IDB

De belangrijkste oorzaak van de kostenstijgingen in de binnenvaart zijn de hogere tarieven voor brandstof. Het afgelopen jaar liet nog lagere kosten zien, ook dit ingegeven door vooral lage brandstofprijzen. Hierdoor is er ook een grote variëteit in de kostenontwikkeling te zien: de kosten van schepen met veel vaaruren worden sterker beïnvloed door brandstofprijzen.

Deze conclusie volgt uit de kostenrapportages voor de binnenvaart die recent zijn geactualiseerd door Panteia in opdracht van het Centraal Bureau voor de Rijn- en Binnenvaart. Bij een gelijkblijvende inzetbaarheid van de schepen, varieert de kostendaling in 2016 tussen de -0,7 en -6,0 procent ten opzichte van 2015. In de zand- en grindvaart kon in het afgelopen jaar een kostendaling van -1,9 tot -3,8 procent waargenomen worden. De kostendaling is vooral het gevolg van de dalende brandstofprijzen.

De achterliggende kostenstructuur bepaalt de mate van de kostendaling. De grootste daling in de kosten is te zien bij kapitaalintensieve schepen (jonge tankers, grote drogeladingschepen) en de schepen die relatief veel vaaruren maken (continue vaart), waarbij het aandeel van brandstofkosten in de totale exploitatiekosten groot is (bijvoorbeeld in de tankvaart en de duwvaart).

Daar waar kostencomponenten als rentelasten (-11,4 procent) en brandstofprijzen (-13,3 procent) daalden, stegen andere kostencomponenten beperkt. De toenemende bedrijvigheid in de binnenvaart zorgde er voor dat de reparatie- en onderhoudskosten met 2,0 procent stegen. Ook werd de factor arbeid duurder in 2016: deze kostencomponent steeg met 1,5 procent. De waarde van de schepen bleef gelijk, en bij een gelijkblijvende verzekeringspremie resulteerde dit in een stabilisatie van de verzekeringskosten.

Voor 2017 wordt een stijging verwacht van de exploitatiekosten: de kostenindex varieert tussen de +2,6 en +7,1 procent, afhankelijk van het type reis en schip. In de zand- en grindvaart wordt voor het komende jaar een kostenstijging verwacht variërend tussen de +3,1 en +5,1 procent. Schepen met veel vaaruren kennen de grootste stijging door het grote aandeel van brandstofkosten in de totale exploitatiekosten. Daar komt nog bij dat de arbeids- en onderhoudskosten zullen stijgen. Enkel de kapitaalkosten zullen dalen als gevolg van de opnieuw lagere rentes die verwacht worden (-3,6 procent). Wanneer de brandstofkosten buiten beschouwing worden gelaten, dan wordt een kostenontwikkeling verwacht van +0,9 tot +1,8 procent.