtend een handdoek op te leggen, of een boek, is een grote ergernis voor medepassagiers. Vaak blijven deze urenlang leeg, totdat de ‘bezetter’ eens komt opdagen. Op de ms. Carnival Breeze wordt een proef gehouden die even simpel als doeltreffend is. Indien de bemanning zo’n lege geclaimde stoel aantreft, plakken ze er een sticker op met een tijdsduur van 40 minuten. Is na die tijd de stoel nog steeds niet bezet, dan worden handdoek, boek en ander spul naar de uitgiftebalie van de handdoeken gebracht.’

Jaap-Luikenaar

Door Jaap Luikenaar

Bovenstaand introotje kwam ik onlangs tegen op een website. Cruisen. Eerlijk gezegd heb ik er niet zoveel mee. Het aanzicht van zo’n megaschip kan me mateloos boeien, maar er dagenlang op zitten, lijkt me niets. Een retourtje Harwich of Hull is mij al lang genoeg. En berichten zoals deze bevestigen mijn niet-cruisegevoel.

Gelukkig voor de sector denken vele miljoenen daar anders over. Voor pleisterplaats Rotterdam is het cruiseseizoen vorige maand weer volop van start gegaan. En hoe. Twee toppers onder de cruiseschepen meerden af aan de Wilhelminapier en zorgden voor mooie plaatjes op internet en in de krant. Cruise heeft zonder enige twijfel een grote aantrekkingskracht. Op kijkers en passagiers.

Alleen die namen al. Wat te denken van de Costa Deliziosa, Crown Jewel, Diamond Princess, Enchantment of the Seas, Superstar Virgo of de Pride of Aloha. Qua naamplaatje kunnen ‘onze’ HAL-jongens Volendam, Maasdam en Rotterdam daar niet tegenop.

Het besluit van Rotterdamse haven- en stadsbestuurders in de jaren negentig om de Maasstad (weer) als cruiseplaats op de kaart te gaan zetten is een goede zet geweest. Een cruiseschip in de haven betekent – jaar in jaar uit – veel kijkers, Rotterdammers op de Erasmusbrug of langs de kade op de Kop van Zuid. En betrokkenheid en aandacht voor wat er op het Maaswater en in de haven gebeurt, is wat we toch allemaal graag willen.

Het predicaat cruisehaven is niet gratis, voor de aanblik van cruiseschepen moet flink in de buidel worden getast: jaarlijks moet er zo’n half miljoen euro bij. Kostenposten zijn het op diepte houden van de rivier tot aan de Erasmusbrug, het onderhoud van de Wilhelminakade als aanlegsteiger en de werkzaamheden aan en in Cruiseterminal waar de duizenden cruisepassagiers door de douane gaan. Weliswaar betalen de cruiseschepen elk duizenden euro’s terminalhuur en havengeld, maar dat blijkt niet genoeg om alle kosten te dekken. Van de opbrengst aan zeehavengeld moet het Havenbedrijf het ook niet hebben: scheepvaartanalist Cees de Keijzer rekende onlangs uit dat één forse olietanker tussen de pieren van Hoek van Holland al beduidend meer oplevert dan alle dertig cruiseschepen die voor dit jaar staan gepland bij elkaar.

Gemeente en Havenbedrijf delen dat exploitatietekort broederlijk: beide dokken tweehonderdvijftigduizend euro. En maken daar verder geen probleem van. De markt is nu eenmaal heel concurrerend. Sterker nog, Rotterdam wil zijn positie in de prestigieuze cruisewereld niet alleen behouden maar juist uitbreiden. En het aantal cruises verder opvoeren: van jaarlijks een kleine dertig schepen nu naar zestig in 2015.

En wil het daarmee ook de kostenpost verhogen?

Ja, want dit voorjaar maakten haven en stad bekend samen zeven miljoen te gaan neertellen voor de modernisering van de cruiseterminal, nodig om meer en nog grotere schepen de haven te laten binnenlopen. Komende maand september wordt het grootste cruiseschip verwacht: de Oasis of the Sea, met 5.500 passagiers en een tweeduizendkoppige bemanning.

Want cruisen levert natuurlijk veel meer op dan alleen de havenaanloopkosten: flink geld in het laadje voor taxi’s, winkeliers, horeca, souvenirshops. En (helaas voor Rotterdam) natuurlijk ook de touringcarondernemers. Klemmende vraag is hoeveel cruisegeld er aan de Rotterdamse strijklat blijft hangen en hoeveel elders in het land. Als een schip afmeert, staat de kade immers vol bussen, taxi’s, VIP-cars. Ze vliegen uit over heel het land. Naar de molens van Kinderdijk, de Deltawerken, de Porceleyne Fles in Delft, Koninklijk Den Haag én wereldstad Amsterdam: stad van diamantairs en Rembrandt, Van Gogh en oh-la-la. Diverse rekenmeesters hebben zich over die ‘hoeveel-levert-het-ons-op’-vraag gebogen. Dat blijkt dagelijks om zo’n tweehonderdvijftigduizend tot zeshonderdduizend euro te gaan, waarvan een bescheiden deel in Rotterdamse kassa’s verdwijnt. Mooie uitdaging dus.

Dat soort bedragen hebben ook de cruisesector zelf tot nadenken gestemd. En, sorry voor de stad, ook tot actie. Op de al eerder geciteerde Nedcruise-website kwam ik het bericht tegen dat de schepen – juist tijdens tussenstops – meer entertainment op het schip gaan organiseren. Via betaalde (!) rondleidingen door de machinekamer, de brug en de kombuis tot aan betaalde (!) concerten (van Olivia Newton-John en de popgroep Chicago bijvoorbeeld). Klanten blijven dan aan boord en spenderen ook daar hun vakantiegeld. Voordeel is dat het wellicht wat rustiger wordt in en om het zwembad en dat het probleem met de ‘claimhanddoekjes’ tot het verleden gaat behoren. Ondertussen bleek de veertigminutenproef op de ms. Carnival Breeze zo’n groot succes dat is besloten het systeem ook daadwerkelijk in te voeren.