‘GTST in de haven’, zo luidde vorige maand de kop van deze column. De economische crisis verdeelt de havensector in winnaars en verliezers.  En ook rond de jaarwisseling, op de Dag van de Haven, bleek dat maar eens te meer, tijdens de presentatie van de overslagcijfers. Maar vooreerst: het is natuurlijk fantastisch dat de haven het afgelopen crisisjaar positief weet af te sluiten met 1,7 procent meer overslag en zelfs een voorspelling durft te doen van nog eens twee procent groei in 2013. Dat niet ieder afzonderlijk havenbedrijf groeicijfers laat zien, is evident. Heel simpel gezegd komt het er op neer dat ‘nat’ (de oliesector) het crisisjaar prima is doorgekomen en dat de klappen vooral in de ‘droge’ havensector (kolen, erts) zijn gevallen.

Maar er bleek op de Havendag meer tweespalt. Meer GTST. Want terwijl de  leden van de grootste havenfanclub (koosnaam voor de Havenvereniging Rotterdam) in een volle Luxorzaal luisterden naar de groeicijfers, demonstreerden buiten zo’n honderd havenwerkers. Op tv zag je vooral eindvijftigers en beginzestigers. Ze vroegen aandacht voor hun situatie: de oudere, ervaren werknemer die voor een jongere, beter geschoolde kracht wordt ingewisseld; de voorziene ontslagen bij Odfjell en bij de Rotterdam Port Services (de ‘light-version’ van de havenpool SHB); overslagbedrijven die goedkopere krachten inhuren; de toenemende automatisering die de werkgelegenheid drukt, straks ook op de Tweede Maasvlakte. En dan nog steeds dat gehannes met de pensioenen van havenwerkers. Volkszanger Harrie Slinger nam het vorig voorjaar nog op voor de sjorders en andere ‘havenpoolers’. Hij paste de tekst van zijn hit ‘Je loog tegen mij’ aan en zong het voorafgaand aan de aandeelhoudersvergadering van Aegon (de maatschappij waar de pensioenen nu zijn ondergebracht).

‘GTST in de haven’ leidde rond de jaarwisseling tot krantenkoppen als ‘Onrust in de haven’. En dat staat gelijk met vloeken in de kerk. ‘Onrust’ is een term uit de vorige eeuw: havenstakingen, prikacties, blokkades, dat werk. De oplossing zou je ook uit de vorige eeuw kunnen noemen, maar hoeft geen diskwalificatie te betekenen. Integendeel. Want evenals in Den Haag het ‘paarse polderen’ weer tot modieuze politiek is verheven, zo wordt nu ook in Rotterdam aan een platform gebouwd. Geen boorplatform (daar zijn we goed in) maar een overlegplatform van vakbonden, werkgevers, Havenbedrijf en de gemeente. Dat is althans de belofte die havenbaas Hans Smits vanachter – jawel – de megafoon  deed aan de havendemonstranten. Benieuwd of we ook op (in) zo’n platform, te midden van onrustige zeeën en wilde golven, naar nieuwe oplossingen kunnen boren om van havenwerkers weer gemotiveerde medewerkers te maken. Want dat er onder die groep een behoefte is aan ‘nieuwe energie’ is duidelijk. Boren dus, want de productiviteit in de haven moet omhoog om de concurrentie aan te kunnen. Zeker als straks de economie weer aantrekt.

Rond Oud & Nieuw stonden de schijnwerpers en de tv camera’s dus vooral op  ‘oud’ gericht. Maar dat betekent niet dat ‘nieuw’ blijft liggen. Al een flink aantal jaren is de focus op de instroom van jonge gediplomeerde scholieren en studenten gericht. En de resultaten zijn er: maritieme opleidingen aan het Scheepvaart en Transport College (STC) zitten bommetje vol (maar er kan nog meer bij) en ook de opleiding tot procesoperator trekt flink aan. Maintenance blijft nog achter, misschien ook wel door die toch wat mistige naam zelf. Om er nu ook op langere termijn zeker van te zijn dat de haven als een aantrekkelijke werkplek bekend staat, gaan zo’n zevenduizend Rotterdamse basisscholieren (groep 7/8) vanaf dit jaar de haven in. EIC Mainport Rotterdam (de ‘havenexcursiefabriek’) neemt ze mee aan het handje en laat ze niet alleen zien, maar vooral ook voelen en beleven dat de haven de moeite waard is. Je kunt er niet vroeg genoeg mee beginnen. De eerste klap is een daalder waard.

Een tiener vindt de haven sowieso al stoer en vet. Maar in de school- en studiejaren die volgen is het belangrijk om ook andere aspecten aan te roeren: werkomstandigheden en arbeidsvoorwaarden. Hoe gaaf is het dan om uitzicht op werk te hebben in een sector die zelfs midden in de economische malaise positieve groeicijfers laat zien; waar je flink carrière kunt maken en die over eigentijdse, moderne en flexibele arbeidsvoorwaarden beschikt. En waar je uiteindelijk ook met een prima pensioen weer afscheid neemt.