Wanneer je als zzp’er denkt: had ik maar een arbeidsovereenkomst gehad, dan had ik nog loon ontvangen in deze tijden, dan is er hoop door het zeer recente arrest van de Hoge Raad van 6 november.

Door Marcus Draaisma

Hierin heeft de Hoge Raad beslist dat eerst moet worden vastgesteld wat partijen hebben afgesproken over de plichten en rechten van de samenwerking en dan wordt bekeken of die afspraken passen onder de wettelijke definitie van de arbeidsovereenkomst. De wet geeft voor een arbeidsovereenkomst drie belangrijke criteria (artikel 7:610): persoonlijke arbeid, tegen loon en onder gezagsrelatie. Over de vraag of er wel of geen gezagsrelatie is, wordt dikwijls geprocedeerd, met wisselend succes. Denk aan platformmedewerkers van Deliveroo (wel arbeidsovereenkomst) en postbezorgers, die wel of geen zelfstandige zijn (wisselende uitspraken).

Als u voor uw bedrijf een opdrachtrelatie met een zzp’er aan wil gaan, dan spreekt u duidelijk af wat hij gaat doen voor u, wanneer u het af wil hebben en wat hij daarvoor als beloning ontvangt. Wat voor u duidelijk is, moet ook duidelijk zijn voor de ander en het moet u duidelijk zijn dat het voor de ander ook duidelijk is. Dat moet u dan nagaan. Als de afspraken helder zijn en u beiden denkt dat er geen sprake is van een gezagsrelatie, dan kan het wel een arbeidsovereenkomst zijn als u toch gezag gaat uitoefenen, ook al was dit duidelijk niet afgesproken. U gaat bijvoorbeeld aan de zzp’er aangeven hoe (en/of wanneer) en met behulp van wie hij zijn werk moet doen om het bepaalde resultaat te behalen. En de zzp’er volgt uw instructies.

Omdat bij u ook opdrachten minder zijn geworden in deze tijd, geeft u geen opdrachten meer aan uw zzp’er. Hij krijgt dan wel belang om te onderzoeken of de samenwerking met u niet eigenlijk toch een arbeidsovereenkomst was. Als het meerdere zzp’ers betreft, heeft de vakbond er ook wel oren naar om daarover een gerechtelijke procedure te beginnen. Zeker als dit publiciteit en nieuwe leden kan geven.

Voor u als opdrachtgever loert ook het gevaar van de Belastingdienst of van een verplicht pensioenfonds. Ook al vindt de zzp’er dat er geen arbeidsovereenkomst is, dan nog wil de Belastingdienst u vast graag belasten met een naheffing voor loonbelasting en sociale premies, verhoogd met een boete als er toch een gezagsrelatie is. Het pensioenfonds wil dan maar al te graag pensioenpremies heffen en het liefst ook met terugwerkende kracht. De Belastingdienst en het pensioenfonds moeten dan wel het bewijs voor de gezagsrelatie leveren. Voor zover mij bekend, lukt de Belastingdienst dat vrijwel nooit en geeft ze hieraan ook niet heel veel prioriteit. Maar de angst daarvoor helpt ook al. 

Met een zzp-relatie waarin een uurtarief van meer dan 75 euro is afgesproken, wil de Belastingdienst deze relatie wel als opdracht zien, althans voor een jaar. Hoe dit zal uitpakken zullen we mogelijk vanaf volgend jaar zien, als de wet DBA weer gehandhaafd wordt. 

Maar wat doet u met de goede zzp-relatie, waarin u beiden hebt geïnvesteerd, en die nu door gebrek aan opdrachten op de klippen dreigt te lopen? Misschien dat u hem of haar een tijdelijk dienstverband voor evident andere werkzaamheden kunt aanbieden. Aan een failliete zzp’er, voor wanneer de markt na de pandemie weer aantrekt, heeft u immers niets.