De Richtlijn Industriële Emissies (IED, Industrial Emissions Directive) integreert de IPPC-Richtlijn met zes andere richtlijnen voor grote stookinstallaties, afvalverbranding, oplosmiddelen en de titaandioxide-industrie. Daarnaast is er geprobeerd beter af te stemmen met een aantal andere richtlijnen zoals de Kaderrichtlijn Afvalstoffen en de Kaderrichtlijn Water. De werkingssfeer van de IED is daarmee ruimer dan die van de oorspronkelijke IPPC-Richtlijn.

De implementatie in Nederland van de IED heeft tot gevolg dat diverse wet- en regelgeving is aangepast. Met name het Activiteitenbesluit (Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer) is ingrijpend gewijzigd.

IPPC-bedrijven vielen voorheen vrijwel geheel buiten de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit; dit om eventuele strijdigheden met de IPPC-richtlijn uit te sluiten. Met ingang van 1 januari 2013 worden deze bedrijven aangemerkt  als  inrichtingen type C volgens het Activiteitenbesluit, zodat delen van het Activiteitenbesluit van toepassing zijn op IPPC-installaties.

Het Activiteitenbesluit geeft algemene regels voor activiteiten met bepaalde gevolgen voor het milieu, ongeacht de branche waarin deze activiteiten plaatsvinden. De insteek daarvan is om milieuvoorschriften meer als algemene regels te formuleren en minder in vergunningen op te nemen. Voor alle inrichtingen, IPPC-bedrijven én ‘gewone’ bedrijven, die deze activiteiten verrichten, gelden nu dus de voorschriften van het Activiteitenbesluit voor deze inrichting.

Op basis van het Activiteitenbesluit kunnen daarnaast ook maatwerkvoorschriften worden bepaald, bijvoorbeeld door het stellen van afwijkende waarden en gehalten voor lozingen, emissies et cetera, toegespitst op de specifieke situatie.

Vergunningvoorschriften blijven op grond van het algemene overgangsrecht gedurende drie jaar gelden als maatwerkvoorschrift voor zover deze vergunningvoorschriften op grond van het Activiteitenbesluit als maatwerk kunnen worden gesteld.

Het is nogal een puzzel om uit te maken welke voorschriften nu gelden voor elke individuele inrichting. Makkelijker is het er niet op geworden, lijkt me (en dat is wel de bedoeling van de uniformering).