Het CBS kwam eind 2012 met het rapport ‘Het Nederlandse ondernemingsklimaat in cijfers 2012’, uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Economische Zaken. Datzelfde ministerie dat onder het vorige kabinet nog ‘innovatie’ in de naam had, maar dat terzijde. Of misschien niet terzijde; een van de conclusies uit het onderzoek is dat Nederland te traag is met innovatie, zoals de Volkskrant eveneens kopte. Twintig landen zijn vergeleken en wij bevinden ons in de achterhoede. De landen die het meest investeren in innovatie gaven twee keer zoveel uit als Nederland. Ook de opbrengsten van innovatieve producten is in Nederland laag, slechts vijftien procent van onze omzet komt uit innovaties. Finland en Duitsland halen bijvoorbeeld 25 procent van de opbrengsten uit nieuwe producten. We lopen dus enorm achter bij andere hoog geïndustrialiseerde landen.

Ik zie in mijn dagelijkse praktijk heel veel innovatie, maar allemaal nog in een pril stadium, allemaal op de rand van de valley of death. Dat is de beruchte kloof tussen laboratorium en praktijk, waar ze eerst nog doorheen moeten zien te komen, voordat er überhaupt sprake kan zijn van opbrengsten uit nieuwe, innovatieve producten.

Er moet dus meer tempo op, we zijn te traag met innovatie. We dienen in Nederland nog wel aardig wat octrooien in, maar die komen vooral op het conto van enkele multinationals. Dat is op zich natuurlijk prima, maar een betere spreiding over meer bedrijven levert meer vernieuwing op. En octrooien zeggen natuurlijk ook niet alles, want er is veel innovatie zonder dat er octrooien worden ingediend. Maar in de regel is de hoeveelheid octrooien een aardige graadmeter, zeker in  vergelijking met andere landen.

Valorisatie van de patenten is vervolgens ook nog een interessant traject. Want ook met een octrooi in de hand kun je zomaar aan de rand van de afgrond van die beroemde valley of death staan.

 

Meer tempo, hoe krijgen we dat erin? Ik zeg, meer creativiteit en meer lef. Meer creativiteit bij universiteiten, kennisinstellingen en bij bedrijven, zowel bij grote als kleine bedrijven. Meer creativiteit om tot meer innovaties te komen, tot meer ‘uitvindingen’, maar ook tot meer kapitalisatie van nieuwe producten en ideeën. En meer lef, vooral bij bedrijven en overheden. Lef om nieuwe producten een kans te geven, lef om bedrijven hun innovatieve producten in te laten zetten in huidige processen of productiemethoden. En lef om te durven zeggen: wij gaan het anders doen dan we al jaren gewend zijn en we introduceren nieuwe technieken in onze bedrijfsvoering.

Voor 2013 wens ik u hierbij naast veel geluk en gezondheid ook veel creativiteit en lef toe!