Ik haat Wenen. De stad van het Hofburg Paleis, Schloss Schönbrunn en de Spaanse Rijschool is voor mij het symbool van oude macht en vergane glorie. Als ik bij het atoomagentschap IAEA moest zijn, probeerde ik mijn bezoek altijd te beperken tot één dag. Het jaarcongres van de ‘Vereinigung der Großkesselbesitzer’ duurde een week en dat was afzien. Zelfs de taartjes in het Sacherhotel smaakten me niet. Maar er was één adres dat alles goed maakte en dat was Berggasse 19. In de serene rust van een oude werkkamer liepen daar altijd veel jonge mensen rond. Ze straalden integriteit uit, frisheid en belangstellendheid. Een nieuwe generatie die in stilte naar de dingen keek, maar anders.

 

In de Berggasse werd door Freud gewerkt aan een nieuwe visie en aanpak van de menselijke geest. Voor ons interessant omdat levende schepselen voorbeelden van duurzame systemen zijn zolang ze geestelijk in balans zijn. Zonder innerlijk evenwicht ontstaat er echter spanning en dat kost energie. Ons lichaam moet dan continu arbeid verrichten om de onbewuste gevoelens te helpen verdringen. Pas door onze ware gevoelens te durven voelen én die met anderen te delen, komt de ontspanning en de innerlijke rust waardoor er beduidend minder energie wordt verbruikt. Freud’s werk voor de neuroseleer is baanbrekend gebleken.

 

Onze maatschappij, ondertussen, is in zekere zin ook neurotisch geworden. De maatschappelijke neurose heet hyperkapitalisme, de dagelijkse consequentie heet schulden-obesitas. Met leningen moet de consumptiemaatschappij worden gestimuleerd want de economie moet groeien. Maar als we de schepselen als voorbeeld nemen van duurzame systemen dan zien we dat groei altijd maar tijdelijk is. En dat doorgaande groei resulteert in afzichtelijke vetzucht of maligne gezwellen. Een dergelijk maatschappij moet dan ook steeds meer energie opbrengen; de menselijke maat lijkt zoek en de spanning stijgt.

 

Anonieme en onbewuste krachten hebben een toenemende invloed op ons leven en het gevoel van onbehagen onder de bevolking groeit. Europese regeringen proberen ‘en plein comité’ om oplossingen te vinden voor de maatschappelijke en financiële crisis, maar ‘a camel is a horse designed by committee’. Het product van al die experts is veelal een emmertje snot, gecertificeerde A-kwaliteit van tienduizend euro per ‘troy ounce’. Duurder dan goud, slapper dan water. Ze praten elkaar na zonder daarmee de essentie of de kern te raken. Eigenlijk blijkt steeds weer dat alleen het eenzame brein van een werkelijke genius de bakens kan doen verzetten.

 

Afgelopen maand werd ik onaangenaam verrast door een NOS-journaal waarbij het Rathenau Instituut in beeld kwam. Dit instituut, opgericht door OC&W, stimuleert de publieke en politieke meningsvorming over wetenschap en technologie en publiceert over maatschappelijke effecten daarvan. Het ging over onze energievoorziening in 2030 die volgens een alarmerende boodschap van de deskundigen alsmaar viezer, duurder en onbetrouwbaarder wordt. Het lijvige verslag van expertmeetings doet me denken aan de discussies die we in de zestiger jaren hadden over de telefoonvoorziening voor Afrika. Alle deskundigen waren het eens: er was te weinig koper op de wereld om Afrika van de benodigde telefoonleidingen te voorzien. Wie nu door dat continent reist weet dat je vrijwel overal mobiel kan bellen.

 

Technologie is bepaald niet zaligmakend maar de impact ervan mag niet worden onderschat. De maatschappelijke keuzes van nu zijn extrapolaties van ontwikkelingen uit het verleden en het Rathenau Instituut zou er goed aan doen om eens wat meer visionair te denken. Natuurlijk is het goed als je de consequenties van onze gelimiteerde aardgasreserves beschrijft en met mooie kreten als ‘een nieuw verdienmodel’ komt. Of het ‘rebound & Torremolinos-effect’ met de wereld deelt dan wel duurzaamheidcertificering aan de orde stelt. Maar mijn bezwaar tegen die korte journaalflitsen is het negatieve sentiment dat het oproept. Ik twijfel daarbij niet aan de oprechte intentie van de auteurs, wel aan de positieve bijdrage die hun actie heeft op de verduurzaming van onze samenleving.

 

Zulke rapporten en journaalflitsen zijn alarmbellen die de maatschappelijke onrust en de hypertensie verder doen toenemen zonder een essentiële bijdrage te leveren aan de positieve opbouw. Door de toename van de communicatiemogelijkheden voeren de woordvoerders een griezelige balanceeract uit. Ze komen goed over, hebben een heldere babbel en worden door de media voorgesteld als deskundigen. Maar evenmin als desintegratie staat voor integratie staat deskundigheid voor kundigheid. De impact van de ‘Stapels en Roosjes’ van deze tijd, voor wie de publieksgeilheid van groter belang lijkt te zijn dan integriteit, kundigheid en waarheid, is zorgelijk. Soms verlang ik wel eens terug naar Wenen en denk dan met weemoed aan die stille serene werkkamer in de Berggasse, daar waar de bakens daadwerkelijk werden verzet.