Medio zomer publiceerde het CBS de jongste groeicijfers van de Nederlandse economie. Voor dit jaar ziet het er allemaal even zonnig uit als het gemiddelde weer van deze zomer: 2,5 procent groei. Daarmee doen we het beter dan de omliggende landen. Dat komt omdat onze ‘open’ economie vooral is gebaseerd op de export. We zijn een doorvoer- en distributieland en daarmee profiteren we bovenmatig van de groeiende wereldhandel.

Door Jaap Luikenaar

Een maand eerder heeft ook de Rotterdamse haven zijn halfjaarcijfers bijeen gesprokkeld. En gek genoeg is die mooie nationale groei daarin niet terug te zien. Sterker nog: de overslag liep ten opzichte van 2017 zelfs 2,2 procent terug. De haven van Hamburg laat eenzelfde beeld zien: terwijl de economie van Duitsland groeit, verliest de Elbe-haven maar liefst 5 procent ten opzichte van vorig jaar. Concurrent Antwerpen daarentegen laat, evenals de nationale Belgische economie wel groei zien: maar liefst 6,5 procent. Ongetwijfeld zijn daar heel valide argumenten voor aan te voeren. Ik voel me met slechts HBS-A en de dagelijkse bijscholing via de economiepagina’s van de Volkskrant te weinig (haven-) econoom om dit te verklaren.

Positief in de Rotterdamse halfjaarcijfers is dat de teruggang vooral een gevolg is van de teruggelopen overslag van droog en nat massagoed: kolen en olie. Hoezo is dat positief? EMO, EECV en de oliemaatschappijen denken daar ongetwijfeld anders over. En olie vormt toch de kurk waarop de haven drijft? Maar kijk eens naar de overslag van modern massagoed: LNG en biomassa, die is zo maar verdubbeld. Je mag toch verwachten dat dit een trend is die de komende jaren doorzet. En misschien geldt dat op lange termijn ook wel voor die dalende totale overslagvolumes.

Jammer, want groei is winst, dus groei is goed. Zonder groei doe je niet mee. Ben je als haven eigenlijk een verliezer, een loser. Ja, ja, het vertrouwde economische groeimodel zit de meeste ‘havenwatchers’ gewoon in de genen. Een duurzame haven is oke, maar hij moet wel blijven groeien. Want je kunt toch niet verwachten dat havenbedrijven bij dalende overslagcijfers geld en andere middelen kunnen vrijmaken voor nieuwe, moderne, duurzame en milieuvriendelijke methoden en technieken.

O, is dat werkelijk zo ? Een dergelijke redenatie betekent in feite dat een haven dus permanent moet groeien om te kunnen bloeien. Dat lijkt toch wel klassiek, oud-economisch denken. De tijd van de naoorlogse wederopbouw ligt bijna zeventig jaar achter ons. De bakens zijn inmiddels verzet. Modern, duurzaam, energie-arm en circulair zijn termen die meer bij het economisch denken van deze tijd horen. Welvaart en welzijn zonder groei, kan dat?

Donut-economie

Eerder dit jaar kwam ene Katie Raworth tijdens een wereldtournee ook in Rotterdam langs. Ze is geen zangeres, maar econoom aan de universiteit van Oxford. Raworth is aanhanger en uitvinder van de ‘donut-economie’, een innovatieve en alternatieve economie voor de 21e eeuw. Een economie die een betere wereld voor iedereen beoogt: voor people en voor planet. Eentje waarbij wereldwijd in ieders behoefte kan worden voorzien, zonder dat dat ten koste gaat van onze planeet. Een economie dus die rekening houdt met wat het milieu wereldwijd aankan en met een gezond leven, boven het sociaal minimum.

Raworth schreef het boek Doughnut Economy en stippelt daarin voor de economie een andere koers uit dan de vertrouwde die op groei en winst is gericht. Economisch gezien moeten we ongeveer die kant uit, zo roept ze haar toehoorders op. De zaal was overvol. Hopelijk ook met havenmannen en havenvrouwen die geïnteresseerd zijn in haar kompas en haar koers.

Raworth gebruikt daarbij de donut als haar ideaalbeeld van de wereld. De buitenste ecologische ring vormt de grens van wat de aarde nog aankan en de binnenste sociale ring is het sociale fundament, de basis-levensbehoefte. Tussen die twee ringen moet het allemaal gebeuren. Door klimaatverandering, minder CO2 en fijnstof, minder transport, minder energieverbruik en minder ruimtebeslag. En door meer innovatie, meer hergebruik, meer optimalisering, meer circulair, meer clustering, meer ketenregie, meer duurzaamheid en meer op maat. Op die manier kunnen we als bloeiende haven een belangrijke bijdrage leveren aan de buitenste ring van de ‘donut’ waarop we leven. Tegelijk moet de haven ook oog blijven houden voor de sociale binnenring: met sociale gelijkheid, onderwijs en bijscholing, arbeidsvoorwaarden en gezond werken.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Geef hier je commentaar
Vul hier alsjeblieft je naam in