Alles in het leven heeft zijn prijs maar belangrijker dan de prijs is de waarde. De natuur heeft een waarde maar geen prijs; bij energie is het andersom. Het behoort tot de overvloed die we vanzelfsprekend blijven consumeren zoals een alcoholist zijn jenever. Toch is het waardebegrip voor onze toekomst essentieel. Alle activiteiten, of het nu mechanische of biologische zijn, kunnen alleen plaatsvinden door het gebruik van hoogwaardige (converteerbare) energie. Het product van die omzetting is evenveel laagwaardige (niet meer converteerbare) energie. Clausius noemde dat entropie op basis van het Griekse woord εντροπία, een samenvoeging van εν [en] met τροπή [draaien]. Maar het waardebegrip interesseert slechts weinigen, in onze samenleving draait het bijna allemaal om prijs en om prijzen.

 

Bij toeval belandde ik in een jury voor een MVO-prijs. MVO staat voor maatschappelijk verantwoord ondernemen; het ging om bedrijven die de drie P’s van People, Profit en Planet hoog in het vaandel hebben staan. Groen is de rode draad bij hun ondernemen. Zij worden gevraagd om hun waardeketen te analyseren, hun CO2-footprint periodiek vast te stellen en ‘fairtrade’ tezamen met humaniteit als uitgangspunt van hun business te nemen. Waarbij ze ook winstgevend moeten zijn. Het is bijna vertederend om te zien hoe goed sommigen dat lukt en hoe enthousiast vele kleine ondernemers daarmee bezig zijn. Het herinnert me aan de milieugolf die ons eind vorige eeuw overspoelde. Bedrijven die van de nood een deugd maakten werden de koplopers, omdat bleek dat dure milieumaatregelen ondanks alles tot een aantrekkelijker product of dienst gemaakt konden worden. Je ziet met duurzaamheid nu precies hetzelfde patroon.

 

De MVO-prijs wordt door diverse gemeenten en de landelijke overheid gestimuleerd, maar ook de Europese Commissie heeft inmiddels een nieuwe ambitieuze MVO-strategie bekend gemaakt. Renkum, Zeist en Tilburg zijn zomaar wat voorbeelden van gemeenten waar men op deze manier een groenere maatschappij bevordert. Het gaat verder dan de KvK-ondernemersprijzen die meer in het teken staan van jong en creatief ondernemerschap. Eén van mijn neefjes, oprichter en directeur van Point Logic, won in 2004 deze prestigieuze prijs van de KvK-Rotterdam en het is verbluffend om te zien hoe stimulerend zo’n initiatief werkt. Maar het COS-initiatief (Centrum voor Internationale Samenwerking) gaat wat verder, omdat daar goed ondernemerschap en winstgevendheid worden gekoppeld aan duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen.

 

Hotels, bouwondernemers en vele anderen deden mee met uitstekende inzendingen, maar het meest verrast was ik door de inzending van Kaatje Katoen met ‘de wasbare luier’. Een kind in wegwerpluiers zorgt per jaar voor zeshonderd kilo ‘afval’, vervanging door wasbare luiers bespaart jaarlijks honderddertig kilo ‘afval’. Een wasbare luier is volgens Kaatje goedkoper, beter voor het milieu en de kinderen zijn eerder zindelijk. De grondstoffen zijn bamboevezel en katoen, verbouwd zonder kunstmest of pesticiden. Bij de keuze van leveranciers wordt naast de arbeidsomstandigheden ook op de vervoersafstanden gelet. Bij het toenemend aantal incontinente bejaarden heeft deze business tevens ondernemersperspectief voor de toekomst, al verwacht ik niet dat de ouwetjes er sneller zindelijk van zullen worden.

 

De waarde van het MKB voor dit land is significant, het is de ruggengraat van de economie. Maar kennis en begrip van energie ontbreken veelal. De prijs speelt altijd een belangrijkere rol dan de waarde en begrippen als entropie komen in het MKB-woordenboekje niet voor. Maar toch …. bij de omslag naar een duurzamere samenleving zijn dit de bedrijven die door hun totale omzet, omvang en menskracht het verschil maken. Charles Handy kreeg ooit van mijn oude werkgever de Wijmans-prijs en in zijn boek ‘The age of unreason’ geeft hij aan waarom een netwerk van kleinere bedrijven in zijn optiek de toekomst heeft. Het is een man die bij Shell carrière had kunnen maken maar een andere weg verkoos. Ik ben geneigd zijn visie te geloven, zonder daarmee afbreuk te willen doen aan de waarde of het bestaan van de multinationals.

 

Dit is de laatste van 36 columns over energie en mijn gedachten dwalen terug naar Delft als bron van mijn kennis. Op de studentensociëteit hadden we vroeger de ‘zeikerd van de week’. Dat was iemand die maar wat aan lulde en die ik vanwege het pacifistische klimaat in die dagen wel eens de ‘placifist van de week’ placht te noemden. Nu zoveel jaren later zijn ze bijna allemaal directeur of manager geweest en toe aan de eerste luiers van hun incontinentie periode. Een hele generatie placifisten en zeikerds komt eraan, maar het is een geruststelling te weten dat Kaatje Katoen duurzaam voor ons klaar staat! U begrijpt, ik maak een grapje want iemand die incontinent is moet je nooit in de zeik zetten of een placifist noemen. Toch?